PlusAnalyse

Oude tijden herleven op het Europese spoor: de nachttrein keert terug

De internationale trein is bezig met een comeback. Het aantal spoorbestemmingen vanuit Nederland neemt toe en in heel Europa keert de (nacht)trein terug.

Beeld AFP

Het is best een ruk: van Amsterdam naar Wenen kost je als treinreiziger veertien uur. Dat klinkt lang, maar zodra je deze uren in de trein (grotendeels) slapend kan doorbrengen, is het eigenlijk best te overzien. Ga maar na: als je aan het begin van de avond uit Amsterdam vertrekt, stap je de volgende ochtend uit in de Oostenrijkse hoofdstad. Vanaf december kan het.

Wenen is niet de enige bestemming die straks vanuit Amsterdam te bereiken is: er zullen ook treinen gaan rijden naar München en Innsbruck. Bovendien heeft de NS concrete plannen om met de Zwitserse spoorwegen de nachttrein tussen Amsterdam en Zürich nieuw leven in te blazen. Het zijn de iets verdere bestemmingen die bovenop ‘logische’ verbindingen komen te liggen tussen Amsterdam, Brussel, Parijs, Berlijn en Londen.

Het is een opmerkelijke trendbreuk, want het is nog maar vier jaar geleden dat de Duitse spoorwegen de verbindingen van Amsterdam naar München en Zürich de nek omdraaide. Te weinig animo onder reizigers, te hoge kosten voor de spoorbedrijven. Bovendien vlogen prijsvechters citytrippers sneller en goedkoper naar de steden van bestemming.

Levensvatbaar

De voorzichtige uitbreiding van het trans-Europese spoornetwerk duidt erop dat de strijd met de vliegreis nog niet gestreden is. Er is weliswaar nog veel onzeker over de toekomst van de internationale trein, maar onmiskenbaar is dat nationale overheden de trein nog altijd en wel degelijk zien als een levensvatbare concurrent voor het vliegtuig.

Dat er enthousiasme is en dat reizigers de trein naar het buitenland weer goed weten te vinden, heeft te maken met het véél milieubewustere karakter van de trein en de charme van het spoor. Daarnaast is de treinreis in vergelijking met een vluchtje van stad naar stad hasslefree. En dan is er nog corona: de meeste nachttreinen rijden weer en de bezetting op bijvoorbeeld de Oostenrijkse Nightjets zit alweer bijna op 90 procent, schreef de Duitse krant Handelsblatt. Ter vergelijking: reguliere treinen zitten nog maar op 50 tot 60 procent bezetting. Een verklaring zou kunnen zijn dat je in een nachttrein eenvoudig een hele coupé kunt reserveren.

Aan de andere kant: de herintroductie van de nachttrein naar Wenen zou niet mogelijk zijn zonder een bijdrage van bijna 7 miljoen euro door het kabinet. De trein kan van dat geld in ieder geval tot 2024 rijden. Kaartverkoop alleen zet onvoldoende zoden aan de dijk: de verwachting is dat lange treinreizen de komende jaren afhankelijk blijven van subsidie.

Stockholm, Hamburg, Nice

Ook in een hele zwik andere landen beleeft de langeafstandstrein een heropleving. Zweden heeft ingezet op regelmatige nachttreinen van Stockholm en Malmö naar Hamburg en Brussel. Ook daar zijn de kosten met 40 miljoen euro aanzienlijk. In Frankrijk wordt onderzoek gedaan naar de herintroductie van de nachttrein op oude trajecten. Zo moet de Blue Train tussen Parijs en Nice in 2022 weer gaan rijden.

Tel daarbij op de investeringen in de bestaande nachttreinen tussen onder meer Londen en het noordelijkste puntje van Schotland, de verbinding tussen Praag, Polen en Oekraïne en de intentie van de Zwitserse spoorwegen om ook nachttreinen te laten rijden naar Barcelona en Rome.

Opvallend hierbij is de leidende rol die de Oostenrijkse spoorvervoerder ÖBB op zich heeft genomen, zegt Chris Engelsman. De nachtspoorenthousiasteling huurde vorig jaar een nachttrein die vol passagiers en jazzartiesten vanuit Nederland vertrok naar Berlijn. 

Revolutie

Engelsman: “Op dit moment rijden de Nightjets van ÖBB al naar onder meer Berlijn, Hamburg, Zürich, Milaan, Venetië en Rome. Vanaf 2024 willen ze ook tussen Wenen en Parijs gaan rijden. Er komen dan voldoende rijtuigen beschikbaar, omdat er vanaf 2021 splinternieuwe nachttreinen voor de verbindingen naar Italië worden geleverd. Dat is trouwens ook nog een belangrijke revolutie, want deze rijtuigen zijn veel moderner dan we gewend zijn.”

Het is een eerste stap, maar tegelijk een belangrijke ontwikkeling: de strijd met het vliegtuig is vooralsnog ongelijk, al is het maar omdat treinreizigers, in tegenstelling tot mensen die het vliegtuig nemen, wél belasting betalen over hun ticketprijs. Desalniettemin: het prijsverschil tussen trein en vliegtuig, ten voordele van die laatste, lijdt onder verkeerde beeldvorming, zegt Engelsman. “Een hele coupé in de nachttrein tussen Düsseldorf en Wenen kun je al boeken vanaf 200 euro.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden