PlusWetenschap

Plastic in placenta’s - wat zijn daar de gevolgen van?

Het vermoeden bestaat dat minuscule stukjes plastic in de placenta en zo in foetussen terecht kunnen komen. Gavin ten Tusscher en Marja Lamoree proberen uit te vinden of dat zo is.

Beeld Rein Janssen

Keukengerei, autobekleding, theezakjes, bier, verf voor de babykamer – je kunt het zo gek niet bedenken of er zit wel plastic in. Misschien moeten we toch eens nadenken over de invloed van al dat plastic op ons lichaam en op dat van ongeboren kinderen.

Heel kleine stukjes plastic, microplastics, kunnen we namelijk binnenkrijgen via spijsvertering en longen, zegt kinderarts Gavin ten Tusscher van het Dijklander Ziekenhuis in Hoorn. Samen met Marja Lamoree, hoogleraar analytische chemie voor milieu en gezondheid aan de Vrije Universiteit, doet hij onderzoek naar die microplastics en hun voorkomen in placenta’s. “Als microplastics in het lichaam van de moeder zitten, is de kans redelijk groot dat ze via de placenta naar een foetus kunnen,” vertelt hij. “Dat baart zorgen.”

De placenta verbindt de bloedsomloop van een aanstaande moeder met die van haar foetus. Via deze verbinding krijgt het kind in haar buik voedingstoffen binnen en kan het zijn afvalstoffen kwijt. “In modellen waarbij een systeem vloeistof met plastic door een placenta pompt zien we dat hoe kleiner de plastic deeltjes zijn, hoe meer stukjes aan de foetuskant van de placenta komen,” zegt hoogleraar Lamoree.

Ten Tusscher en Lamoree onderzoeken nu of microplastic in echte placenta’s te vinden zijn. Daarvoor hebben ze dertig placenta’s gekregen, met toestemming van de moeders. Deze vrouwen bevielen met een keizersnede. “Dat is ­belangrijk,” zegt Ten Tusscher, “want bij een keizersnede wordt de placenta minder blootgesteld aan lucht dan bij een vaginale bevalling.”

In de lucht dwarrelen namelijk veel microplastics die kunnen de metingen kunnen verstoren.

Microplastics in een placenta vinden en hun hoeveelheid meten is niet eenvoudig. “Voor onze metingen moeten we kleine stukjes van de placenta pakken,” zegt Lamoree. “We denken dat de stukjes niet gelijkmatig over de placenta verspreid zijn. Als je net een verkeerd stukje pakt, kan het zijn dat je niets ziet. Ook is de meetmethode die we hebben ontwikkeld nog niet helemaal klaar.”

Die methode heeft Lamoree met haar onderzoeksgroep zelf in elkaar gezet. Ze zijn hem nog aan het verbeteren. “Als we met onze meettechniek straks niets vinden, weten we eigenlijk nog steeds niet helemaal zeker of dat resultaat wel klopt. Op dit moment is een grote vraag binnen het onderzoeksveld van de microplastics hoe betrouwbaar de meting is.”

Wachten op groen licht

Lamoree en haar onderzoeksgroep zijn niet de enigen die placenta’s analyseren. Het plan is om stukjes van Nederlandse placenta’s naar een laboratorium in New York te sturen. En dat lab stuurt dan weer Amerikaanse placenta’s naar Amsterdam. “We willen elkaars monsters bekijken en de resultaten vergelijken.”

Nu hebben Lamoree en Ten Tusscher nog geen resultaten. Ze zijn nu bijna een jaar bezig en hebben eigenlijk meer tijd nodig voor de studie. Daarvoor wachten ze op groen licht van de Nederlandse organisatie voor gezondheidsonderzoek en zorginnovatie ZonMw die het onderzoek financiert.

Lamoree en Ten Tusscher achten de kans groot dat er microplastics in de placenta’s zitten. “De plastic deeltjes waar we nu naar kijken zijn klein genoeg om over celmembranen te gaan,” zegt Ten Tusscher.

Lamoree: “Een Vlaamse studie heeft al laten zien dat roetdeeltjes – die ongeveer net zo groot zijn – in placenta’s voorkomen.”

Wat kan dat dan betekenen voor foetussen? Lamoree: “Foetussen zijn kwetsbaarder dan oudere, geboren kinderen. Ze hebben nog geen goed verdedigingsmechanisme tegen schadelijke stoffen.” Ten Tusscher voegt daaraan toe: “In verhouding worden ze veel meer blootgesteld aan schadelijke stoffen. Daarnaast zijn ze nog in de eerste fasen van de ontwikkeling. Van het toxicologisch onderzoek weten we dat een acute blootstelling op latere leeftijd niet hetzelfde is als een chronische blootstelling gedurende de ontwikkeling. Dat laatste kan heel andere effecten hebben.”

“Maar de vraag is wel of er echt sprake is van blootstelling aan plastic,” zegt Lamoree. “Als die er niet is, betekent de schadelijkheid niets.”

Veranderende mindset

Beiden willen ze benadrukken dat het niet de bedoeling is paniek te zaaien. Ten Tusscher: “We weten niet wat het effect van plastic op de gezondheid is. Je kunt je wel voorstellen dat het voor je lichaam vreemd is; het hoort daar niet thuis. En plastic is hard. Misschien maakt het krassen in de binnenkant van vaten en organen. Maar daar is geen aanwijzing voor. Het lichaam kan heel veel hebben. We kunnen pas over vele jaren iets zeggen over de consequenties. De laatste generatie kinderen heeft namelijk veel plastic om zich heen.”

Ten Tusscher en Lamoree weten één ding wel zeker: we moeten naar een wereld met veel minder plastic. En ze denken dat iedereen daaraan kan bijdragen. “Je kunt andere keuzes maken,” zegt Ten Tusscher. “Is het nodig om fruit in plastic te kopen? Nee, dat is zelden nodig. Is het nodig om je eten in plastic in de magnetron op te warmen? Nee, dat kun je beter in glas doen.”

Volgens Ten Tusscher is de mindset van Nederlanders al aan het veranderen. Lamoree beaamt dat. “Mensen zijn toch bereid iets te doen. Kijk maar naar de plastic tasjes – van de ene op de andere dag stopten we daar allemaal mee. Ik was er zelf ook verbaasd over, maar ik denk dat de overheid de bereidheid van Nederlanders echt onderschat.”

Ten Tusscher: “De overheid mag best meer een leidende rol spelen in het terugbrengen van plasticgebruik. Dat mensen een soort beloning krijgen voor goed gedrag. We moeten met z’n allen gaan kijken naar de effecten van plastic op de langere termijn, in plaats van alleen maar naar de effecten op korte termijn.”

Kinderarts Gavin ten Tusscher. Beeld Dewi Koomen
Hoogleraar Marja Lamoree. Beeld Peter Valckx
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden