PlusAchtergrond

Polderend de coronacrisis door: ‘Eigenlijk hebben we 17 miljoen virologen in dienst’

Wie is eigenlijk de baas van de coronabestrijding in Nederland? Achter de schermen steggelen kabinet, burgemeesters en GGD’s over nieuwe maatregelen. ‘We polderen wat af.’

Rutte, Halsema, De Jonge, Aboutaleb, Bruls en Grapperhaus.Beeld ANP

Een loopgravenoorlog. Zo noemt een Haagse ingewijde de strijd tussen minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid) en de GGD’s. Want waar De Jonge wil dat de GGD’s meer, sneller en met voorrang testen, trappen de GGD’s op de rem. De wachttijd voor een coronatest loopt op tot wel vier werkdagen. En wie pech heeft, moet ruim een uur rijden naar een teststraat aan de andere kant van het land.

“De GGD’s waren simpelweg niet voorbereid op zo’n grootschalige pandemie, en dat merk je nu nog steeds,” zegt Sanneke Kuipers, universitair hoofddocent crisis governance bij de Universiteit Leiden. “Jarenlang is op de GGD’s bezuinigd. Nu moeten opeens honderdduizenden mensen worden getest. Dan kan De Jonge wel van alles willen, maar het is begrijpelijk dat hij tegengas krijgt.”

De strijd tussen De Jonge en de GGD’s werd vorige week pijnlijk zichtbaar toen een brief uitlekte van GGD-voorman André Rouvoet. In die brief kraakte de oud-minister het kabinetsplan om zorg- en onderwijsmedewerkers met voorrang te testen. Volgens Rouvoet was dat niet de juiste manier om het virus in te dammen: dat kon beter door te focussen op het testen van contacten van besmette mensen én door meer maatregelen te nemen.

Typisch Nederlands

Dat De Jonge toch zijn zin kreeg, blijkt uit de uitkomst van de discussie: sinds deze week kan personeel in zorg en onderwijs zich met voorrang laten testen. Andere Nederlanders moeten daardoor langer wachten. “We steggelen wat af, de minister hakt een knoop door en daar legt iedereen zich meestal wel bij neer”, zegt Kuipers. “Typisch Nederlands bestuur.”

Polderend de crisis door. Voortdurend overleggen en afstemmen: het zit misschien wel in het dna van Nederlandse bestuurders. Maar het is ook de manier waarop het nou eenmaal wettelijk is geregeld, vertelt Jan Brouwer, hoogleraar recht en samenleving aan de Rijksuniversiteit Groningen. “Corona is begin dit jaar bestempeld tot A-ziekte. De Wet op de Publieke Gezondheid schrijft voor dat minister De Jonge op zo’n moment de leiding krijgt over de virusbestrijding. Hij is nu dus onmiskenbaar de baas.”

Maar De Jonge doet het niet alleen. Hij stuurt – samen met minister Ferd Grapperhaus (Justitie) – de 25 voorzitters van de veiligheidsregio’s aan. Dat zijn de burgemeesters van de grootste steden in die regio’s, die op hun beurt de 25 regionale GGD’s onder hun hoede hebben. “Superburgemeesters,” noemt Brouwer ze. “Zij gaan over de openbare orde en veiligheid in een regio. Ze bepalen welke maatregelen in de noodverordeningen komen te staan. Formeel zijn ze ondergeschikt aan de minister, maar in de praktijk proberen ze er telkens samen uit te komen.”

Minister Hugo de Jonge Volksgezondheid) en premier Mark Rutte op weg naar een Kamerdebat over de aanpak van de coronacrisis.Beeld EPA

Superburgemeesters

Coronaminister De Jonge trekt dus aan de touwtjes. Met zijn baas, premier Mark Rutte, is hij hét gezicht van de coronabestrijding. Maar het doorlopende overleg tussen kabinet, adviseurs en ‘superburgemeesters’ lijkt nieuw coronabeleid soms in de weg te staan.

Dat bleek een week geleden, toen het kabinet aankondigde dat de kroegen in zes veiligheidsregio’s om 01.00 uur ’s nachts de deuren moesten sluiten. De afzonderlijke veiligheidsregio’s zouden daar bovenop eigen maatregelen bekendmaken. Maar die extra maatregelen bleken niet veel voor te stellen: Rotterdam ging ‘het gesprek aan’ met studenten, Amsterdam sloot ’s nachts enkele parken af.

Het was de uitkomst van een bestuurlijk straatgevecht, zeggen ingewijden. Het kabinet – bezorgd over de forse stijging van het aantal besmettingen – eiste zichtbare, strenge maatregelen. Maar de burgemeesters voelden daar niet veel voor. Zij willen niet verantwoordelijk zijn voor de nekslag voor lokale, langzaam opkrabbelende ondernemers. De burgemeesters zijn ook bang dat sommige maatregelen niet effectief zijn. Door cafés te sluiten, komen er meer thuisfeestjes waar nóg minder ruimte is en het virus zich makkelijker kan verspreiden, denken de veiligheidsregio’s. Handhaven achter de voordeur is helemaal lastig.

Vrees

“Ik deel die vrees ook,” zegt Hubert Bruls, voorzitter van de club van veiligheidsregio’s en burgemeester van Nijmegen. “Ik vraag mij nog steeds af of je de vervroegde sluiting van horeca voor een héle regio moet doen. Voor een studentenstad als Nijmegen is dat verstandig, maar in mijn regio zijn ook veel plaatsen waar het aantal besmettingen niet zo hard stijgt.”

Burgemeester Hubert Bruls en minister Ferd Grapperhaus (Justitie) na afloop van een overleg over de coronamaatregelen met burgemeesters van de 25 grootste gemeenten.Beeld ANP

Ondanks het verzet – ook van Bruls – hakten ministers De Jonge en Grapperhaus de knoop door. “Die zeiden: ‘Laten we voor de onderlinge solidariteit één lijn trekken, anders worden de verschillen te groot’. En daar hebben de burgemeesters zich bij neergelegd,” blikt Bruls terug. “Dat is ook goed, denk ik. Iemand moet de besluiten nemen.”

Ergernis

In de Tweede Kamer groeit ondertussen de ergernis over de stroperige besluitvorming en de problemen bij de GGD’s. De Jonge probeert bij te sturen, maar dat valt niet overal in goede aarde. “Het kabinet moet zich niet overal te gedetailleerd mee bemoeien,” vindt Bruls “Dat gebeurt nu wel bij de GGD’s. Ik snap het wel, want de Tweede Kamer voert de druk op. Maar uiteindelijk weten de GGD’s zelf het beste hoe ze hun testen en bron- en contactonderzoek kunnen uitvoeren. Dat moet je aan hen overlaten.”

Afgelopen voorjaar – toen de coronacrisis plots losbarstte – werd het gezag van het kabinet amper in twijfel getrokken. “Het virus was nieuw, de angst was groot,” zegt crisisdeskundige Kuipers. “Het kabinet zette centraal de lijnen uit, en iedereen volgde die op. In april en mei was het land nog in de ban van de tekorten aan IC-bedden en hoge sterftecijfers. Iedereen ging af op de adviezen van het RIVM en het OMT en vertrouwde het kabinetsbeleid.”

Dat is nu wel anders, stelt Kuipers. “In de zomer is het gaan wringen. Er kwam een omslag toen de landelijke besmettingscijfers kelderden en er regionale verschillen ontstonden. De centrale aansturing van het kabinet leek te verzanden, ook omdat de keuze werd gemaakt voor een regionale aanpak. Over die regionale aanpak ontstonden conflicten met de veiligheidsregio’s. Dat helpt niet om het gezag van het kabinet overeind te houden.”

Mondkapjesplicht

Als voorbeeld noemt Kuipers de tijdelijke mondkapjesplicht in winkelstraten in Amsterdam en Rotterdam. “De burgemeesters van die steden wilden graag zo’n mondkapjesplicht. Het Rijk kon daar in eerste instantie niet anders op reageren dan te zeggen dat het een zinloze maatregel is, want dat is hoe het RIVM erover denkt. Maar de burgemeesters bleven aandringen en hamerden erop dat de openbare orde en veiligheid in hun gemeente in het geding was. Dan heb je wel een A-ziekte, maar burgemeesters blijven verantwoordelijk voor de openbare orde. Dat botst dus.”

Amsterdam en Rotterdam kregen hun mondkapjesplicht, ondanks verzet vanuit het kabinet. Nog geen maand later werd het experiment alweer stopgezet, waarschijnlijk omdat winkeliers klaagden over teruglopende klandizie. “We hebben het laatste hier niet van gezien,” denkt Kuipers. “Dit blijf je houden. Pas als het gevoel van urgentie weer groot wordt – wanneer de ziekenhuizen volstromen – zul je zien dat alles vloeibaar wordt. Dan zal iedereen accepteren dat de besluitvorming centraliseert.” Burgemeester Aboutaleb van Rotterdam riep gisteren al op over te stappen van regionale naar landelijke maatregelen. 

Van alles fout

Burgemeester Bruls weet nu al dat bij een tweede golf van alles fout zal gaan. “Dat blijft zo, want de samenleving is niet maakbaar. We zitten middenin een crisis. Wie ook de besluiten neemt, er zal tegenslag zijn. Daarom heb ik liever dat we met z’n allen een breed gedragen besluit nemen, dan dat iemand top-down maatregelen oplegt.”

Volgens Bruls is het goed dat ‘iedereen meepraat over coronamaatregelen en kritiek kan hebben’. “We polderen wat af. Eigenlijk hebben we sinds de virusuitbraak 17 miljoen virologen in dienst. Daar kunnen wij als overheid maar beter rekening mee houden. Want de crisis duurt nog wel even. Dat polderen van bestuurders kan stroperig overkomen. Maar het houdt dit land wel bij elkaar.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden