Plus

Rapport: na taalcursus stokt integratie Syriër

Hoewel ‘dé Syriër’ niet bestaat, willen de meesten in Nederland blijven, zijn ze redelijk honkvast en leren ze graag de taal, stelt een rapport. Werk is echter lastig.

Meer dan de helft van de Syriërs in Nederland, wil hier blijven. Vooral de ‘progressievere’, minder religieuze Syriërs. Al voelen de hogeropgeleiden zich niet echt welkom.

Jasim Hadid, vluchteling uit Damascus en wonende te Dronten, wordt in januari 2017 herenigd met zijn gezin. Beeld Hollandse Hoogte / Caspar Huurdeman Fotografie

Dat blijkt uit onderzoek naar de integratie van Syriërs in Nederland. Het Sociaal en Cultureel Planbureau, samen met onder meer het CBS en het RIVM, zette enquêtes op om de integratie en het welzijn van de grote groep vluchtelingen te monitoren. Het moet de fundering vormen van het integratiebeleid voor het kabinet, de komende jaren. ,,We hopen zo dichter op de bal te zitten, dan toen hier in jaren ‘90 vluchtelingen door de Balkanoorlog naar toe kwamen’’, zegt onderzoeker Emily Miltenburg van het SCP. ,,Bij die groep is er pas later gekeken naar de effecten van beleid.’’

De onderzoekers doken onder meer in de psychische gezondheid van de groep, hun kennis van de Nederlandse taal, waar ze wonen en de mate waarin zij contact maken met Nederlanders.

Belangrijke notie in het rapport: dé Syriër bestaat niet. Er zijn verschillen in religie (zowel moslims als christenen), er zijn opleidingsverschillen en waar de een kampt met een trauma door de reis, kwam de ander zonder veel nare ervaringen onderweg.

Wie door zijn wimpers naar de groep kijkt, krijgt evenwel een beeld.

Dat is er één van een groep die grosso modo graag Nederlands leert, al is werk zoeken erna nog geen topprioriteit voor de meesten. Veel van hen zijn relatief honkvast: hebben ze een woning, dan blijven zij er vooralsnog. Slechts een deel (6 procent) verhuisde de afgelopen jaren. Op die groep hebben steden overigens de meeste aantrekkingskracht. Het populairst is dan Enschede, vermoedelijk omdat daar een grotere Syrisch-christelijke gemeenschap is.

Psychische problemen

Een groot deel van de Syrische mannen (39 procent) en vrouwen (44 procent) kampt met psychische problemen. Het merendeel zegt vanwege de reis, waarbij afpersing, seksueel misbruik of schipbreuk aan de orde was. Maar ook de vrouwen die later naar hier werden gehaald, hebben trauma’s. Zij moesten het soms maanden uithouden in oorlog, zonder kostwinnaars.

Syriërs schakelen daarbij maar weinig de hulp in van psychiaters of psychologen: slechts 13 procent van hen met problemen doen dat. Al kan dat een kwestie van tijd zijn, zeggen de onderzoekers. Syrische statushouders die langer in Nederland zijn, vinden steeds beter ‘hun weg in het Nederlandse zorglandschap’.

De integratie van Syriërs is toch al niet op volle stoom. Waar het kabinet inzet op een combinatie van werk, vrijwilligerswerk en taallessen, houden de meesten het vooral bij het laatste. Slechts een tiende heeft werk, een vijfde is ernaar op zoek, terwijl nog slechts 15 procent naar regulier onderwijs gaat. Kortom: veel Syriërs doen een taalcursus, maar daarna stokt het nu nog vaak. Terwijl 55 procent van alle Syriërs hier graag wil blijven.

,,De start is een stroeve’’, zegt Miltenburg. ,,Dat is niet verrassend. De meesten zijn hier nog maar net, en zijn al wel op stoom met het leren van de taal. Alleen het verkrijgen van werk zal voor veel Syriërs een zaak van de lange adem zijn.’’

Al zien de onderzoekers tegelijk een soort ‘voorhoede’ van hogeropgeleiden en jongeren die Engels spreken en al tijdens hun tijd in asielcentra contacten legden met Nederlanders. Zo zijn er meer significante verschillen tussen Syriërs te zien.

Verschillen

Heel boud gesteld valt de groep in drie delen uiteen. Zij die integreren, assimileren (aanpassen) en een groep die meer op afstand van onze samenleving staat. In die laatste categorie zijn de conservatieveren te vinden, de religieuzere ook, vaak moslims. Zij houden vooral contact met landgenoten, minder met Nederlanders. Zij zijn meer gehecht aan religie, tegen het homohuwelijk en vinden minder vaak dat mannen en vrouwen gelijk zijn.

Het lastige is wel: in die groep die verder op afstand staat, zitten veelal lager opgeleiden, iets vaker ook de vrouwen, terwijl zij vaak ook hier willen blijven. ,,Op gemeentelijk niveau bestaat het risico dat de aandacht alleen uitgaat naar mannen en dat dit verdwijnt zodra hij aan het werk is geholpen. Het is belangrijk ook oog te hebben voor de vrouwen.’’

De hogeropgeleiden die makkelijker integreren, zeggen juist vaker terug te willen. Enerzijds omdat daar meer kansen voor hen liggen, maar ook omdat ze een negatiever ‘klimaat’ voor vluchtelingen merken in Nederland.

De onderzoekers noemen de integratie ‘taai’, temeer omdat veel Syriërs in een soort ‘wachtstand’ terecht zijn gekomen. Van de overheid wordt verwacht dat zij (vrijwilligers)werk en opleidingen aanbieden, maar dat organiseren valt nog niet mee. Zeker niet allemaal tegelijk om het tempo hoog te houden, zoals het kabinet graag wil.

Vooral vrouwen blijven achter: hun psychische klachten zijn vaak groter, terwijl zij ook nog eens minder vaak Nederlanders ontmoeten, mede omdat ze minder dikwijls werken.

Toch is Miltenburg niet somber. ,,Anders dan in het verleden is nu bijvoorbeeld al eerder begonnen met het leren van de taal en veel gemeenten zijn actief in het begeleiden van statushouders. Het is wel afwachten op welke termijn Syriërs hun plek vinden in de Nederlandse samenleving. Het wordt nu vooral zaak om aan dat wat vooruitstrevender beleid vast te houden.’’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden