Plus

Rampdag voor Rutte: ‘Heb ik u in al die jaren dat wij samenwerken ooit belazerd?’

Urenlang vocht VVD-leider Mark Rutte voor zijn premierschap. Tegenover hem stonden politieke aartsconcurrenten als Wilders en Marijnissen, maar ook een serie nieuwkomers. Verslag van een historisch chaotische episode in het nationale parlement.

Geen staatssecretaris of minister, maar Mark Rutte zelf moest zich gisteren verdedigen.  Beeld ANP
Geen staatssecretaris of minister, maar Mark Rutte zelf moest zich gisteren verdedigen.Beeld ANP

Het was zo’n dag dat de ‘wilde beestenlucht’ (dixit Hans van Mierlo) door de mondkapjes heen te ruiken was. Hier in de plenaire zaal van de Tweede Kamer stond iemand te vechten voor zijn politieke leven. Ditmaal was het niet een schutterende staatssecretaris of een jokkende minister, maar de grote baas zelf: Mark Rutte. De man die retorisch al jaren iedereen overtroeft, die volgens sommige kabinetsgenoten over ‘magie’ beschikt, altijd overleeft, het stof van zijn jasje klopt en lachend door kan.

Die man debatteerde alsof zijn politieke leven ervan afhing. En dat tegen een surrealistisch decor van een nieuwe Tweede Kamer, met naast klassieke opponenten als Geert Wilders (PVV) en Lilian Marijnissen (SP) ook nieuwkomers als Laurens Dassen (Volt), Caroline van der Plas (Boer Burger Beweging) en Sylvana Simons (BIJ1), plus kabinetscollega’s die plots als fractieleiders hun ‘maidenspeech’ moesten afsteken.

De nieuwelingen hadden vooraf vast waarschuwingen gekregen: de Haagse politiek is saai, vaak zwoegen, met lange debatten over kleine lettertjes. Maar nu moesten ze meteen een finale spelen op het hoogste podium: “Ik heb dit nog niet zo vaak gedaan,” zei Van der Plas op enig moment, “maar het hoort toch niet om zo over een gekozen Kamerlid te praten?”

Het waren ontwapenende steekjes die zo nu en dan door Ruttes harnas staken, zeker als Sigrid Kaag ­­– ook voor het eerst als D66-fractieleider achter het spreekgestoelte – Van der Plas bijvalt: “Dat hoort niet, zo zeg ik mevrouw Van der Plas na.”

Rutte moest alles uit de kast halen om staande te blijven. Het werd een debat dat hij – liefhebber van historische politieke debatten uit vervlogen decennia – over een paar jaar vast met een wijntje en een stukje kaas terugkijkt. Vriend en vijand stopten maar met turven toen de premier al meer dan tien keer had gezegd ‘ik heb niet gelogen’, inclusief varianten.

“Ik spreek hier de waarheid.”

“Ik sta hier niet te liegen.”

“Ik heb niet gelogen.”

“Ik lieg niet.”

Toen de politiek hoogsensitieve premier merkte dat die woorden weinig serieus genomen werden, ging hij ‘all-in’ met de ultieme vertrouwensvraag: “Heb ik u in al die jaren dat wij samenwerken ooit belazerd?” strooide hij richting CU-voorman Gert-Jan Segers en PvdA-aanvoerder Lilianne Ploumen. “Ik heb u nooit belazerd!” antwoordde hij zelf maar meteen. Op Witte Donderdag was er weinig verbeeldingskracht nodig voor een parallel met Judas die andere apostelen vraagt: waarom vertrouwen jullie mij niet?

‘Patroon van vergeetachtigheid’

Rutte’s bezweringsformules vielen in dorre grond. PVV-leider Geert Wilders diende een motie van wantrouwen in, SP-leider Lilian Marijnissen en GroenLinksleider Jesse Klaver geloofden Rutte ook totaal niet: “U wast altijd uw handen in onschuld,” sneerde Klaver. “Een patroon van vergeetachtigheid,” oordeelde D66-leider Sigrid Kaag. “Hoe kunt u in de grootste crisis in Nederland dat vertrouwen nog herstellen?” Rutte maakt alles het liefste klein, opponenten zetten juist het vergrootglas erop.

Zo verwees Ploumen naar de zonnekoning - l’etat c’est moi’ - viel de term ‘Ruttedoctrine’ steeds, en sprak GroenLinksleider Klaver over een giftige ‘politieke cultuur’. “De waarheid komt dan pas aan het licht als het echt niet anders kan. Mark Rutte, je bent de grootste geworden. Van harte. Maar nu is Nederland in een bestuurlijke chaos gestort, dan kan je niet wegkomen met ‘ik had er geen herinnering aan’. Dat kan niet.”

‘Keer dat bureau maar om’

Even leek overlevingskunstenaar Rutte zijn positie een klein beetje, een heel klein beetje, te hebben veiliggesteld. Maar toen ineens had FvD-aanvoerder Thierry Baudet wéér beet toen hij hengelde naar het moment dat de premier hoorde dat hij wél over Omtzigt had gesproken volgens het verkennersverslag. Dat was ‘via via’ om 07.30 uur vanochtend, zei de premier, anderhalf uur eerder dus dan de andere partijleiders. Maar van wie Rutte dit gehoord had, wilde de VVD-leider niet zeggen. Baudet: “Keer dat bureau van de verkenners maar om, dit moet duidelijk worden.” Segers (CU) bracht die ‘inval-optie’ terug tot een telefoontje: “We kunnen ook eerst even bellen?” Arib pakte de telefoon. Een antwoord kwam er niet, maar de zweem bleef hangen: weer had Rutte iets geritseld en verzwegen.

Zo was het de zoveelste bijzondere dag sinds de pre-formatieblunder, met elk uur een wending die niemand voorspellen kon. In de Haagse wandelgangen heerste hoogspanning, met voor het debat de bekende dichte deuren waarachter fracties koortsachtig vergaderen, rondrennende journalisten en bij het CDA voortdurend beraad tussen partijleider Wopke Hoekstra en diens secondanten.

Totaal voor aap

Met Pieter Omtzigt – lijdend voorwerp in deze pre-formatie-episode – had hij nog diezelfde dag geappt, zei Hoekstra, het contact met ‘onze Pieter’ was sowieso meer dan goed, beweerde de CDA-leider. Die zette zijn volgens anderen ‘onwillige’ houding in de Stadhouderskamer door en leek te oefenen voor een rol als oppositieleider: “We staan totaal voor aap. Wat dachten de verkenners dat ze aan het doen waren?”

Rutte zelf zette stug door, bleef erbij dat hij echt niet had gelogen: hij was domweg vergeten dat hij het besproken had bij de verkenning, zoals dat gaat met geheugen – je vergeet soms dingen, kan gebeuren toch, leek de boodschap. En er was toch ook geen motief om Omtzigt weg te bonjouren? Hij had als VVD’er toch eerder gezegd dat het Kamerlid welkom was in het kabinet?

De strategie werkte tien jaar lang effectief, maar deze keer leek een flink deel van de magie uitgewerkt. Zijn kabinetscollega Carola Schouten (dan nog vicepremier namens de ChristenUnie in Rutte’s demissionaire kabinet) kon haar gezicht maar lastig in de plooi houden bij Rutte’s tournures. In de Kamerbankjes achter partijleider Segers rolde Schouten steeds met haar ogen. Rutte ging all-in, maar niet iedereen hield z’n pokerface.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden