Plus Analyse

Recessie hangt in de lucht, maar het R-woord mag niet vallen

Recessie hangt in de lucht, maar het R-woord mag niet vallen. Premier Rutte en het kabinet zullen dinsdag dan ook optimisme uitstralen, in de hoop dat consumenten de economie blijven aanzwengelen.

De gemiddelde Nederlander gaat er volgend jaar 2 procent op vooruit, voorspelt het kabinet. Zolang de burgers dat geld ook gebruiken en het internationaal tumult beperkt blijft, kan de Nederlandse economie goed blijven draaien. Beeld Getty Images

Zelden had een kabinet economisch zo de wind mee als Rutte III. In de eerste twee jaar groeide de economie uitbundig, met royale begrotingsoverschotten en een gestaag dalende staatsschuld tot gevolg. Maar juist aan de vooravond van een nieuwe verkiezingscampagne, die volgend jaar na de zomer losbarst, begint de motor te sputteren.

Het door het Centraal Planbureau (CPB) verwachte groeicijfer voor 2020 is omlaag geschroefd naar 1,5 procent, blijkt uit de gelekte Prinsjesdagcijfers. De kans op een verder neerwaartse bijstelling is bovendien groter dan een aangenamere correctie naar boven, waarschuwen de nationale rekenmeesters. Escalatie van de Amerikaanse handelsoorlog of een chaotische brexit kunnen onze open economie forse schade toebrengen, aldus het CPB.

Boodschappen duurder

De timing van de onheilstijding is ronduit beroerd, want het einde van de regeerperiode was voor het kabinet juist het moment om die ene, zo dikwijls herhaalde belofte gestand te doen: ‘Nederland moet niet alleen vooruitgaan in de statistieken, Nederlanders moeten dat ook zelf ervaren,’ spraken VVD, CDA, D66 en ChristenUnie met elkaar af in het regeerakkoord.

Echt vlotten wil het nog niet met die afspraak. De afgelopen jaren nam de koopkracht op papier weliswaar toe, maar die ontwikkeling werd door veel Nederlanders niet gevoeld. In de perceptie van burgers steeg door het kabinets­beleid vooral de energierekening en werden boodschappen duurder als gevolg van de verhoging van het lage btw-tarief van 6 naar 9 procent. Tegelijkertijd bleven de in het vooruitzicht gestelde loonsverhogingen keer op keer uit.

Goedmakertje

Inmiddels beginnen de salarissen volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek eindelijk harder te stijgen dan de prijzen, maar het chagrijn over de tariefsverhoging ebt daarmee niet direct weg. In coalitiekringen wordt erkend dat de btw-maatregel ‘fout’ is geweest, ook al stond daar destijds een verlaging van de inkomstenbelasting tegenover.

In dat opzicht moet 2020 een goedmakertje worden. Niet voor niets zetten alle regeringspartijen bij de begrotingsonderhandelingen in de aanloop naar Prinsjesdag in op lastenverlichting. Door die inspanning zullen dinsdag klinkende koopkrachtcijfers in het vooruitzicht worden gesteld: de doorsnee Nederlander gaat er grofweg 2 procent op vooruit. Het kabinet is zich ervan bewust dat de scepsis in het land groot is na vorig jaar: eerst zien, dan geloven is de teneur.

Onheilsprofeten

De langverwachte lastenverlichting wordt echter bedreigd door de afkoelende economie. Als het Verenigd Koninkrijk straks echt met slaande deuren de Europese Unie verlaat of ­president Trump ook Europese landen torenhoge importtarieven oplegt, is het de vraag of de berekende koopkrachtstijging er wel komt. Wie zijn baan verliest, ervaart bovendien veel grotere gevolgen voor de portemonnee dan een papieren koopkrachtplusje.

Inmiddels dienen de eerste onheilsprofeten zich aan. Volgens Nout Wellink, oud-president van De Nederlandsche Bank, zal binnen een jaar een wereldwijde recessie een feit zijn. De grote vraag is volgens hem in hoeverre consumenten het opgeven. “Er staan veel seinen op oranje,” zei hij onlangs tegen BNR Nieuwsradio.

Ook de raming van het CPB wemelt van de onzekerheden. De 1,5 procent economische groei voor het komende jaar stoelt vooral op de verwachte toename van bestedingen door consumenten en overheid. Het zou echter niet voor het eerst zijn dat Nederlanders door toenemende economische onzekerheid de hand op de knip houden. De vrees voor een recessie kan dan zomaar omslaan in realiteit. En dan zijn de rapen gaar.

Buffers

Daarom hebben de regeringspartijen zich voorgenomen dinsdag, op Prinsjesdag, niet te veel te somberen. Het woord recessie moet vooral vermeden worden. Sommige coalitieleden spreken zelfs omzichtig over het ‘R-woord’.

Niet voor niets benadrukte minister-president Mark Rutte de afgelopen tijd telkens dat het kabinet door de begrotingsoverschotten van de afgelopen jaren buffers heeft opgebouwd, waardoor Nederland tegen een stootje kan. Zolang de economie groeit, is het volgens Rutte zaak ‘nu het dak te repareren, zodat je bij een omslag ook niet meteen hoeft te bezuinigen’.

Tegelijkertijd is Rutte de premier die in 2013 ondanks zijn bezweringsformules – ‘koop die auto, koop dat huis’- niet wist te voorkomen dat de Nederlandse economie voor het tweede achtereenvolgende jaar kromp. Het ‘CPB verslaan’ bleek zo eenvoudig niet.

Lichtpuntjes

Toch zijn er lichtpuntjes waar Rutte zich dinsdag aan kan vastklampen: de Nederlandse industrie valt weliswaar wat terug, maar de diensteneconomie draait nog goed. Bovendien presteert Nederland naar verhouding beter dan andere Europese landen. Het is voor de premier en de burgers dan ook vooral te hopen dat de internationale ontwikkelingen een beetje meezitten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden