Plus

Provincies zwichten voor boerenprotest: stikstofregels worden versoepeld

De massale boerenprotesten bij provinciehuizen zijn niet voor niets geweest. Vanuit het kabinet is een stevig beroep op de provincies gedaan om de stikstofmaatregelen te versoepelen, melden verschillende bronnen rond de onderhandelingen. Premier Rutte bemoeit zich persoonlijk met de kwestie.

Het boerenprotest in Groningen liep in oktober stevig uit de hand. Beeld ANP

Vrijdagochtend zitten de twaalf ‘stikstofgedeputeerden’ van de provincies voor de vierde keer om tafel met landbouwminister Carola Schouten (CU). De inhoud van die gesprekken is geheim, maar betrokkenen melden dat door Schouten en premier Mark Rutte (VVD) een stevig beroep op de provincies is gedaan om de strenge stikstofmaatregelen uit oktober te versoepelen. Rutte schoof al twee keer aan, om extra gewicht in de schaal te leggen. Eerder kreeg de premier het verwijt dat hij te weinig regie voerde in de stikstofcrisis.

Gelders gedeputeerde Peter Drenth zegt dat de gesprekken  tot doel hebben om tot een eenduidige, heldere lijn bij de verschillende overheden te komen. “Een kamerbrief van de minister over de regelgeving heeft tot veel onduidelijkheid geleid. Er is ruis op de lijn ontstaan. Die proberen we nu weg te nemen.” 

Boeren trokken in oktober per trekker naar de provinciehuizen om hun woede over de stikstofplannen kracht bij te zetten. Op sommige plekken was de sfeer erg grimmig. De protesten zorgden ervoor dat de provincies hopeloos verdeeld raakten. Onder meer Friesland en Overijssel trokken hun handtekening in, tot onvrede van andere provincies.

Hardere aanpak

De veehouders waren boos, omdat de provinciebesturen hen harder aan wilden pakken dan Schouten had voorgesteld. Daarbij draaide het concreet om de rechten van stoppende boeren. Zij mogen straks bij beëindiging van hun bedrijf hun vrijkomende stikstofruimte verkopen, bijvoorbeeld aan een woningbouwproject. Schouten wilde de stikstofruimte berekenen op basis van de grootte van de stal van een veehouder. De provincies gingen uit van het aantal dieren dat per 8 oktober daadwerkelijk op stal stond, vaak een lager aantal.

Landbouwminister Schouten heeft de provincies nu met hulp van Rutte terug in het gelid gedwongen. Het is overigens maar zeer de vraag of boeren nu wél tevreden zijn. Zij klaagden bij de provinciehuizen vooral ook over ‘diefstal’ van vergunde rechten. Boeren die hun bedrijf willen uitbreiden, verliezen straks namelijk automatisch de groeiruimte die nog in hun vergunning zat. Daarover waren provincies en Rijk het al eens; die regels lijken dan ook overeind te blijven. De versoepelde stikstofregels moeten 10 december door alle provinciebesturen worden goedgekeurd.

De stikstofcrisis zette de afgelopen maanden onder druk van het boerenprotest hele provinciehuizen op zijn kop. Door ingrijpen van premier Rutte lijkt de eensgezindheid terug. Hoe ging dat in zijn werk? Een reconstuctie in drie delen.

1. Strenge(re) regels onder grote druk

Het is begin oktober, en Nederland is in nood. Stikstof: voorheen was het voor de meesten van ons niet meer dan een scheikundige term. Nu bepaalt het (door een uitspraak van de Raad van State) het politieke debat en wordt er koortsachtig overlegd in achterkamertjes.

Zo ook door twaalf gedeputeerden, verenigd in het Interprovinciaal Overleg (IPO). Hun opdracht: met spoed regels bedenken die ervoor zorgen dat er minder stikstof in de natuur terechtkomt, en dat wegen- en woningbouwprojecten weer op gang kunnen komen. Veel winst is te halen bij de veehouderij, daar is iedereen het over eens. Maar hoeveel is redelijk?

Als op 4 oktober de laatste details van het overleg worden uitgewerkt, komen ambtenaren tot de conclusie dat er een verschil zit (zie kader onderaan dit verhaal) tussen de afspraken van de stikstofgedeputeerden en de lijn die landbouwminister Carola Schouten (CU) voorstelt. Dit zorgt voor irritatie bij de minister. Zij laat de Gelderse provinciebestuurder Peter Drenth (CDA) weten ‘teleurgesteld en bezorgd te zijn over de gebleken verschillen.’

Is de strengere lijn van de provincies een slordigheidsfoutje of een bewuste politieke keuze? Hierover bestaan twee lezingen. De meest smeuïge: de Brabantse bestuurder Rik Grashoff, voormalig Kamerlid, is er met al zijn politieke ervaring in geslaagd om de boel wat ‘naar links’ te trekken. Dat komt hem als GroenLinkser niet slecht uit; bovendien is Brabant een van de provincies waar het stikstofprobleem nijpend is. Het verhaal over de invloed van Grashoff is zo hardnekkig dat er in de Brabantse politiek tijdens openbare vergaderingen meermaals over wordt gegrapt.

Volgens Grashoff zelf is het allemaal niet zo spannend. Er zou onder grote tijdsdruk een verschil zijn ontstaan, zonder dat daar een politiek achter zit. Hij wijst er bovendien op dat CDA’er Drenth als voorzitter fungeerde en de gesprekken leidde.

Mocht het werkelijk zo zijn dat Grashoff eigenhandig zijn plan heeft kunnen doordrukken, dan hebben een hoop collega’s behoorlijk zitten slapen. Een ruime meerderheid van de provinciale landbouwbestuurders is lid van VVD, CDA of de kleine christelijke partijen. En dus geen voorstander van een al te linkse koers.

2. Woedende boeren op de stoep

De gedeputeerden die tijdens het IPO-overleg waren weggedommeld, worden in de weken erna hardhandig wakker geschud. De boeren hebben dankzij land- en tuinbouworganisatie LTO lucht gekregen van Het Verschil. Dat verschil doet pijn: uitgerekend de bestuurders dichtbij willen hen nog harder laten bloeden dan ‘Den Haag’. Dat vraagt om actie. Met honderden trekkers tegelijk gaan ze naar de provinciehuizen.

De agrarische druk heeft effect. De twaalf provincies, tot dan een gesloten front, vallen uit elkaar. Op 11 oktober is gedeputeerde Johannes Kramer van de Fryske Nasjonale Partij de eerste die – ondanks telefoontjes uit andere provinciehuizen – zwicht. Hij trekt het besluit in. Daarna volgt een kettingreactie. Overijssel, Drenthe, Limburg en Gelderland geven ook in meer of mindere mate toe aan de boerendruk.

De zorgen van minister Schouten bleken dus niet voor niets: er heerst chaos in provincieland. Eerst waren de provincies het niet eens met Schouten, nu zijn ze het zelfs niet meer eens met elkaar. Dat is niet gek: stikstof is politiek brandbaar materiaal. In Brabant, waar het stikstofdossier al een langere voorgeschiedenis heeft, stappen twee CDA-bewindslieden op. Zij zijn loyaal aan het provinciebestuur, maar komen tegenover hun eigen fractie te staan. Daarmee is ook de eerste politieke stikstofcrisis een feit.

3. Rutte dwingt iedereen terug in het gelid

Premier Mark Rutte (VVD) krijgt in oktober van verschillende kanten het verwijt geen regie te voeren. Dat trekt de premier zich aan. ,,De stikstofcrisis is chefsache”, verklaart hij op 31 oktober. In de weken die volgen probeert hij die woorden in de praktijk te brengen.

Want het is de premier die in hoogsteigen persoon aanschuift bij twee van de drie overleggen die volgen tussen de twaalf provinciebestuurders en zijn landbouwminister Schouten. Die voert het inhoudelijke gesprek met de gedeputeerden. Ruttes rol bestaat vooral uit ‘gewicht in de schaal leggen’, vertellen ingewijden die aan tafel zitten.

De premier neemt het woord bij het begin van de vergaderingen, benadrukt het landsbelang dat op het spel staat. Daarna is het Schouten die de leiding overneemt.

De aanwezigheid van de premier lijkt haar effect niet te missen. Binnen het IPO zijn de rijen weer gesloten, blijkt uit gesprekken met betrokkenen. Ook Schouten kan tevreden zijn: alles wijst erop dat de provinciebesturen op 10 december een voorstel zullen aannemen dat een stuk beter past in de lijn die zij eerder uitzette. De provincies die fel voorstander zijn van de strikte lijn, zoals Brabant, krijgen wel iets terug. Zij kunnen straks in probleemgebieden meer stikstofruimte uit de markt halen (en teruggeven aan de natuur) dan eerder afgesproken.

Of het nieuwe voorstel de boerenprotesten zal doen verstommen: het lijkt een utopie. Maar, lijkt de gedachte: beter een gesloten front dan een verbrokkeld slagveld.

HET VERSCHIL
Het meningsverschil tussen de provincies en de minister draaide om een stikstofregel voor stoppende veehouders. Als zij ermee ophouden, kunnen ze de stikstofruimte die zij innamen voor een deel verkopen. Bijvoorbeeld aan een woningbouwproject, of aan een collega die wil uitbreiden.

Het pijnpunt daarbij: hoe definieer je die stikstofruimte precies? Stel dat een boer een vergunning heeft om 160 dieren te mogen houden. Hij heeft een stal waar er 130 in passen, en heeft in werkelijkheid 100 dieren. De provincies wilden de 100 koeien als uitgangspunt te nemen, de minister zat op de lijn van 130.

Van die verkoopbare stikstofruimte gaat vervolgens nog 30 procent af, om te waarborgen dat de uitstoot ook echt daalt. Volgens de lijn van de provincies zou de boer in dit voorbeeld dus de stikstofruimte van 70 koeien kunnen verkopen. Nog niet de helft van de 160 koeien die hij op basis van zijn natuurvergunning mocht houden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden