Pleegouders stoppen door gebrek aan nazorg

Pleegouders vinden dat ze onvoldoende serieus worden genomen. Het is reden te stoppen met het opvangen van kinderen.

Ruim de helft van de pleegouders die stoppen met het pleegouderschap, doet dit wegens ‘voor hen ongewenste omstandigheden’. Beeld ANP XTRA

Ruim de helft van de pleegouders die stoppen met het pleegouderschap, doet dit wegens ‘voor hen ongewenste omstandigheden’. Ze ervoeren bijvoorbeeld problemen met het pleegzorg­systeem of hadden het gevoel dat professionals hen onvoldoende serieus namen. Dat blijkt uit een onderzoek van het Nederlands Jeugdinstituut, de Nederlandse Vereniging voor Pleeg­gezinnen en Jeugdzorg Nederland, onder ruim vijfhonderd gestopte pleegouders.

Ieder jaar stopt zo’n 14 procent van de pleeg­gezinnen met het pleegouderschap. Ongeveer een op de vijf gestopten geeft aan dat er geen aandacht is besteed aan de afronding van een plaatsing. De nazorg voor gestopte pleegzorg schiet tekort, aldus de onderzoekers. Dat het systeem is ingericht op plaatsingen en minder op pleeggezinnen, zien de onderzoekers als een knelpunt.

Ondanks de knelpunten sluit het overgrote deel van de gestopte pleegouders (72 procent) niet uit zich in de toekomst opnieuw te willen inzetten voor kwetsbare kinderen, via pleegzorg of op een andere manier. (ANP)

‘Nu zit hij op een crisisplek’

Veel gestopte pleegouders ervaren contact met voogden en jeugdbeschermers als negatief. Ook deze voormalige pleegouder (56) uit het midden van het land.

“Mijn partner en ik zouden in de toekomst misschien wel weer een pleegkind willen opvangen. De ruimte in ons hart is er. Maar ik wil erop kunnen vertrouwen dat als het met een pleegkind toch niet goed gaat, er goede vervolgzorg is. Nu is dat zo slecht geregeld dat ik niet opensta voor het pleegouderschap. Ik heb mijn taak gedaan.”

Trauma

Het pleegouderschap van dit gezin stopte op ongewenste wijze. Dat gebeurt in meer dan de helft van de gevallen. Hierdoor is de in- en uitstroom van pleeggezinnen nagenoeg gelijk, terwijl er meer pleeggezinnen nodig zijn in Nederland.

“We vingen twee kleine kinderen op, een jongen en een iets ouder meisje. Binnen een jaar ging het fout. De gezinsvoogd, iemand van jeugd­bescherming, was bezig met een traject om de kinderen op termijn terug te laten keren naar hun biologische moeder. Het liep mis in de communicatie: zowel de pleegzorginstelling als wij wisten daar niet van.”

“De biologische moeder hield haar dochter tijdens bezoeken voor dat ze terug naar huis mocht. Haar kamertje was al ingericht. Het meisje verlangde enorm naar een terugkeer, maar dat kon helemaal niet. Ze raakte verscheurd en werd opstandig, brak bij ons de boel af.”

“De situatie was zo uitputtend dat het meisje na anderhalf jaar weg moest. Ze raakte verzeild in een wirwar van pleeggezinnen en een internaat en moest er zelf achter komen dat haar moeder niet voor haar kon zorgen.”

De voormalige pleegouder zucht. “Ik vind dat we in Nederland onvoldoende proactief handelen. Je weet dat veel van deze kinderen een trauma hebben. Daarvoor moet meer en sneller ondersteuning zijn, voor zowel pleegkind als -ouder.”

Voogd

De jongen, een relatief complex pleegkind met een lichte verstandelijke beperking, bleef tot zijn vijftiende bij dit pleeggezin. “Hij had al eerder een intensieve zorgplek nodig, maar er was nergens plaats. Niemand wilde hem. Er was alleen ambulante ondersteuning.”

“Je loopt vast in hokjes en wetten, dan weer de jeugdwet, dan de Wet langdurige zorg. In­tussen hebben we vier gezinsvoogden versleten en ben ik het uiteindelijk maar zelf gaan regelen als voogd. Mijn moeilijkste besluit was dat hij niet meer thuis kon wonen, terwijl er ook geen passende plek te vinden was. Nu zit hij op een crisisplek.”

“Dat moet anders. Geef pleegkinderen bijvoorbeeld voorrang, als er hulp gevraagd wordt. In Nederland willen we heel graag pleeg­gezinnen. Investeer daar dan ook in.”

‘Er is helemaal geen nazorg geboden’

Als het kan, groeien kinderen die niet thuis kunnen blijven, op binnen het netwerk van de biologische ouders. Zo werd dit pleeggezin gevraagd of het een neefje wilde opvangen.

“Bij netwerkpleegzorg, zoals ze dat noemen, gaat alles sneller,” zegt een voormalige pleegouder (43) uit het westen van het land. “Er is sprake van een crisissituatie en er wordt gekeken of familie beschikbaar is voor pleegzorg. We kenden het mannetje (toen 1 jaar oud) redelijk goed en stonden welwillend tegenover opvang. Het beeld was zonnig: de moeder zou een actieve rol krijgen bij zijn verzorging en de doelstelling was dat ons neefje bij haar zou terugkeren.”

Solidair met moeder

Zo was het stel plots pleegouders. “Of het toen te snel ging, weet ik niet, maar dat we langer hebben nagedacht over stoppen dan over beginnen is een feit. We werden slechts beperkt begeleid. We kregen het gevoel dat we vooral een instrument waren, een oplossing voor het kind. We waren solidair met de moeder en wilden samenwerken aan een terugkeer. Tegelijkertijd werd ons door zorgprofessionals gevraagd of we onze ogen konden openhouden om bepaalde zaken bij de moeder te signaleren. Dat botste.”

Robots

Deze pleegouders stopten na twee jaar, omdat bleek dat de jongen niet terug kon naar zijn moeder. “De moeder had daar geen begrip voor en wilde daarom ook niet dat hij bij ons bleef. Toen het perspectief voor ons neefje veranderde, had ik graag meer hulp gehad. We hebben gevraagd om bemiddeling tussen ons en de moeder bijvoorbeeld, maar dat lukte niet.” “Ons contact met haar werd steeds ingewikkelder en als we eens in de zes weken overleg hadden, zat de kamer vol hulpverleners. Dat had achteraf bezien veel beter gekund. Gemoeten.”

Het neefje belandde uiteindelijk bij een ander pleeggezin. “Het goede nieuws is dat hij nu een fijne plek heeft, maar het contact tussen ons en een deel van de familie is verbroken,” zegt deze pleegouder. “Wat ik niet snap, is dat er helemaal geen nazorg werd geboden. Er kwam geen voorstel om achteraf met elkaar om de tafel te gaan zitten. Ook hadden we graag tips gekregen wie te bellen bij moeilijkheden. Nu staan we allemaal met lege handen.”

Het verhaal van deze pleegouder sluit aan bij de conclusies van het onderzoek naar de redenen waarom pleegouders stoppen. “Wij pleegouders zijn geen robots, maar mensen met gevoelens. We staan nog steeds open voor het pleegouderschap, maar het pleegzorgsysteem, bijvoorbeeld begeleiding en nazorg, moet eerst verbeteren. En de wirwar aan hulpverleners zou transparanter kunnen.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden