PlusInterview

Rabin Baldewsingh is de Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme: ‘Woketerreur? Te lang hebben we geen moer gedaan’

Rabin Baldewsingh is Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme. Wat hem betreft moeten racistische spreekkoren bestraft worden, de herdenking van het slavernijverleden moet uitgebreider en de discriminerende Rotterdamwet kan de prullenbak in.

Niels Klaassen en Jan Hoedeman
Rabin Baldewsingh: 'De spreekkoren die soms tribunes over gaan. Ik weet zeker dat die mensen geen racist zijn. Maar ze beseffen niet dat ze racistische stereotyperingen gebruiken.' Beeld Marco De Swart
Rabin Baldewsingh: 'De spreekkoren die soms tribunes over gaan. Ik weet zeker dat die mensen geen racist zijn. Maar ze beseffen niet dat ze racistische stereotyperingen gebruiken.'Beeld Marco De Swart

Met Rabin Baldewsingh (59) is er geen stille diplomaat benoemd tot Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme. De PvdA’er, voormalig linksbuiten van het Haagse stadsbestuur, staat bekend om zijn duidelijke taal en soms ferme uithalen, tegen partijgenoten en politieke opponenten.

Van de kracht van het woord moet hij het de komende jaren ook vooral hebben, als Baldewsingh in opdracht van het kabinet (en in zijn nieuwe rol politiek neutraal) opereert als aanjager, verbinder en ‘waakhond’ tegen racisme en discriminatie. Hij kan geen boetes uitdelen, noch wetten maken of zomaar straffen opleggen. Maar hij zal zich uitspreken. Normeren als het moet.

“Ik kom uit Suriname hè,” zegt Baldewsingh in een bijkantoor van het ministerie van Binnenlandse Zaken in Den Haag. “Daar blaffen honden niet alleen, maar bijten ze soms ook. Dat zal ik doen. Als mensen uitgesloten worden op basis van hun afkomst, hun beperking of seksuele oriëntatie. Dan laat ik mij horen.”

Aanleiding voor zijn benoeming was de golf van protesten na de moord op George Floyd, de mondiale Black Lives Matterbeweging die ook in Nederland tot actie leidde. De Tweede Kamer gaf het kabinet de opdracht meer werk te maken van de strijd tegen racisme en discriminatie, met een Nationaal Coördinator. “En toen heb ik mijn vinger opgestoken.” De komende tijd spreekt Baldewsingh met allerlei mensen en belangengroepen, – ‘vijftien townhallmeetings!’ – daarna komt hij met zijn agenda en een Nationaal Programma.

Wanneer bijt u door?

“Ik zal alles volgen met mijn moreel kompas, artikel één van de grondwet is leidend. Als ik zie dat mensen ergens niet aan bod komen, geen woning krijgen, uitgesloten worden: dan grijp ik in. Een voorbeeld? Die Rotterdamwet, de wet die ze al lang in Rotterdam gebruiken om mensen met een lage sociaal-economische status te weren uit bepaalde wijken. (Met die wet kunnen mensen die een woning zoeken voorrang krijgen op basis van sociaal-economische kenmerken, bijvoorbeeld hun inkomen, red.) Die blijkt vooral migranten te raken, mensen met een biculturele achtergrond worden buitengesloten. Die wet werkt dus onbedoeld discriminerend. Dat moet niet kunnen.”

Rotterdam werkt er al mee, in de stad Den Haag klinkt de roep om die wet. Wat kunt u daartegen doen?

“Ze gaan er zelf over, maar dit moet je niet willen. Je ziet gewoon uitsluitingsmechanismen in onze samenleving. In regels, in wetten, in instituties en in de cultuur. De toeslagenaffaire is een pijnlijk voorbeeld: mensen zijn aangepakt op basis van hun nationaliteit. Het gebeurt ook in de politiek: justitieminister Dilan Yeşilgöz werd alleen vanwege haar Turkse achtergrond al aangevallen door PVV-leider Geert Wilders. Dat is niet oké! Dat slaat nergens op, dat kan gewoon niet. Beoordeel iemand op zijn daden, niet zijn afkomst.”

Is het geen zwaktebod dat uw functie nog nodig is?

“Ik vrees dat die ook nog wel even nodig blijft, hoor. We zijn jarenlang niet in staat geweest om te erkennen dat er racisme is, dat discriminatie voorkomt. We staken het vingertje op en gingen de wereld over om overal schande te spreken van mensenrechtenschendingen, maar hier ontkenden we dat de politie aan etnisch profileren deed. Black Lives Matter, de toeslagenaffaire en Ruttes erkenning dat systemisch racisme wel voorkomt waren een kantelpunt. Maar het is iets van de lange adem. Kijk naar de vrouwenzaak: pas nu heeft het kabinet net zoveel vrouwen als mannen.”

Zijn mensen die van Zwarte Piet houden racistisch?

“Nou, je hebt het over Zwarte Piet, maar laten we eens kijken naar racisme in het voetbal. De spreekkoren die soms tribunes over gaan. Ik weet zeker dat die mensen geen racist zijn. Maar ze beseffen niet dat ze racistische stereotyperingen gebruiken en hoe dat overkomt. Dat maakt hen niet automatisch tot racist, maar het moet niet zonder gevolgen blijven.”

Wat moet er gebeuren tegen die spreekkoren?

“Als de stadionspeaker drie keer vergeefs omroept dat het moet stoppen, is actie nodig. Dat praten, praten, praten moet ook ergens toe leiden. In dat geval zeg ik: als iemand zich misdraagt in jouw huis, moet de huiseigenaar optreden. Ten principale vind ik dat de wedstrijd dan moet stoppen. En je moet punten van de clubs aftrekken. Dat kan, dat werkt veel beter dan beboeten. En het is nodig. Het is toch een Nederlands spreekwoord: wie niet horen wil, moet voelen.”

Pionieren, zo noemt Baldewsingh zijn werk als eerste Nationaal Coördinator. Ideeën zijn er genoeg. Zo wil Baldewsingh bij alle wetgeving voortaan een toets om te voorkomen dat wetten en regels uitsluiting en discriminatie in de hand werken. Anoniem solliciteren moet een optie worden, en het Nederlandse slavernijverleden moet prominenter in de geschiedenisboeken.

“Het is toch een schande dat het slavernijverleden soms net een halve pagina in het geschiedenisboek is, terwijl er zoveel te vertellen is. Mensen zijn getekend door dat verleden. Roep een nationale feest- en herdenkingsdag in het leven om de bevrijding van het slavernijverleden te vieren. Het is echt van grote betekenis voor mensen die hierdoor zijn geraakt. Die viering gebeurt op 1 juli nu op sommige plekken, maar dat moet landelijk. Daar moet veel meer aandacht voor zijn dan nu het geval is.”

Mensen die vinden dat het diversiteitsstreven doorslaat, spreken van ‘woketerreur’. Hebben ze een punt?

“Woketerreur? Dit is wat we er met z’n allen van gemaakt hebben. Door elkaar jarenlang te negeren, minderheden geen plek te gunnen, polarisatie en discussie zijn we nu op het punt gekomen dat mensen over woketerreur spreken. Dat komt omdat we er te lang geen moer aan hebben gedaan. Te lang hebben we niet gezegd tegen elkaar: ‘wij allemaal zijn Nederland’. We voerden discussies over hoofddoekjes bij boa’s en leraren, alsof dat belangrijk is in een land waar een schreeuwend tekort aan arbeidskrachten is. Dat is toch te gek voor woorden? We moeten samen verder, met een gezamenlijk geloof in de toekomst. Waar groepen niet tegenover elkaar staan. Je wilt geen verbrokkelde en gesloopte maatschappij. Dat is mijn missie.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden