Plus

‘Ouder uit huis om kind te helpen’

Niet het kind uit huis plaatsen, maar de ouder. Met die omslag is de jeugdbescherming beter af dan de decentralisatie naar gemeenten deels terugdraaien, zegt Sigrid van de Poel van Jeugd­bescherming Amsterdam.

Beeld ANP XTRA

Van de Poel reageert op de scherpe kritiek op het overheidsbeleid van de laatste jaren. Volgens kritische rapporten van de Inspecties van Veiligheid en Justitie en Gezondheidszorg en Jeugd heeft het rijk steken laten vallen. De jeugdbescherming moet via de rechter opvoed­taken overnemen van ouders die hun kinderen verwaarlozen. Ook bij huiselijk geweld of ernstige gedragsproblemen van het kind worden ouders beperkt in het gezag over hun eigen kind. Dat gebeurt bij een kleine 7000 jongeren in Nederland.

Passende hulp komt nu vaak te laat, wat de situatie verergert. Sinds 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk voor de jeugdzorg, waarbij het rijk tegelijkertijd 15 procent bezuinigde. De staat die oordeelt dat ouders in gebreke blijven bij de opvoeding, blijft dus zelf ook in gebreke. Hoe een en ander spaak is gelopen, hebben rechters, hulpverleners en jeugdbeschermers ook in deze krant vaak beschreven: te veel bureaucratie, te weinig middelen. De ministers De Jonge (jeugdzorg) en Dekker (rechtsbescherming) zoeken hun heil nu in het terugdringen van de rol van de gemeenten en verbetering van de tarieven.

Ernstig bedreigd

Voor de jeugdbescherming, die namens de overheid het ouderlijke gezag overneemt als kinderen veiligheidsrisico’s lopen of ernstig in hun ontwikkeling worden bedreigd, is het terugdraaien van de decentralisatie naar de gemeenten geen structurele oplossing. Van de Poel, bestuurder van Jeugdbescherming Amsterdam, pleit voor een andere benadering van jeugdbescherming. “De ultieme maatregel is nu om een kind uit huis te plaatsen, maar het zou andersom moeten: een ouder uit huis plaatsen.”

Als jeugdbeschermers in actie moeten komen, ligt dat in de meeste gevallen niet aan het kind, maar aan de ouders of het systeem rondom het kind, betoogt Van de Poel. Maar het gereedschap van de jeugdbescherming richt zich op het kind, niet op de ouders.

Rondpompen

“Problemen met ouders en problemen in gezinnen betalen we met geld uit de jeugdzorg. Dat geld blijven we rondpompen, omdat het kind uiteindelijk terugkeert in het disfunctionele gezin. Het is slimmer om het ­stelsel op te tuigen rondom verplichtingen en verantwoordelijken van ouders.”

Dat betekent dat ouders door de overheid getoetst kunnen worden op opvoedkwaliteiten. Het kan nog extremer: als wethouder van de gemeente Rotterdam pleitte minister De Jonge in 2016 voor tijdelijk verplichte voorbehoedmiddelen als ouders vanwege verslaving, psychische problematiek of hun leefsituatie niet in staat zijn tot verantwoord ouderschap. Het is mogelijk de enige oplossing is om gezinsproblematiek te beëindigen die van generatie op generatie wordt overgedragen.

“De Inspecties hebben het aangedurfd om het hele stelsel onder de loep te nemen,” zegt Van de Poel. “Daar hoort bij dat we bij de jeugdbescherming ook moeten kijken naar de opvoedkundige plichten van ouders. En welke maatregelen erbij horen als ouders daar niet aan kunnen voldoen.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden