Piloot of kapper worden? Voor de meesten blijft het bij dromen

Wat wil je later worden? In vriendenboekjes voor kinderen is deze vraag vaste prik. Voor de meesten van ons blijft het bij dromen, blijkt uit onderzoek, maar er zijn uitzonderingen.

Beeld ANP

Piloot, kapper, dierenarts. Grote kans dat een van deze beroepen op uw wensenlijstje stond, toen u 12 jaar was. Het blijken de populairste droomberoepen van brugklasleerlingen. 

Voor het eerst heeft statistiekbureau CBS onderzoek gedaan naar onze jeugddromen. Van alle brugklasleerlingen van schooljaar 1999-2000 wist de helft wat ze wilden worden. Bijzonder is dat we nu ook weten hoe vaak die wens wordt waargemaakt. “Nu de groepachters beginnen aan hun volgende school en levensfase, hebben we gekeken wat die leeftijdsgroep twintig jaar geleden heeft ingevuld en wat er van hen is terechtgekomen,” vertelt onderzoeker Tanja Traag.

Piloot

Wat blijkt? Een op de vijf is werkelijk in een aansluitende bedrijfstak gaan werken. Dat geldt vooral voor meisjes die met kinderen wilden werken, en jongens die timmerman wilden worden.

Het meest genoemde beroep van meisjes was kapper. Ook gaven ze de voorkeur aan dierenarts, leerkracht in het basisonderwijs of kinderverzorger. Nu blijkt dat 16 procent van de brugklasleerlingen die kapper wilde worden, werkzaam is in de haarverzorging. Van de leerlingen die juf of meester wilden worden, kwam 35 procent in het onderwijs terecht. Jongens zagen hun toekomst vooral als piloot, architect, IT’er, politieagent of automonteur. Piloot stond fier op één, al werkt nu slechts 7 procent in de burgerluchtvaart. Naast piloot was ook politieman een gewild beroep. Die droom werd waargemaakt door 8 procent.

Mehran. Beeld Guus Schoonewille

Een wereldberoep

Mehran (32)
Wilde worden: politieagent.
Is nu: hoofdagent in Rotterdam.

“Ik was een jaar of 7 en ik woonde nog in mijn thuisland Iran. De revolutie was net beëindigd en ik kan me herinneren dat er overal militaire parades waren. Het zag er zo imponerend uit, al die uniformen. Later in Nederland bleef ik onder de indruk van uniformen, maar ik begon ook te denken: als politie­man kun je wat voor de maatschappij betekenen. Dat sprak me aan.”

“Ik begon mijn carrière in Kanaleneiland in Utrecht. Daar wonen veel allochtonen. Als ik iemand aansprak, zagen ze me als verrader, omdat ik van dezelfde komaf was. Dat was niet wat ik had verwacht toen ik bij de politie ging werken. Ik stelde mijn doelen bij. Nu denk ik: als ik het leven van één iemand kan verbeteren, is dat goed.”

“Ik heb eens iemand gereanimeerd in de supermarkt. De volgende dag kreeg ik een telefoontje. De vrouw van het slachtoffer was helemaal in tranen. Ik dacht dat ik iets verkeerd had gedaan, maar ze wilde me bedanken voor het redden van haar man. Ik word er niet rijk van, maar ik heb wel een wereldberoep. Ik kom op mijn werk en ik heb geen idee hoe de dag gaat verlopen.”

Ingeborg van Peski. Beeld Guus Schoonewille

Creatief werk

Ingeborg van Peski (54)
Wilde worden: kapper of kraam­verzorgster.
Is nu: eigenaar van ­Coiffure Ingeborg.

Ingeborg droomde op 11-jarige leeftijd al van het kappersvak. “Ik was toen bezig met de haren van mijn vriendinnen. Op mijn 13de knipte ik ieder­een. Op de opleiding was dat een probleem, want ik moest alles vergeten wat ik mezelf had aangeleerd.”

“De kappersopleiding is echt leuk. Het is creatief. Je hebt het in de vingers of niet. Als ik naar iemand kijk, let ik op de hoofdvorm en wat voor soort kapsel daarbij past. Bij een rond hoofd zou ik zeggen: knip het niet op de kaaklijn, daar wordt je hoofd nog ronder van. Het vak is erg leuk, je kunt mensen blij maken.”

“Ik heb altijd met mijn handen willen werken. In mijn tijd was het kappers­vak nog heel populair. Als 17-jarige kwam ik lastig aan een baan, nu hebben we juist veel moeite om nieuwe leerlingen te vinden. Het is ­lichamelijk zwaar werk, want je staat de hele dag. Ik denk dat veel jongeren dat tegenstaat.”

Francesco Veenstra. Beeld Guus Schoonewille

Iets magisch

Francesco Veenstra (46)
Wilde worden: piloot of architect.
Is nu: medeoprichter van architectenbureau Vakwerk en voorzitter van branchevereniging BNA.

Francesco droomde in zijn jeugd van een carrière als piloot. Architect stond ook hoog op het lijstje. “Mijn vader werkte bij de luchtmacht en als jonge jongen bezocht ik vaak de vliegbasis in Leeuwarden. Ik bleek niet geschikt om piloot te worden. Gelukkig was ik van jongs af aan ook gefascineerd door bouwprojecten. Dat kwam door de bekende Friese architect Abe Bonnema.”

“Hij woonde in een naastgelegen dorp. Zijn huis was gemaakt van hout en glas en het had enorme raampartijen. Bonnema maakte grote indruk op mij, zeker toen hij als een van de eerste archi­tecten serieuze hoogbouw realiseerde, zoals het gebouw Delftse Poort in Rotterdam.”

“Architectuur heeft iets magisch. Als je op een feestje vertelt wat je doet, hebben mensen een romantisch beeld van het beroep. Als een project is afgerond, kan ik pas echt genieten. Architecten voegen kwaliteit toe aan de leefomgeving. Daar mogen we als beroepsgroep trots op zijn.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden