Plus

Rechters oordelen hard over zichzelf in toeslagenaffaire: ‘We hebben burgers niet beschermd’

Rechters hebben in de toeslagenaffaire het overgrote deel van de ouders in de kou laten staan en leden aan juridische tunnelvisie. Dat blijkt uit een zeer kritisch rapport van de beroepsgroep zelf over die affaire. Bestuursrechters moeten de kant van gewone burgers durven kiezen, is de conclusie van de onderzoekers.

Gedupeerden van het toeslagenschandaal komen eerder dit jaar in opstand op de Dam. Beeld ANP
Gedupeerden van het toeslagenschandaal komen eerder dit jaar in opstand op de Dam.Beeld ANP

De Parlementaire ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag riep rechters vorig jaar op bij zichzelf te rade te gaan. Zij hadden jarenlang steevast de kant van de Belastingdienst gekozen in de toeslagenaffaire.

Daarmee leverden de rechters ‘een wezenlijke bijdrage aan het in stand houden van de spijkerharde uitvoering van de regelgeving van de kinderopvangtoeslag’. Ruim 35.000 ouders raakten daardoor ernstig in de problemen of zelfs financieel aan de grond.

Een commissie van bestuursrechters en juridische experts onder leiding van rechter Jan van Catsburg (rechtbank Midden-Nederland) heeft afgelopen halfjaar gehoor gegeven aan de oproep.

‘Alles of niets’

Deze Werkgroep Reflectie Toeslagenaffaire Rechtbanken heeft alle 16.753 kinderopvangtoeslagenzaken doorgelicht die tussen 2010 en 2019 bij bestuursrechters in Nederland binnenkwamen. Voor het onderzoek werd met 108 bestuursrechters en juridisch medewerkers gesproken, alsook met met gedupeerde ouders en de afdeling Toeslagen van de Belastingdienst.

De conclusies liegen er niet om, blijkt uit het eindrapport Recht vinden bij de Rechtbank: de meerderheid van de rechters volgde de ‘alles of niets’-uitleg van de regels door de Raad van State. Ouders moesten daarbij zelfs bij minimale fouten alle kinderopvangtoeslag – soms tienduizenden euro’s of meer – terugstorten aan de Belastingdienst.

Extreem voorbeeld

In het rapport staat een extreem voorbeeld van ouders uit 2015 die hun hele voorschot van 27.554 euro moesten terugbetalen, omdat ze een bedrag van 77,32 euro niet hadden voldaan. “Een dergelijk openstaand bedrag is, hoe klein ook, gelet op de jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, voldoende om de hele kinderopvangtoeslag terug te vorderen,” stelde de rechtbank Midden-Nederland.

In slechts 23,2 procent van de zaken werden ouders uiteindelijk echt in het gelijk gesteld. Alleen de rechtbank Rotterdam is een tijd lang bewust tegen de jurisprudentie van de Raad van State ingegaan. Gedupeerde ouders haalden vervolgens in hoger beroep alsnog bakzeil.

Dat is mede de reden waarom veel rechters de ouders tegen hun gevoel in ongelijk gaven: “Bestuursrechters wilden ouders niet blij maken met een dooie mus.”

Onevenredige negatieve effecten

Dat moet voortaan anders, adviseert de Werkgroep Reflectie Toeslagenaffaire Rechtbanken, met name als voor burgers onevenredige negatieve effecten dreigen. “In die gevallen zouden zij meer gewicht moeten toekennen aan de rechtsbescherming van het individu.” Hiervoor moeten rechters zich echter beduidend beter inleven in die burger dan nu en relevante feiten actief onderzoeken.

Magistraten moeten binnen de wettelijke mogelijkheden bovendien meer hun best doen om burgers tegemoet te komen. De rechtbank Den Haag probeerde dat wél en kreeg af en toe wat gedaan bij de Belastingdienst. Rechters moeten daarnaast meer op hun eigen rechtsgevoel durven afgaan. “Als jurisprudentie van de hogerberoepsrechter daar weinig ruimte voor lijkt te geven, is dat geen reden daarvan af te zien.”

Eerste van serie rapporten

De Raad voor de Rechtspraak bevestigt dat het rapport eind volgende week verschijnt, maar wil daar niet inhoudelijk op vooruit lopen. Bestuursrechters zijn overigens niet de enigen die de hand in eigen boezem steken. Er volgen ook nog evaluaties van de Afdeling Bestuursrecht van de Raad van State en van de Orde van Advocaten. Tenslotte doet ook de Raad voor Europa mede naar aanleiding van de toeslagenaffaire onderzoek naar de Nederlandse rechtsstaat.

De werkgroep besluit het rapport met diverse aanbevelingen. Zo zijn rechtbanken te veel losstaande eilanden, die beter met elkaar moeten communiceren. Ook is er nauwelijks communicatie met hogere rechters, zodat veel onvrede verborgen bleef. “Hoewel de onvrede over de kinderopvangtoeslagzaken in alle rechtbanken speelde, hebben rechtbanken elkaar daarover niet opgezocht.”

Vaak sprake van misbruik

De werkgroep voert ook verzachtende omstandigheden aan. Volgens rechtbanken was in de eerste serie kinderopvangtoeslagzaken wel degelijk relatief vaak sprake van misbruik door de ouders. Velen zagen daardoor later geen reden meer om te twijfelen aan de lezing van de fiscus.

Rechters stelden verder tegenover de werkgroep niet gespecialiseerd te zijn in kinderopvangtoeslagzaken. “De zaken vormen maar een beperkt deel van de werkvoorraad.” Ze werden ook zelden besproken in een vakinhoudelijk overleg. Ook werden de meeste zaken door een enkele rechter beoordeeld in plaats van door meerdere rechters tegelijk. Daardoor werden ze minder onderling besproken.

Geen recht op rechtsbijstand

Doordat de Belastingdienst zijn besluiten bovendien vaak in talloze deelbesluiten opknipte, hadden rechters bij de meeste rechtbanken ‘geen zicht op de gevolgen voor individuele burgers’.

Wat ook niet meehielp is dat veel ouders zonder advocaat of rechtsbijstand procedeerden. Bij bezwaarprocedures in toeslagenzaken bestaat namelijk geen recht op rechtsbijstand. “Uit ons onderzoek blijkt dat rechters het ontbreken van rechtsbijstand als tekort hebben ervaren voor een goede procesvoering.”

Confronterend

Het reflecteren op hun eigen werk is de Werkgroep Reflectie niet in de koude kleren gaan zitten. “Wij hebben het terugkijken soms als confronterend ervaren, vooral in de ontmoeting met gedupeerde ouders die ons vertelden over de gevolgen van de toeslagenaffaire voor hun persoonlijke leven.”

De ouders kwamen in die gesprekken ook met adviezen aan bestuursrechters. “Wees als rechter meer mens. Houd rekening met de persoon die voor je staat en probeer je in die persoon te verplaatsen.” Een andere les: “Behandel ons niet als nummer, want iedere zaak is anders.”

Daarnaast moeten uitspraken in begrijpelijkere taal. Ook advocaten kwamen met aanbevelingen aan bestuursrechters. Rechtbanken moeten meer een eigen koers varen als zij vinden dat de rechtspraak van de Raad van State onjuist is. “Enkelen van hen constateerden dat rechtbanken steeds meer beslisten op de automatische piloot.”

Hoe rechters worstelden met de toeslagenzaken

Het rapport bevat ook de persoonlijke ervaringen van diverse rechters, waarin ze kritisch naar zichzelf kijken.

Onder hen een rechter van de rechtbank Noord-Holland:
“Ik kan me een zaak herinneren waarin we de zeswekentermijn voor het doen van uitspraak meerdere malen uitstelden in de hoop een oplossing te bedenken [..]. De Raad van State had net een nieuwe, ruimere lijn uitgezet. Als iemand enkele procenten van de kosten niet kon bewijzen, hoefde toch niet de gehele toeslag te worden terugbetaald. Maar het lukte niet. Bewijs van 90 procent was niet genoeg, ik besloot de rechtszoekende toch ongelijk te geven. Ik kijk met twijfel terug op bijvoorbeeld die beslissing.”

Een rechter van de rechtbank Midden-Nederland:
“Zo’n tweeënhalf jaar geleden had ik een alleenstaande moeder op de zitting die opvang voor haar kind had geregeld, zodat zij een opleiding kon volgen. Haar financiële uitgangssituatie was lastig en er waren psychische problemen[..] De kinderopvangtoeslag gaf zij uit aan schulden en levensbehoeften. Voor de crèche bleef geen geld over. Zij sprak lange tijd een betalingsregeling af met de crèche, draaide elke cent om en was hard bezig al haar schulden af te betalen. Zo kwam ze voor de rechter. Toen ik haar informeerde dat zij volgens de regels waarschijnlijk de hele kinderopvangtoeslag moest terugbetalen, een enorm bedrag, zag ik de grond onder haar voeten wegzakken.”

Een Amsterdamse rechter die tijdelijk bij de Rotterdamse rechtbank was gestationeerd:
“Ik heb mij de vraag gesteld hoe het komt dat de rechtbank Rotterdam in 2013 wél op de barricaden is geklommen en weerwerk heeft geleverd. De zaken zelf en de frisse blik hebben hiertoe bijgedragen, en vooral de groepsdynamiek. Ieder van ons was, los van elkaar, tot dezelfde conclusie gekomen [...] We wilden ons niet verschuilen achter vaste rechtspraak.”

Een senior rechter van de rechtbank Overijssel:
“Als iets mij tegen de borst stuit, is het mensen proberen blij te maken met een ‘dead parrot’. Dus ging ik mee in de stroom, en achteraf ben ik daar niet gelukkig mee. Ik zou alleen niet zo goed weten hoe ik het anders had kunnen aanpakken. Misschien hadden informele signalen naar de Raad van State iets kunnen betekenen? Misschien hadden we als rechtbanken meer moeten samenwerken om in onze uitspraken duidelijk te maken waar het misging? Ik hoop dat een affaire als deze geen herhaling kent, maar die hoop is wellicht ijdel. Mocht het zo ver komen, dan zijn dat in ieder geval opties om te proberen.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden