PlusInterview

Pieter Omtzigt haalde nog even diep adem en schreef op wat er moet veranderen

CDA-Kamerlid Pieter Omtzigt beet zich als een bezetene vast in drie affaires tegelijk en moet nu even een tandje terugschakelen. Het was allemaal te slopend, zegt hij na afronding van een nieuw boek met verbeterplannen voor de rechtsstaat.

Pieter Omtzigt na afloop van de bekendmaking van de eerste stemmingsronde voor de lijsttrekkersverkiezing van het CDA. De stemmingsronde eerder deze week moest worden over gedaan in wegens fraudegevaar.  Beeld ANP
Pieter Omtzigt na afloop van de bekendmaking van de eerste stemmingsronde voor de lijsttrekkersverkiezing van het CDA. De stemmingsronde eerder deze week moest worden over gedaan in wegens fraudegevaar.Beeld ANP

Het Binnenhof wordt de komende jaren verbouwd, maar wat Pieter Omtzigt (47) betreft, wordt de rechtsstaat ook meteen gerenoveerd. Het prominente CDA-Kamerlid zette zijn tanden in de toeslagenaffaire en brengt vandaag een boek uit met de belangrijkste lessen en aanbevelingen: Een nieuw sociaal contract.

Volgens Omtzigt moeten burgers beter worden beschermd tegen de macht van de overheid, moet er meer ‘tegenmacht’ komen en moeten mo­dellen niet langer beleid domineren – ook niet dat rond corona. “We on­derschatten de onvolmaaktheid van zulke modellen, met vaak tig aan­names,” zegt Omtzigt vanachter de computer in Enschede. Hij doet het even rustig aan.

Het werk, de slepende dossiers, de lijsttrekkersverkiezing: tropenjaren eisen nu hun tol. “Alles bij elkaar was het te slopend. Ik doe even rustiger aan, het is me niet in de koude kleren gaan zitten. Zeker die toeslagenkwestie: als je jarenlang door je eigen regering onvolledig, te laat en onjuist wordt geïnformeerd, als je zo wordt tegengewerkt en je als een Sherlock Holmes moet speuren, steeds weer opnieuw aan de bel moet trekken, dan gaat dat onder je huid zitten, dat doet wat met je. Het gebrek aan tegenmacht, sloopt niet alleen de toeslagenouders en nu mij; het leidt ook tot fout beleid.”

Toch wilde u dit boek schrijven. Waarom?

“Omdat die affaire een breder probleem blootlegt: het mechanisme van macht en tegenmacht is uitgehold. Dus ik dacht: ik haal nog een paar keer diep adem en schrijf op wat we moeten doen. Ik heb tien voorstellen die de rechtsstaat sterker maken, zodat mensen worden beschermd tegen de overheid, zodat overheidsinformatie wel naar buiten komt, zodat Kamerleden dichter bij de kiezer staan, zodat ambtenaren weer bereikbaar zijn als het echt nodig is, zodat de rechtspraak beter wordt, wetgeving ook.”

Uw boek gaat niet diep in op de periode voor de affaire. Maar leidde de aandacht voor de Bulgarenfraude – waar media, Kamer en uzelf bovenop doken – niet mede tot een klimaat waarin ambtenaren zich gelegitimeerd voelden zo te hande­len? Fraude aanpakken stond op 1.

“Nee, echt niet. Dan moeten we de tijdlijn erbij pakken. Natuurlijk zullen ambtenaren zich gesteund gevoeld hebben door de actuele discussie, maar ik hoop dat ik één ding duidelijk heb gemaakt in dit boek: de opzet van de fraudeteams was al in 2012 bepaald. Vóór de Bulgarenfraude dus. En de Tweede Kamer heeft na die kwestie nooit gezegd: ga onschuldige mensen aanpakken, ga maar al hun toeslagen stopzetten als ook maar de geboorteplaats ontbreekt op een formulier. Echt niet.”

U schrijft over hoogleraar Cleveringa die in 1940 de beroemde protestrede hield tegen ontslag van Joodse collega’s. Voelt u zich ‘verzetsman’, soms strijdend als eenling?

“Nee, dat niet, ik voer mijn wettelijke taken gewoon uit. Maar je moet wel verantwoordelijkheid nemen. Als ouders me mailen met klachten over de dienst Toeslagen zeg ik niet: kijk eens naar die 149 andere Kamer­leden, ik ben te druk. Als de zoons van een vermoorde journalist uit Malta bij me aankloppen, kijk ik niet de andere kant op.”

Maar uw missie is niet voltooid?

“Nee, we moeten eraan werken, anders hebben we zo een nieuwe affaire. Bij de toeslagen ging het op veel fronten mis: de Kamer en journalisten hadden te laat door wat er speelde, informatie werd verdraaid en achtergehouden, de Ombudsman leverde goed werk, maar pakte niet door, de Raad van State gaf de Belastingdienst bijna automatisch gelijk en over de Autoriteit Persoonsgegevens hoeven we het niet te hebben. Er zat geen masterplan achter, maar ondertussen ging het gruwelijk mis.”

Het grijpt Omtzigt zichtbaar aan. Hij zit sinds 2003 in de Tweede Kamer voor het CDA. Vooral de laatste jaren geniet hij aanzien, maar de weg er­heen was hobbelig. Bij de verkiezingen van 2012 knokte hij zich via een persoonlijke campagne opnieuw de Kamer in, nadat de partijtop hem op een onverkiesbare plek had gezet.

Zijn boek leest als een aanklacht tegen een wankele rechtsstaat, met een brak systeem van macht en te­genmacht en een ongezonde kluwen van belangenorganisaties, media, voorlichters en politici die op de vierkante kilometer van het Binnenhof te dicht tegen elkaar aan schurken en daardoor ook veel te ver af staan van de mensen in het land. Met zijn harde uithalen maakt hij geregeld vijanden.

Wat opvalt: u bent allergisch voor ‘Haags gedoe’ en ‘poppetjes’, maar zo nu en dan speelt u op de man. U gaf partijgenoot Donner onder uit de zak, spreekt van de Ruttedoctrine. En met een persoonlijke campagne kwam u in de Kamer. Hoe rijmt u dat?

“Eeehm, hoe zie ik dat zelf… Nou ja, kijk, waar ik vooral tegen ageer, is de dagelijkse vraag ‘wie moet er aftreden’? Die klinkt ongeveer meteen als iets misgaat. Maar de Ruttedoctrine heb ik niet bedacht, die komt van zijn eigen ambtenaren. En het geeft de essentie aan van het probleem: informatie komt niet naar buiten. Nou, dan spreek ik iemand persoonlijk aan als het moet.”

“Net als Donner. Hij leidde een commissie die de toeslagenzaak onderzocht terwijl hij zelf bij het dossier betrokken was geweest via de Raad van State. Hij weigerde openbaar verantwoording af te leggen in de Tweede Kamer en hij zat wel bij Nieuwsuur! Daar zeg ik wat van, en dat wordt dan in Den Haag heel raar gevonden, dat een CDA’er een partijgenoot aanpakt. Nou ja, jammer dan!”

Komt u er wel weer bovenop?

“Ik doe nu even rustig aan, en straks moet ik minder gaan werken, niet meer 70, 80 uur per week denk ik. Ik sta op de kieslijst, ik wil wat veranderen aan de manier waarop de politiek functioneert. Daar ga ik voor.”

Pieter Omtzigt, Een nieuw sociaal ­contract, Prometheus, 224 blz, €20.

null Beeld -
Beeld -
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden