Pas later indelen op schoolniveau? ‘Resultaten meisjes gaan erop vooruit’

Hoe later kinderen worden ingedeeld naar onderwijsniveau, hoe beter meisjes het doen, blijkt uit onderzoek van de Universiteit van Amsterdam. Vooral meisjes met een lagere sociaal-economische achtergrond boeken winst: ‘Elk schooljaar telt voor hen.’

Beeld ANP

Socioloog Lotte Scheeren (28) promoveert vrijdag aan de UvA op het onderwerp. “In Nederland verdelen we kinderen op twaalfjarige leeftijd over het vmbo, havo en vwo. In landen als Zweden en Finland hoeven kinderen pas op hun zestiende te kiezen. We zien dat meisjes het in zo’n systeem relatief beter doen.”

Is late tracking, zoals het onderverdelen op schoolniveau ook wel wordt genoemd, dan dus nadelig voor jongens? Nee, zegt Scheeren: “Over het algemeen genomen hebben zowel jongens als meisjes baat bij een later trackingsmoment, alleen meisjes nemen een relatief grotere voorsprong. Jongens gaan er per saldo dus niet op achteruit, ze boeken alleen minder winst dan meisjes.”

Vooral voor meisjes uit lagere sociaal-economische klassen is de winst groot, zegt Scheeren: “Twaalf jaar is sowieso best jong om zo’n grote keuze te maken, en kinderen die vanuit huis minder meekrijgen hebben school echt nodig om zich te ontwikkelen. Elk schooljaar telt voor hen: zij hebben er dan ook extra baat bij als ze wat langer de tijd krijgen om zich te ontwikkelen voor ze worden onderverdeeld in schoolniveau’s.” Een later selectiemoment bevordert dus ook sociale en etnische gelijkheid, stelt Scheeren.

Langer in de schoolbanken

In veel westerse landen doen meisjes het de laatste jaren beter op school dan jongens: ze halen hogere cijfers en studeren vaker en langer door. “Meisjes hebben er baat bij om langer in de schoolbanken te zitten, zijn beter aangepast aan de eisen die ons schoolsysteem aan ze stelt. Ze kunnen vaak beter stilzitten, luisteren beter.” 

Scheeren vergeleek voor 21 Europese landen de leeftijd waarop kinderen worden onderverdeeld op schoolniveau. “Nederland heeft historisch gezien een voorkeur voor vroeg selecteren; het idee is dat de aansluiting op de arbeidsmarkt dan beter is. Zo kunnen vmbo’ers bijvoorbeeld al op hun zestiende beginnen aan een leer-werktraject. In Scandinavische landen doen ze het sinds de jaren zestig anders, daar worden kinderen tot hun zestiende breed opgeleid. Daarna vindt pas de selectie op niveau plaats.”

Een andere opvallende conclusie die Scheeren trekt: hoe later de tracking plaatsvindt, hoe meer vrouwen voor een bètaopleiding kiezen. “In veel technische sectoren zijn vrouwen nog altijd ondervertegenwoordigd, en met weinig voorbeeldfiguren kiezen vrouwen minder snel voor die hoek. Als kinderen pas later een niveau hoeven te kiezen krijgen meisjes de tijd om erachter te komen dat ze eigenlijk best goed zijn in bijvoorbeeld wiskunde, dan zien we dat ze een bèta-opleiding eerder aandurven.” Het omgekeerde geldt trouwens ook: bij een late selectie kiezen jongens eerder voor beroepen die traditioneel door vrouwen gedomineerd werden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden