PlusInterview

Pieter Broertjes: ‘De 1,5 metermaatregel vind ik een te rigide concept’

Beeld Martin Dijkstra

Pieter Broertjes (67) verliet de journalistiek negen jaar geleden om burgemeester van mediastad Hilversum te worden. Zijn meest recente uitdaging: koers houden in tijden van polarisatie. ‘Een burgemeester moet niet denken dat hij altijd zijn persoonlijke waarden kan uitdragen.’

De burgemeester ontvangt thuis, in zijn appartement tegenover het station van Hilversum. Op deze plek woont Pieter Broertjes zo’n vijf dagen per week, om meestal zaterdag te verplaatsen naar de familiewoning in Maarssen, waar hij de weekenden doorbrengt met zijn vrouw Phlip (‘dan genieten we ook na dertig jaar huwelijk volop van het leven’).

Meteen bij binnenkomst dirigeert Broertjes zijn bezoek naar het raam. Hij wijst naar het Stationsplein, dat volgens hem ‘eindelijk allure begint te krijgen’.

“Als je de trein uitliep, was het een drama. Nu heet Hilversum je welkom met een park en De Kwekerij, een groene hot­spot waar je jeu de boules kunt spelen, een lokaal gebrouwen biertje kunt drinken en gezond kunt eten.”

Ben je nu ook al directeur city­marketing?

“Ik ben trots. Besturen is een kwestie van geduld. Het is prachtig te zien dat er echt iets gebeurt.”

Eerst een huishoudelijke mededeling: in interviews zeggen we u tegen iedereen. Maar wij tutoyeren elkaar, omdat we tussen 1995 en 2008 collega’s waren bij de Volkskrant.

“Ik was je baas, jongen.”

En nu dus burgemeester van Hilversum. Alweer negen jaar. Ik sprak kennissen van jou en die zeiden unaniem: hij geniet er zo van.

“Dat doet me goed. Als hoofdredacteur was ik veel meer de leider van de krant, zeker als het aankwam op beslissingen nemen. Op de krant is er uiteindelijk één persoon die besluit of die foto wel of niet op de voorpagina komt – denk aan de geruchtmakende foto van de vermoorde Pim Fortuyn die iedereen opzij had gelegd en waarvan ik zei: dit is geschiedenis, dus moet hij op de één.”

“Mijn huidige rol is compleet anders. Mensen denken: de burgemeester is de baas. In werkelijkheid is dat helemaal niet zo. Op het moment dat je het raadhuis binnenstapt, weet je dat daar de gemeenteraad de lakens uitdeelt. Mijn hoofdtaak beperkt zich tot veiligheid en openbare orde. Hoe het met het bouwen gaat, met parkeervergunningen of met de horeca – daarover heb ik eigenlijk niets te zeggen.”

Dat wist je toch toen je eraan begon?

“Daar kwam ik snel achter. Ik gedroeg me, zeker in het begin, vrees ik, als die hoofdredacteur. Vrij kordaat werd me duidelijk gemaakt dat dat niet de bedoeling was. Al heb je natuurlijk wel een bepaalde positie. Het is de kunst die naar je karakter te kleuren.”

Hoe bedoel je?

“Dat het werk bij je moet passen, en dat je deze rol zelf kunt oprekken. Dat is me wel gelukt.”

Na het drama met de MH17, waarbij vijftien Hilversummers omkwamen, kwam u nadrukkelijk in beeld als de burgemeester van Hilversum.

“In die periode was plotseling behoefte aan een verbindende figuur die alle getroffenen – van de tennisclub en de scholen tot de directe nabestaanden – steun kon bieden. Die rol van burgervader heb ik opgepakt, maar dat is niet iets wat je van tevoren bedenkt. Er waren drie Hilversumse gezinnen uit de lucht geschoten. Daar is geen draaiboek voor. Dus ga je aan de slag, varend op je intuïtie.”

Je schakelde snel. Was dat de journalistieke ervaring?

“Zeker. Ik heb die periode mijn werk gedaan zoals verslaggevers van kranten dat doen. Ik ging eropaf. Naar de families. Naar de scholen en clubs. Dat doe ik ook bij conflicten in wijken. Heel vaak zeg ik dan: ‘Ik kom wel even bij u langs.’ Dat werkt het beste, zelf gaan rondkijken en luisteren naar de verhalen.”

Vinden ambtenaren dat wel prettig, zo’n burgemeester in de frontlinie?

“Het is atypisch. Zeker in het begin leefde onder mijn ambtenaren weerstand tegen die directe manier van werken. Ze waren bang dat ik loze beloftes zou doen. Dat doe ik natuurlijk niet. Ik doe geen toezeggingen. Ik ga luisteren en maak aan­tekeningen. Weet je wat het aardige is? Ik sta als burgemeester dichter bij de mensen en het alledaagse leven dan in mijn tijd als hoofdredacteur van de Volkskrant. Mijn vrouw werkt al dertig jaar in De Baarsjes. Pas nu snap ik haar verhalen over de problemen in dergelijke wijken.”

Als ik het goed begrijp wist je bij aanvang helemaal niet wat een burgemeester zoal doet.

“Eerlijk gezegd had ik geen idee. Ik moest mijn eigen weg zoeken. Ik mail ook veel met de Hilversummers. Ik beantwoord elke mail die ik krijg. Mensen moeten beseffen dat je ze serieus neemt, ook als je het niet met elkaar eens kunt worden. De onvrede die nu heerst in de maatschappij komt grotendeels voort uit het gevoel onder veel mensen dat ze niet gehoord worden. Dat is vaak ook zo. Mails verdwijnen bij de overheid in een groot zwart gat. Dat is de ziekte van onze wereld. De kloof tussen de straat en het kantoor is te groot geworden.”

Je sprak eerder over een ‘activistische invulling’ van het ambt. Wat bedoel je daarmee?

“Een burgemeester kan niet meer achteroverleunen en wachten tot hij is bijgepraat door ambtenaren en specialisten. Door sociale media is het tempo omhooggegaan. Nieuws verspreidt zich binnen luttele seconden. Een burgemeester die dat negeert, staat meteen met 10-0 achter. Ik motiveer ook de wethouders om direct en snel te communiceren. De overheid heeft lang te sloom op problemen en zorgen van burgers gereageerd. Dat moet afgelopen zijn.”

Is dat geen knieval voor de schreeuwende meute op Twitter?

“We leven in een tijd van polarisatie. Dat is een grote zorg. Een burgemeester moet die cultuur zien te keren. Door altijd neutraal te blijven en zich niet te laten opnaaien. De-escaleren is misschien wel de belangrijkste taak van de overheid op dit moment. Daarom vind ik het onverstandig dat we in deze coronatijd boetes uitdelen. De boodschap is: we lossen dit samen op. Dan moet je niet mensen op de kast jagen met bekeuringen.”

“Ik weet dat het niet meevalt, met die viruswaanzinnigen en al die andere types die de wildste complottheorieën verspreiden. Tijdens ontmoetingen met zulke ­figuren moet een overheid echt op haar handen gaan zitten om de boel niet verder te laten ontploffen. Dat is niet makkelijk. Maar het moet wel.”

Dit is blijkbaar voortschrijdend inzicht. Enkele jaren geleden was er nog kritiek op de wijze waarop je communiceerde over de opvang van asielzoekers in Hilversum. Je toonde weinig begrip voor de tegenstanders.

“Dat heb ik niet goed gedaan. Ik dacht dat het logisch was om in een relatief rijke enclave als het Gooi een groep vluchtelingen op te nemen. Ik liet me leiden door mijn persoonlijke ideeën hierover, door mijn hart. Er was meteen een Facebook­pagina met zevenduizend ondertekenaars tegen de komst van de asielzoekers. Dat heb ik geweten. Uiteindelijk hebben we er honderd geplaatst op Crailo.”

Honderd vluchtelingen, weggestopt in het bos. Dat is toch niet wat je voor ogen had?

“Het is niet gelukt. Dat was moeilijk. Een dieptepunt. Maar dus ook stom van mij. Dat ik de bezwaren en de zorgen van veel Hilversummers niet herkende en erkende. Dat heb ik niet goed begeleid.

We hebben het hier niet ‘geschafft’. Wat heb je ervan geleerd?

“Ik was te optimistisch vanuit een persoonlijk, moreel besef. Een burgemeester moet niet denken dat hij altijd zijn persoonlijke waarden kan uitdragen.”

Het lukte wel met het verbod op vuurwerk.

“Leidinggeven is koers houden. Al acht jaar geleden besloot ik dat oudejaarsavond anders moest. Na die enorme, vreselijke ontploffing bij Gooiland, en op basis van gesprekken die ik voerde met artsen, politie en brandweer. Er was één conclusie: dit is doodeng. Ik wist toen: dit gaan we zo niet meer doen. Het openbaar bestuur van Nederland kijkt op de gevaarlijkste dag van het jaar weg. Vervolgens accepteren we hoofdschuddend op 2 of 3 januari dat het nog ‘meeviel’, met tientallen gewonden, van wie een flink aantal een oog, vinger of hand heeft verloren. Ik stond in mijn strijd hiertegen echt alleen. Nu is het een landelijke discussie. Met Hilversum als voorbeeld van hoe het ook kan.”

Hoe dan?

“We hebben op school kinderen voorlichting gegeven; daar ga ik zelf dan ook heen. Dat heeft tot een concreet resultaat geleid. We hebben geen vuurwerkslachtoffers meer onder de 15 jaar. Een ander ding is dat we vanaf 30 december wat autootjes door Hilversum laten rondrijden. Die halen alles weg wat voor een fikkie of een vreugdevuur kan worden gebruikt: pallets, bouwmaterialen, troep.”

“Het derde ding: we organiseren een centraal vuurwerk op het Marktplein. De eerste keer stonden er hooguit vijfhonderd mensen. We hebben volgehouden. Vorig jaar waren er bijna achtduizend mensen. Die vallen me op die avond allemaal om de hals. Omdat ze zielsblij zijn dat ze van het gevaar en het gedoe af zijn.”

Beeld Martin Dijkstra

Je zei net meteen iets over ‘de mediastad van Nederland’. Hoe belangrijk is de omroep voor deze regio?

“Hilversum is en blijft het centrum van de mediawereld. Dat is voor de economie van het Gooi cruciaal. Die zogenaamde tweestrijd met Amsterdam ligt achter ons. BNNVARA zou weggaan, maar ze zijn gewoon gebleven. RTL heeft net de contracten voor tien jaar verlengd. De Mol zit goed in Laren, Talpa en SBS6 zitten weer in Hilversum. Nederland is gewoon te klein voor een strijd op dit gebied. Wat goed is voor Hilversum, is goed voor Amsterdam, en andersom. Voor buitenlandse gasten is het trouwens één pot nat. Allemaal om de hoek van Schiphol.”

Toch blijft het Mediapark een gezapige omgeving. In de avond kun je er een kanon afschieten.

“Het Mediapark heeft nieuwe eigenaren, onder wie prins Bernhard. Die gaan de komende jaren voor een transitie zorgen. Woningen op het terrein en ook sociaal verkeer als er geen uitzendingen of opnames zijn. Er gaat een campus komen. Een hotel. Zodat het gaat leven. Noem het een nieuw begin.”

“Hilversum telt veel zzp’ers die werken in de audiovisuele en culturele sector. Dat werd nog eens duidelijk door die vreselijke corona: wij kregen achtduizend aanvragen binnen van zzp’ers voor steun. In een stad als Almere, twee keer zo groot, waren dat er zestienhonderd. Dat zegt wel iets.”

Je stuurde voor dit interview een filmpje op. Daarin vertel je nogal opgewekt dat Hilversum de coronacrisis goed doorkomt.

“We zijn veroordeeld tot het gedrag van de mensen zelf. Een tweede lockdown zou iedereen over de rooie jagen. Ik vind dat de meeste mensen het heel goed doen. In zo’n filmpje wil ik de Hilversummers aansporen standvastig te blijven.”

Ik zie toch echt overal mensen op een kluitje staan. Waar ik ook kom.

“Het is moeilijker geworden; we zijn het verhaal kwijtgeraakt. Eerst was de boodschap duidelijk: de ic’s lopen vol en dan zijn we de klos. Nu is dat niet meer zo. De boodschap is geërodeerd. Met als gevolg dat mensen zich gaan verzetten tegen de opdrachten die ze krijgen. De 1,5 metermaatregel vind ik eerlijk gezegd een te rigide concept. Niet vol te houden. Mensen willen niet zo met elkaar omgaan. We zijn aanraakwezens. Daar heeft de overheid geen oog voor gehad.”

“Corona is geen medische crisis meer, maar een economische en sociale crisis. Dat doen we nog altijd niet goed. Het gaat voortdurend over het aantal besmettingen. Niemand rept over het aantal bedrijven dat failliet is gegaan. Ik heb met de horeca en ook met andere sectoren de hele tijd contact. Omdat het zo ontzettend pijnlijk is. Ondernemers die hun hele leven werken aan een bedrijf zien alles instorten en moeten hun personeel op straat zetten. Die verhalen raken me diep.”

“Intussen moeten we een modus vinden om ermee te leven. Om toch weer onze draai te vinden. Ik heb de angst dat we met elkaar in een loopgravenoorlog terechtkomen. Dat gevaar is er – vooral door ons antiautoritaire karakter. We moeten niet elkaar bestrijden. We moeten met elkaar Covid-19 eronder krijgen. Dat vraagt om wederzijds begrip. Daarom heb ik deze week al aangekondigd dat de sinterklaasintocht niet doorgaat. Iedereen moet eerlijk en duidelijk zijn.”

Iets anders: het viel me op dat je als ­burgemeester uitgaven initieert over de oorlog. Elke herdenking een boek, en dit jaar de studie Een stad op drift, een nieuwe kijk op de oorlogs­jaren in Hilversum. Waar komt dat ­vandaan?

“De oorlog heeft in Hilversum een enorm gat geslagen. Het verzet was hier ook echt aanwezig, maar Hilversum was ook de vestigingsplaats van de Wehrmacht, die zat onder meer in de villa’s aan de ’s-Gravelandseweg. Die nazi’s gaven grote feesten in Gooiland. Ik wilde beter begrijpen hoe dat door elkaar heen leefde in die tijd. Aan Geraldien von Frijtag heb ik gevraagd die geschiedenis vast te leggen: het dagelijks leven van de Hilversumse oorlogsjaren. Dat heeft een prachtig boek opgeleverd. Met de dilemma’s die erbij horen: wat zou je zelf doen? Welke keuzes maak jij als de hel losbreekt?”

“Hilversum was voor de oorlog de snelst groeiende gemeente van het land. Die Duitsers dachten: mooie architectuur, omringd door plassen, bossen en hei. Dat wordt onze plek. Die groei is na de oorlog tot stilstand gekomen en weggezakt. De tapijtindustrie vertrok. Veel later ging ­Philips weg. Eigenlijk keert pas nu weer de blos terug op de wangen.”

91.000 inwoners telt Hilversum nu. Het blijft toch vooral een groot dorp?

“Hilversum en de omliggende gemeenten moeten meer samenwerken. Het Gooi telt 250.000 inwoners, met gemeenten als Wijdemeren, Laren, Huizen, Blaricum, Gooise Meren. Nu worden die 250.000 inwoners geleid door ­tientallen bestuurders. Dat schiet niet op. Toch wordt soms al voorzichtig een verbond gesloten. Zoiets moet van onderaf gebeuren. Bij een samenwerking wordt meteen gedacht aan annexatie, aan verlies van macht. Terwijl door een samenwerking die macht alleen maar groter wordt. Ik denk dat al die prachtige gemeenten niets aan identiteit verliezen als ze aan de achterkant aan elkaar worden geknoopt.”

Over twee jaar is de ambtstermijn voorbij. Je wordt dan 70. Ga je met pensioen?

“Ik heb veel bestuurlijke ervaring en hoop dat er nog wat leuke projecten voorbijkomen waar ik die ervaring voor kan gebrui­ken. Ik ben voorzitter van de Consumentenbond, was jarenlang voorzitter van het Rotterdams filmfestival en van World Press Photo. Wie weet kan ik op bestuurlijk niveau iets betekenen. Of een gemeen­te die in ongerede raakt een tijdje helpen.”

Stoppen is geen optie?

“Die drive… Ik ben gewoon calvinistisch opgegroeid, in een christelijk gezin. Met een vader die militair was en een moeder uit Zeeland. Dat betekent: niet zeuren en werken voor je geld. Mijn Volkskrant-collega Jan Tromp noemde vakantie altijd een ‘vervelend oponthoud’. Zo zie ik dat eigenlijk ook.”

Beeld Martin Dijkstra

Is dat niet ouderwets?

“Hard werken?”

Het is toch belangrijk voor de kwaliteit van het werk om het hoofd fris te houden?

“Ik ben geïnspireerd geraakt door het boekje van Herman Tjeenk Willink, Groter denken, kleiner doen. Daarin roept hij op ongemakkelijke zaken onder ogen te zien, positie te kiezen, het debat aan te gaan en grenzen te trekken. Een stad besturen is niets anders dan nadenken over de toekomst van zo’n stad. De lange termijn: hoe moet het erbij staan in 2050? Tegelijkertijd moet een burgemeester op kleine schaal altijd thuis geven. Als iemand mailt met een noodkreet om hulp, moet je de noodzaak voelen om uit te zoeken of er een oplossing is te verzinnen. Die twee uitersten vind ik prachtig. Daar mag je mij, ouderwets of niet, voor wakker maken.”

Wat wil je bewijzen?

“Mijn vader heeft vierenhalf jaar in Sachsenhausen gezeten, omdat hij naar Engeland wilde vluchten. Hij was verraden door een NSB’er en werd in Schiller op het Rembrandtplein opgepakt. De oorlog heeft hij met moeite overleefd. Daarna toog hij naar Indië, waar hij, uit Nederlandse ouders, was geboren. Daar maakte hij de politionele acties mee. Dus hij had op zijn 35ste zijn portie wel gehad. Het werd voor hem een missie dat zijn kinderen weerbaar moesten zijn tegen mogelijke rampspoed. Die opvoeding is wel beklijfd.”

Hoe deed hij dat?

“Er waren ongeschreven regels. Nooit klagen. De dingen nemen zoals ze komen. Geen enkele ruimte voor gezeur. Gelukkig vertegenwoordigde mijn moeder de zachte kant. Mijn vader was een soort Bernhard en mijn moeder was Juliana. Ik lijk meer op mijn moeder, denk ik. Met mijn vader kon je prima een boom omhakken, maar het was geen goed idee een gesprek te beginnen over de zin van het leven.”

Jouw vader werd 88. Wat vond hij van zijn linkse zoon?

“Ik was tegen Vietnam. Hij was voor. Ik was voor Den Uyl. Hij was tegen. Hij was voor de Griekse kolonels. Ik was tegen. Misschien wel het heftigst: ik stemde PvdA en soms PSP. Dat vond hij als rechtgeaarde VVD’er gruwelijk. Later is dat enigszins hersteld. Als je ouder wordt, komt de mildheid. Als hij nu zou zien hoe ik hier in ­Hilversum mijn werk doe, dan zou hij trots zijn, en positief verbaasd.”

Je werd journalist bij de Volkskrant, als afgestudeerd socioloog. Dat was destijds geen aanbeveling, toch?

“Daar werd wat schamper over gedaan. ‘Doctorandus Be-roertjes’, werd dan gezegd. Temeer omdat ik geen journalistieke ervaring had. Aan de andere kant: de krant zocht een redacteur die, zo stond in de advertentie, ook weleens een boek las. Ik was een buitenstaander. Maar al snel helemaal thuis. Verslaafd aan nieuws. Aan elke dag opnieuw beginnen aan een lege krant. Van 1995 tot 2010 was ik de hoofd­redacteur. Een schitterende tijd.”

U kon toch moeilijk afscheid nemen?

“Zo’n baan is een verslaving. Het gaat altijd maar door. Elke dag moeten knopen worden doorgehakt, onder hoge druk. Dat gaat het leven beheersen, en echt in je zitten. In die zin is het niet iets wat je zomaar loslaat. Maar ik dacht er na tien jaar natuurlijk wel over na: wat komt hierna? Hans Wiegel vroeg me eens of ik niet ­burgemeester wilde worden. Toen Ernst ­Bakker, mijn voorganger, mij enkele jaren later vroeg of Hilversum niets voor mij was, begon het te borrelen. Mijn grootvaders waren er arts. Mijn moeder is in Hilversum geboren. Na verloop van tijd werd het een serieuze optie. Alleen mijn vrouw zei ietwat meewarig: je bent oud, je bent wit, moet je niet een keer plaatsmaken?”

Dat vond je onzin?

“Zeker niet. Maar ik raakte ervan overtuigd dat ik iets kon betekenen voor Hilversum. En de band was er. Door de familie. De broer van mijn moeder is op 7 mei 1945 bij Utrecht vermoord, met tien andere jongens. Ze wilden Mussert ontwapenen, en toen kwam nog een verdwaalde Duitse patrouille langs. 7 mei is ook de dag waar­op Hilversum echt is bevrijd; mijn moeder was die dag aan het feesten. Pas toen ze ’s avonds thuiskwam, kreeg ze te horen dat haar broer was doodgeschoten.”

“Ik vertel dit omdat in het Hilversumse raadhuis een plaquette hangt met de namen van 25 Hilversumse oorlogshelden. Onder hen Ies Wessel, de broer van mijn moeder. Dat verhaal heeft een rol gespeeld in mijn relatie met Hilversum. Het heeft mij er tevens toe gebracht op die vierde mei iets bijzonders te doen. Vandaar ook die boekjes, om die verzetshelden te eren. Daarmee is 4 mei van mij en de Hilversummers geworden.”

Vind je het burgemeesterschap geslaagd?

“Hilversum staat weer op de kaart, en daarin heb ik, met vele anderen, een bijdrage gehad. Daar hoort die geschiedenis bij. Ik vind 4 en 5 mei belangrijk; ik blijf de zoon van een militair. Behalve weerbaarheid speelde traditie een grote rol in mijn opvoeding. Ik ga, zeggen vrienden, steeds meer op mijn vader lijken. Koers houden, staan waarvoor je gelooft, en niet buigen. Dat is belangrijk.”

Mis je de krant niet meer?

“Als er een crisis is, in Den Haag of waar dan ook, voel ik meteen onrust. Wat moeten we doen? Welke verhalen zijn belangrijk? Die drift gaat niet meer over. Al verandert de journalistiek razendsnel. In mijn tijd twijfelden we nog over het formaat van het papier. Nu draait alles om de digitale slagkracht en is die ene deadline opgerekt naar een permanente stroom van stukken. Daarbij is elke fout, door de kracht van sociale media, fataal. Mijn bewondering voor de journalistiek is alleen maar groter geworden.”

Beeld -

Pieter Broertjes

20 september 1952, Den Haag

1972

Eindexamen gymnasium-B, Amersfoort

1979

In dienst bij de Volkskrant als ­sociaal-economisch redacteur

1984

Publicatie Ambtenaren in actie

1987

Chef sociaal-economische redactie

1989

Publicatie Getto’s in Holland

1991

Adjunct-hoofdredacteur

1991

Publicatie Zware shag en gironummers. Twaalf Nederlanders over de Derde Wereld

1995-2010

Hoofdredacteur de Volkskrant

2004

Auteur De prins spreekt, een boek gebaseerd op de geheime gesprekken die Broertjes en Jan Tromp tussen januari 2001 en april 2004 voerden met prins Bernhard op paleis Soestdijk

2011

Burgemeester van Hilversum

2017

Herbenoemd voor zes jaar

Pieter Broertjes woont in Hilversum en Maarssen. Hij is getrouwd met Phlip. Ze hebben een zoon, Bas.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden