PlusDe Klapstoel

Presentator Natasja Gibbs: ‘Toen we een meldpunt wilden voor racisme in de media noemden ze ons een NSB-club’

Natasja Gibbs.  Beeld Marc Driessen
Natasja Gibbs.Beeld Marc Driessen

Natasja Gibbs (1979) is radio- en televisiepresentator. Ze presenteert De Nieuws BV en deze zomer is ze duopresentator van Op1.

Hilversum

‘Een beetje saai. Aan de ene kant heb ik leuke herinneringen aan buiten fietsen en lekker naar de hei, maar toen ik tiener was, wist ik niet hoe snel ik daar weg moest komen. In mijn jeugd en opvoeding was toch sprake van verborgen armoede. Dan zit je in de klas met kinderen uit een villawijk met de laatste All Stars, en jij hebt een leuk shirt uit de zak van Max getrokken. En nu werk ik er, hoe ironisch is dat! Ik moet eerlijk bekennen dat ik af en toe met een glimlach Hilversum binnenrijd, zo van: ik kom hier nu toch wel anders terug. Toch een kleine overwinning, of is dat gek?”

Koninkrijkskind

“Toen ik als correspondent op Curaçao ging wonen, dacht ik: nu kom ik echt thuis. Dat was dus niet zo. Ik ben uiteindelijk een Hollander: veel te uitgesproken, ik kleed me raar, mijn haar zat veel te uitbundig. Mijn tantes zeiden: ‘Je bent wel erg lang op het strand geweest, je bent nu wel echt zwart, hè.’ Dat is natuurlijk allemaal een uitvloeisel van het kolonialisme, dat begreep ik later. Ik spreek ook Papiaments met een zwaar Nederlands accent. Dat was ook de grap die ze maakten: ‘Jij klinkt als een Nederlandse pastoor!’ Eigenlijk kom je tot de conclusie dat je overal uit de toon valt, maar je toch overal thuis voelt: in Curacao en ook hier. Daarom noem ik mezelf een Koninkrijkskind.”.

Jehova

“Ik denk als eerste: run, run, maar tegelijkertijd was het een groot onderdeel van mijn opvoeding en jeugd. Mijn moeder heeft me later verteld dat het voor haar een gemeenschap was waar ze als migrant in Nederland werd opgenomen. Als je ver van huis bent, raad zoekt en drie jonge kinderen hebt, is dat een houvast. Ik begrijp dat wel, maar voor mij als kind was het een gevangenis. Ik ben enorm blij dat ik daar afscheid van heb genomen, en mijn moeder ook. Daardoor hebben we nu een enorm hechte band. Juist het geloof stond tussen ons in.”

Angst

“Nou, mijn vader was best een leuke vent, hoor, vroeger. Ik heb goede herinneringen aan toen ik heel klein was. Mijn vader leerde me fietsen, nam me mee naar voetballen, ik was echt zijn oogappeltje. Als kind is je vader natuurlijk een held, totdat er scheurtjes in het heldendom komen. Ik weet niet of het een psychische aandoening was of dat er ineens iets bij hem knapte, maar hij begon rare trekken te vertonen en mijn moeder en ons te mishandelen. Vroeger had ik wel angst, en ik ben boos geweest, vol walging, maar nu ik ouder ben, voel ik meer een vorm van medelijden: je zal maar je gezin kwijt zijn en niemand wil meer met je omgaan. Ik vind dat wel treurig, maar ik wil niets meer met hem te maken hebben.”

Reguliersdwarsstraat

“Ja, leuk! Ik ben altijd een laatbloeier geweest, dat komt mede door dat geloof. Niks kon, niks mocht, maar ik heb altijd wel een drang gehad naar zelfexpressie. Dat vond ik in de Reguliersdwars, tijdens mijn studententijd. Ik wist helemaal niet hoe ik mezelf moest opmaken, kleden, dat leerde ik daar allemaal. Het was geweldig. Ik heb daar leren uitgaan, leren drinken en mezelf leren accepteren in een omgeving waar andere mensen ook bezig waren zichzelf te accepteren. Het klinkt misschien raar voor een heterovrouw, maar ik voelde me daar heel erg thuis. Die kwetsbaarheid in de gay­wereld herkende ik totaal. De ontreddering soms en tegelijkertijd: we hebben altijd nog de muziek en elkaar.”

Caribisch Netwerk

“Een leuke tijd als correspondent, maar ook een tijd van frustratie. Het Caribisch Netwerk is ontstaan toen de Wereldomroep werd opgeheven in het Caribisch gebied en het doel was: blijf die informatiestroom van beide kanten gaande houden, zodat we die brug kunnen slaan naar elkaar toe. Dat vind ik een te gek doel.”

“Tegelijkertijd denk ik: is dat niet gewoon de taak van de publieke omroep? De NOS neemt tegenwoordig veel meer regionaal nieuws mee. In die zin kun je het Caribisch deel van ons koninkrijk als regionaal zien. Maar dat gebeurt niet, alleen bij rampen of heel uitzonderlijke gevallen. De eilanden verdienen gewoon dedicated en volledige journalistieke aandacht, zeker omdat er zo stereotype over de eilanden wordt gedacht.”

Manifest

“Was hard nodig. Het manifest Stop racisme in de media kwam voort uit frustraties en pijn die er al heel lang waren, maar waar we alleen in besloten kring therapeutisch over praatten. Door de massale Black Lives Matterprotesten zagen we: nu is het moment om hard aan de bel te trekken, nu staat de wereld ervoor open. En dat bleek ook, want we werden overal uitgenodigd om te komen praten. Maar ja, nu nog actie eraan verbinden, en dat bleek toch moeilijker dan we dachten.”

“Een van onze suggesties was een meldpunt. Daar kregen we heel veel backlash op. Mensen zeiden: wat is dit voor een NSB-club? Gaan jullie dan als een soort verraders op redacties rondlopen? Kunnen we dan niet meer zeggen wat we denken? Dat was natuurlijk nooit onze bedoeling, maar de tijd van praten en lekker wat meer diversiteit beloven is wel voorbij. Er moet nu echt meer druk op worden gezet. Het vergt ook dat je plaatsmaakt voor mensen met een diverse afkomst. Daar zijn veel mensen huiverig voor en dat kan ik me ook goed voorstellen. Het gaat ergens pijn doen, want we hebben een inhaalslag te maken. Hele speech dit.”

Renze Klamer

“Ik ben hem opgevolgd bij De Nieuws BV. Ik stond er eerder al versteld van met welk schijnbaar gemak hij programma’s presenteert en teksten onthoudt. Hij trok me een keer het podium op om karaoke te zingen; stond hij daar in zijn oranje pak tijdens Koningsdag. Hele leuke vent.”

“O, overigens, dat is helemaal niet waar! Toen ik Renze voor het eerst ontmoette, vond ik hem echt een eikel. Hij had een speciaal thema georganiseerd: Dit is de dag op zwart. Zodat iedereen kennis kon maken met zwarte radiopresentatoren. Dus ik twitterde: als je een keer zwarte mensen aan het werk wilt zien, kom gewoon eens langs bij FunX. Die uitnodiging heeft hij aangenomen. We hebben een heel leuk gesprek gehad, hij bedoelde het goed, maar het klonk alleen dat ik dacht: onder welke steen heb jij gelegen? We zijn er al gewoon, hoor.”

Op1

“Een heel spannende zomerbaan. We hebben de afspraak gemaakt voor zes afleveringen. Dus ja, spannend. Zweethandjes. Dan lig je echt onder een vergrootglas, zeg. Dat had ik wel een beetje onderschat. Ik weet nog dat ik dacht: wat zit iedereen opgefokt te doen. Het is maar televisie, hè. Volgens mij vinden mensen dat niet leuk als je dat zegt.”

“Maar toen ik er voor het eerst zat, voelde ik heel erg de zenuwen, terwijl ik me bij De Nieuws BV als een vis in het water voel. De eerste uitzending kwam een leiding­gevende kijken, een coach, allemaal eindredacteuren. Toen dacht ik: volgens mij is dit toch heel belangrijk dus. In mijn nabijheid zijn de reacties natuurlijk allemaal lovend, maar ik kijk niet op Twitter. Dat doet mijn vriend.”

Sven Kockelmann

“Zal ik je daar eens wat leuks over vertellen? Dus ik loop door dat radiohuis, de eerste dagen van De Nieuws BV, en ik kom daar elke keer een aardige man tegen. Pas toen hij later een keer een mondmasker op had, kwam ik erachter dat ik dus de hele tijd met Sven Kockelmann had staan praten. Door dat mondmasker moest ik focussen op zijn stem, en dacht: verrek, dat is de man van de radio! Daar heb ik hem altijd bewonderd. Zijn manier van interviewen, iets wat ik nooit zou kunnen en ook niet willen, zijn techniek, zijn opbouw, dat vind ik gewoon geweldig. Ze noemen hem niet voor niets De Kockelmeister.”

Toyboy

“Je doelt natuurlijk op het leeftijdsverschil tussen mijn vriend en mezelf. Nou, dat is geen toyboy, hoor. Niemand heeft bij Wessel het idee dat hij tien jaar jonger is. Overigens is hij in zijn gedrag ook veel volwassener dan ik ben. Hij brengt zoveel rust in mijn leven, in ritme, in alles. Ik ben een warhoofd, ik plan altijd te veel. Dat doet hij niet, daarom is hij ook producer. In het begin was ik wel huiverig voor het leeftijdsverschil, hij was 27 en ik 37. Ik dacht: dat is voor hem ook niet leuk.”

Peter R. de Vries

“Ja, vreselijk. Ik zag hem de laatste keer tijdens de Racisme Kennistest. Tijdens de opname was hij zoals we hem kenden: superkritisch, op elke vraag had hij wat aan te merken. Het was mijn allereerste grote televisiepresentatie, en voor de autocue moest ik de hele tijd langs de chagrijnige kop van Peter kijken. Ik werd daar best zenuwachtig van.”

“Op heel veel punten had hij ook wel gelijk. Als het gaat om staande houden of etnisch profileren moet de formulering echt kloppen. Daarna ging hij ook nog zeggen dat de opname onwijs uitliep, maar hoe kwam dat? Door Peter! Maar hij had wel tijd voor ons vrijgemaakt, dus ik bood mijn excuses aan en zei dat ik het best spannend vond, mijn eerste keer. Toen zag ik iets in zijn blik veranderen. Hij verzachtte.”

Rutger Groot Wassink

“Die heb ik vaak genoeg geïnterviewd, voor FunX. Sympathieke man, die opkomt voor de dingen die mij ook aan het hart gaan. Maar ook wel een mooiprater. Soms denk ik: Rutger, je kunt het ook wel erg mooi verwoorden, leuk – en nu? Ik heb veel van die beloftes en leuke voornemens nog altijd nergens teruggezien.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden