PlusDe klapstoel

Presentator Sosha Duysker: ‘Ik noem Het Klokhuis altijd mijn tweede opvoeding’

Sosha Duysker (1991) is presentator en actrice. Ze is een van de vaste gezichten van het kinderprogramma Het Klokhuis. Sinds kort werkt ze als verslaggever bij het wetenschapsprogramma Atlas.

Sosha Duysker. Beeld Harmen de Jong
Sosha Duysker.Beeld Harmen de Jong

Amstelveen

“Ik ben geboren in Amstelveen, omdat mijn ouders op Uilenstede woonden toen mijn ­moeder zwanger werd van mijn oudste zus. Daarna zijn ze bij dat ziekenhuis gebleven. De eerste drie maanden van mijn leven woonde ik aan het Stadionplein, in Oud-Zuid. Ik was nummer drie. In Grootebroek, in West-Friesland, vonden ze een huis met vijf slaapkamers – nog eens wat anders dan ons flatje in Oud-Zuid.”

“Inmiddels wonen we in Bovenkarspel. Ons oude huis moest plaatsmaken voor de uitbreiding van het winkelcentrum. Mijn moeder maakte vroeger altijd grappen over de Skraldi, de skere Aldi, en nu staat er precies een Aldi op de plek van ons huis. Het is wel gek dat het er niet meer is. Mijn geboortegrond is eerder Grootebroek dan Amstelveen of Amsterdam. Wanneer ik niet lekker in mijn vel zit, ga ik naar die plek en probeer ik dat gevoel van mijn kindertijd terug te halen. Maar dat is er niet meer, het is weg.”

Moeder

“Ze is overleden toen ik 11 was. Ze had borstkanker met uitzaaiingen naar de hersenen. Ik zat in groep 8, mijn eindmusical heeft ze nog net kunnen zien. Ze zat vooraan, dik en kaal van de chemo, in een rolstoel. Ik kon er helemaal niet mee omgaan. Ik had een vlucht­mechanisme ontwikkeld: als we mijn moeder in het ziekenhuis opzochten, zette ik altijd een koptelefoon op en ging ik televisie kijken. Als iemand me daarop aansprak, werd ik boos. Ik was toen sowieso erg in mezelf gekeerd. Mijn vader had vrij snel een nieuwe vrouw, dat was ook heel moeilijk. Op mijn moeders sterfbed heb ik in haar oor gefluisterd: ze komt er niet in hoor mam. Wel in het huis, maar niet in het hart. Het doet me nog steeds pijn als ik daaraan terugdenk. Dat was een heel donkere tijd.”

Bakker

“Mijn eerste baantje. Achter de kassa in bakkerij Stevers in Enkhuizen, even verderop. Het betekende elke zaterdag om 6 uur opstaan, maar ik vond het heerlijk, mijn eigen centen verdienen. Ik was er ook goed in, want ik was heel snel. Alleen dat hoofdrekenen was lastig. Iemand geeft 5 euro, hoeveel krijgt ie dan terug? Daar heb ik thuis met mijn stiefmoeder wel op zitten oefenen.”

Suriname

“Het land van mijn roots. Mijn ouders zijn ­beiden Surinaams, maar hebben elkaar leren kennen op een feestje in Nederland. Ze gingen terug naar Suriname om daar een gezinsleven op te bouwen, maar dat was in 1982, ten tijde van de coup en de Decembermoorden, dus toen dachten ze: hell no. Daarna kwamen ze terecht op het Stadionplein.”

“Ik ben nog nooit in Suriname geweest. Met een beetje geluk ga ik dit jaar. Ik moet erheen, ik moet dat proeven en ervaren, ik denk dat het gaat helpen om dingen beter te begrijpen. Zeker nu ik me zo inzet tegen racisme. Ik wil beter kunnen duiden waar bepaalde emoties en gevoelens bij mij vandaan komen.”

2000

“Jemig. Bizar, het aantal sollicitanten voor Het Klokhuis waaruit ik uiteindelijk werd gekozen. Ik had een filmpje gemaakt waarin ik ging paardrijden. Ik vind paarden prachtig, maar ook doodeng. In dat filmpje ging ik mijn angsten overwinnen – ik durfde het eerst niet eens in te sturen. Vroeger keken we altijd Het Klokhuis, dus toen ik werd aangenomen, was de ­cirkel rond. Kindertelevisie maken is heel leuk. De mensen met wie je werkt, zijn net een slagje gekker, en ik hou wel van gek. Ik doe van alles bij Het Klokhuis. Het ene moment sta je in een worstenbroodjesfabriek, de andere keer ben je een koe aan het melken of sta je tussen de humanoids, een soort menselijke robots. Ik noem het altijd mijn tweede opvoeding.”

Nieuwsuur

“Op een dag kreeg ik een berichtje van Arjen Lubach: we zijn bezig met een liedje over Nieuwsuur, lijkt het je leuk het refrein in te ­zingen? We volgen elkaar op Instagram en daar had ik weleens filmpjes geplaatst waarin ik zong. Noodkreten in zang, die er dan even uit moeten. Mijn eerste reactie is altijd nee, maar uiteindelijk besloot ik: waarschijnlijk wordt het hartstikke leuk, het is Lubach, gewoon doen. En het ging viral. Ik was nog nooit viral gegaan. De volgende dag waren mensen op straat dat liedje aan het zingen, of gilden naar me: hé, ga niet naar Nieuwsuur hè? Dat je denkt: heeft iedereen dit gezien of zo?”

Zwarte Piet

“Lastig. Er is nog steeds niet besloten: jongens, we doen het gewoon niet meer. Als kind vond ik sinterklaas leuk en spannend, maar er gebeurden ook dingen die ik niet kon plaatsen. Als er een Zwarte Piet met Surinaams accent de klas in kwam, dacht ik: waarom praat je als mijn tante? Maar als iedereen om je heen lacht en klapt, zou het toch wel goed zijn, dacht ik. Wij vierden het thuis, omdat mijn ouders zich wilden aanpassen – op school werd sinterklaas namelijk uitbundig gevierd. Maar mijn vader heeft het altijd een moeilijk feest gevonden. Hij werd rond sinterklaas altijd uitgemaakt voor Zwarte Piet. Daarom lag hij tijdens pakjesavond altijd een beetje passief-agressief op de bank.”

Mark Rutte

“Toen zat ik ineens op het Catshuis! Het is toch eigenlijk verbijsterend, dacht ik, dat Zwarte Piet al zo lang een discussie is. Ik vroeg me af wat er zou gebeuren als je mensen wat meer bij de hand zou nemen en hun van A tot Z zou uitleggen hoe Zwarte Piet tot stand is gekomen. Zo ontstond die video. Vervolgens werd ik gebeld door een communicatiepersoon van Mark Rutte. Ze wilden graag met me in contact komen – dat bleek uiteindelijk om een gesprek in het Catshuis over racisme te gaan.”

“Eerst wilde ik niet. Ik vond het raar dat actiegroepen als Kick Out Zwarte Piet niet waren uitgenodigd. Ik heb op een gegeven moment ook gevraagd: meneer Rutte, waarom zit ik hier eigenlijk? Uiteindelijk antwoordde hij dat het met hen een heel ander gesprek zou worden. Dat is natuurlijk waar, maar ze hadden er op zijn minst bij moeten zijn. Zonder hen was dit sneeuwbaleffect nooit ontstaan, zij zijn jarenlang geridiculiseerd en weggezet als radicaal. Terwijl ze gewoon een boodschap te brengen hebben. Ik vond het heftig dat daar niet naar werd geluisterd.”

Opruimen

“Heerlijk. Dat is mijn therapie. Als ik thuiskom na een lange draaidag, denk ik als eerste: ik moet opruimen. In een rommelig huis raak ik gestrest. Dan krijg ik een error in mijn hoofd. Kortsluiting. Eerst ruimde ik ook alles achter de kont van mijn halfbroertje en halfzusje op, maar daar ben ik mee gestopt. Bij mij is alles strakgetrokken. Liggen de kussens recht, is het huis gestofzuigd, kun je van de vloer eten.”

Slap frietje

“Die opmerking deed wel een beetje pijn. Vreselijk. Twee AD-journalisten schreven na mijn optreden in De slimste mens dat ik de algemene kennis had van een slap frietje. En dat mijn optreden dramatisch was. Zo heb ik dat helemaal niet ervaren. Ik kreeg alleen een black-out tijdens de finale, ik wist niet meer bij welke partij Rob Jetten hoorde. De druk, je ziet de secondes wegtikken, ik wist het niet meer. Een beetje jammer dat op dat moment twee miljoen mensen je zien stotteren en stamelen.”

“Het is een momentopname. Als je een paar antwoorden niet weet, denken mensen meteen dat je achterlijk bent. Of dat je, als je Het Klokhuis presenteert, een wandelende encyclopedie bent. Maar geloof me, niet alles blijft hangen. Was het maar waar.”

Bus

“Rhenen heeft lang op mijn zwarte lijst gestaan. Ik was voor Het Klokhuis onderweg naar Ouwehands Dierenpark. Toen ik in Rhenen de bus wilde pakken, gingen de deuren niet open. ­Achterin stapten wel mensen uit. Ik stond te zwaaien: hallo, mag ik erin? Maar de buschauffeur bleef voor zich uit kijken. Op een gegeven moment ging de achterdeur weer dicht. Hij liet me gewoon staan, dus ik werd kwaad en sloeg, bam, op de deur. Toen gebaarde de chauffeur van: ja, wat?! En hij reed weg. De bus was zo goed als leeg. Ik keek opzij naar de halte van: dit zagen jullie toch ook? Dit moest een huidskleurdingetje zijn geweest.”

“Vroeger werden er vaak apengeluiden gemaakt als ik ergens kwam, of riepen mensen kankernikker. Elke dag op weg naar school dacht ik: wie zou ik nu weer onderweg tegen­komen? In Grootebroek waren we de enige mensen van kleur. Mijn oudste zus is van school gewisseld omdat ze werd gepest. Om haar haar, om haar uiterlijk. Op de nieuwe school ging het beter. Mijn ouders zijn daar altijd heel sterk in geweest. Die dachten: fuck it, wij horen hier net zoveel als ieder ander. Als je er iets van vindt dat wij hier wonen: succes ermee.”

Gouden Kalveren

“Die mocht ik presenteren afgelopen jaar. Het was zo gezellig. Er was geen publiek, alleen genomineerden, en die zaten allemaal bij elkaar. Twee minuten van tevoren hing ik als een stervende zwaan in de coulissen van de zenuwen. Je moet het maar waarmaken, de crème de la crème van acterend Nederland een leuke avond bezorgen. Dus dat werd mijn missie. Kapsalon Romy werd de grote winnaar. Mooie film. Ik ben sowieso fan van Beppie Melissen. Ze weet het niet, maar ze is mijn vriendin.”

Thijs Zonneveld

“Die schrijft over wielrennen toch? Ik houd eigenlijk niet van fietsen, ik heb al tijden geen fiets. Ik heb jaren in Amsterdam gewoond en letterlijk elke fiets die ik had, werd gejat. Toen dacht ik: misschien is een fiets gewoon niet aan mij besteed. Dus ik loop of pak de auto. Ik was wel een nep-Amsterdammer, zo zonder fiets.”

Atlas is elke woensdag om 20.25 uur te zien op NPO 2, Het Klokhuis is dagelijks om 18.40 op Zapp.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden