PlusAchtergrond

Problemen rond taakstraffen: waar kunnen gedemotiveerde jongeren nog terecht?

Steeds meer jongeren met taakstraffen zijn moeilijk te motiveren of accepteren hun straf niet.Beeld Eva Plevier

Het wordt steeds lastiger instellingen en bedrijven te vinden waar jongeren hun taakstraffen kunnen volbrengen. Een campagne moet daar verandering in brengen. Maar wat meespeelt: de jongeren worden steeds moeilijker.

De komst van een journalist en een fotograaf werpt een deken van landerigheid over de vier jongens die aan een rand van het ­Amsterdamse Bos hun taakstraf uitvoeren – in hun geval het egaliseren van een bospad met houtsnippers. De helft van de toch bescheiden lading snippers die een van de jongens in de kruiwagen moet gooien, belandt daarnaast. Hij houdt zijn spade demonstratief met maar één hand vast.

De andere drie stralen in alles desinteresse uit.

Voor het arbeidsethos is onze aanwezigheid funest. Het is ondenkbaar dat een van de jongens onder deze groepsdruk ineens wél erg zijn best zal doen. We blijven dus niet te lang. Maar net lang genoeg om te leren dat de jongens hun werk ‘fokking saai’ vinden.

“Dat je werk móet doen, motiveert natuurlijk niet,” zegt werkmeester Patrick Aboikoni. Aan hem de schone taak er met de jongens het beste van te maken en te zorgen dat ze ook vandaag in elk geval die zeven uur weer volmaken – en hopelijk inzien dat ze niet weer met justitie moeten botsen.

De vier hebben geluk met het weer: vanwege de hitte mogen ze waarschijnlijk weer wat eerder het busje in, terug naar het kantoor van de Raad voor de Kinderbescherming Amsterdam op de Pieter Calandlaan in Nieuw-West.

Bruin blad weghalen

De Botanische Tuin Zuidas even verderop, achter de Vrije Universiteit, ontvangt niet maximaal zes, zoals het Amsterdamse Bos, maar één jongen of meisje met een taakstraf tegelijkertijd. Dat kan een heel ander effect hebben op de wil te werken en wat op te steken.

Hier laten de vijf vaste medewerkers de jongeren met een taakstraf meedraaien met de zestig vrijwilligers die de exotische planten onderhouden.

In de tuin, opgericht in 1967, mogen de jongeren hun taakstraf volbrengen te midden van de grootste cactuscollectie van Nederland. Degenen die hier worden geplaatst, zijn dan ook met zorg geselecteerd.

“We kunnen hier geen messentrekkers gebruiken, maar hebben wat rustigere jongens nodig die normaal contact kunnen hebben met onze mensen en onze bezoekers,” zegt collectie­beheerder en vrijwilligerscoördinator Dennis Lodder. “De jongens kunnen hier echt meedraaien en doen zinnig werk. Onkruid wieden, water geven, compost rijden, bruin blad weghalen... Ik stel ze aan de anderen voor als stagiair en hoef niet te weten wat ze hebben gedaan.” De ene keer gaat het wat moeizamer, de andere keer vindt de jongere het leuk van alles van planten te leren of met de vrijwilligers om te gaan.

Waar jongens en meisjes hun taakstraf uitvoeren, bepaalt coördinator taakstraffen Yasemin Yilmaz van de Raad voor de Kinderbescherming of een van haar zes collega’s in Amsterdam.

“Een zedendelinquent moet je niet in een zwembad zetten,” zegt Yilmaz.

Het Amsterdamse Bos is voor de moeilijkere jongens bijvoorbeeld een goede plek, met elke dag wel werk, dat ook kan bestaan uit onkruid wieden of afval prikken na een illegaal feestje. Verzorgingshuizen vergen een bepaald type jongeren, net zoals supermarkten of andere winkels waar veel contact is met klanten.

De Raad voor de Kinderbescherming heeft steeds meer moeite goede ‘projectplaatsen’ te vinden, en vrijwilligers die de jongens daar als werkmeester onder hun hoede nemen.

De eisen zijn strenger geworden – zo is nu óók een verklaring omtrent gedrag nodig in een garage, autowasserij of sportschool. Bovenal zijn de jongens die taakstraffen krijgen van een zwaardere categorie. Dus moeten de werkbegeleiders ook stevige types zijn.

“De lichtere zaken gaan steeds meer naar bureau Halt. Onze cliënten kampen met steeds meer problemen,” zegt Yilmaz. “We krijgen vaker jongeren die voor misdrijven met messen zijn veroordeeld, omdat ze zich mede door de drillrap ongewapend onveilig voelen. Ik heb jongens gehad die me steekwonden lieten zien of die zelf iemand hadden neergestoken.”

Trekken aan dood paard

Zo krijgen Yilmaz en haar collega’s steeds meer jongens in hun pakket die moeilijk zijn te motiveren of hun straf niet accepteren. “Dan is het trekken aan een dood paard. Toch proberen we te voorkomen dat zo’n jongen alsnog een ­kale celstraf moet uitzitten, want daar leren de meesten niets van.”

Taakstraffen worden opgelegd voor een grote verscheidenheid aan misstappen. Heel veel spijbelen kan een reden zijn, diefstallen zijn dat heel vaak, maar soms ook verkrachtingen – al zal de straf dan bestaan uit een celstraf waarop nog een taakstraf volgt.

Iedere coördinator heeft zo’n veertig jongens onder zijn of haar hoede. Momenteel wachten 170 jongeren tot ze hun werkstraf kunnen uitvoeren. In oktober begint de Raad voor de Kinderbescherming een campagne om projectplaatsen en werkbegeleiders te werven. Yilmaz: “Als instelling krijg je extra handen ter beschikking en je doet wat voor de samenleving. Je biedt die jongeren een nieuwe kans. Ze hebben een goed voorbeeld nodig, ze moeten zien dat mensen succes hebben door hard te werken.”

Van een taakstraf kun je iets leren

Taakstraffen van maximaal 240 uur worden opgelegd voor een grote verscheidenheid aan overtredingen en misdrijven, van stelselmatig spijbelen tot zedenmisdrijven.

Veroordelingen kunnen puur uit een taakstraf bestaan of uit een celstraf met daarna een werkstraf. De coördinator taakstraffen van de Raad voor de Kinderbescherming zoekt een opvoedkundig verantwoorde plek voor elke ­specifieke gestrafte en ziet toe op de uitvoering. Wie zijn taakstraf niet naar behoren vervult, moet alsnog de cel in.

De Raad voor de Kinder­bescherming begeleidt jaarlijks ongeveer 6000 taakstraffen voor jeugdigen. Tien jaar geleden waren dat er nog meer dan 20.000. Dat komt door de afname van de jeugdcriminaliteit en het beleid jongeren waar mogelijk buiten het strafrecht te houden en bijvoorbeeld naar Halt te sturen.

Sinds het adolescentenstrafrecht is ingevoerd, kunnen rechters een ­verdachte tussen de 16 en de 23 jaar als jeugdige of als volwassene berechten.

Wie een taakstraf krijgt via het jeugdrecht, belandt bij de Raad voor de Kinderbescherming. Volwassenen zijn een taak voor de reclassering.

Het doel van een werkstraf is helder: het bestraffen van de misstap en de gestrafte iets bijbrengen, waardoor deze niet opnieuw in de fout gaat.

De Raad voor de Kinder­bescherming ziet sommige jongeren weliswaar herhaaldelijk terug, maar het komt óók voor dat een jongen of meisje uiteindelijk een vakantiebaantje krijgt in het bedrijf of instelling van de taakstraf. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden