Plus Serie: Zandvoort 2020

Oud-wethouder Zandvoort: ‘Het circuit was symbool van het kwaad’

In Zandvoort zijn de voorbereidingen voor de komst van de Formule 1 in volle gang. Deel vier van een serie: het eeuwige gevecht op en om het circuit.

Oud-wethouder Frits van Caspel: ‘Dreigende opheffing circuit heeft me slapeloze nachten bezorgd.’ Beeld Renate Beense

Ook het provinciebestuur is klaar voor de terugkeer van de Formule 1 naar Zandvoort. “We vinden het een fantastisch evenement,” zegt een woordvoerder in Haarlem. “We gaan er met z’n allen iets moois van maken.” Een heel ander geluid dan in de jaren tachtig klonk, toen de provincie zwaar strijd leverde met de gemeente Zandvoort over het voortbestaan van het circuit. Ook in de badplaats gingen stemmen op om de boel maar dicht te gooien.

De 74-jarige Zandvoorter Frits van Caspel was tussen 1985 tot 1992 verantwoordelijk wethouder. Hij blikt terug op jaren van voortdurende strijd om het circuit te redden van sluiting. “Ik had in die jaren twee grote onderwerpen op mijn bordje: de komst van het bungalowpark en de dreigende opheffing van het circuit. Dat laatste heeft me de meeste tijd gekost en ook de meeste slapeloze nachten bezorgd.”

De racerij op Zandvoort kwam in de jaren zestig voor het eerst onder vuur te liggen. In 1970 besloot de toenmalige gemeenteraad het circuit op te heffen. Van Caspel: “Het waren de jaren dat het milieu een belangrijk thema werd. Ook in het bestuur. De raad nam een motie aan met de opdracht dat er moest worden gezocht naar een alternatieve invulling. Men slaagde er toen niet in om een aantrekkelijk alternatief te vinden, dus het circuit bleef bestaan.”

In 1979 kwam er opnieuw een motie op tafel, ingediend door de fracties van PvdA, D66, CDA en de lokale partij Inspraak Nu. De motie noemde drie bezwaren tegen het voortbestaan van het circuit. Er was een wet tegen de geluidshinder in aantocht die het onmogelijk zou maken nog te bouwen in de omgeving van het circuit. Daarnaast werd de racerij omschreven als een activiteit die niet alleen milieuvervuilend maar ook gevaarlijk was, en daarom moest worden bestreden.

Circuit als symbool van het kwaad

Dat was ook de stemming in de Zandvoortse raad. De motie werd met een ruime meerderheid aangenomen, en het college kreeg opdracht de voorbereidingen te treffen om het huurcontract met de exploitant in 1982 te kunnen opzeggen. Van Caspel volgde de beraadslagingen als geïnteresseerd burger. “Ik werkte op dat moment als ambtenaar op het provinciehuis. Ik hield me bezig met ruimtelijke ordening, dus ik kende het dossier Zandvoort ook vanuit die invalshoek.”

In Haarlem had het circuit weinig vrienden, vertelt Van Caspel. “Er was een provinciaal inspecteur milieuhygiëne, die háátte het circuit. Dat gold ook voor de verantwoordelijk gedeputeerde, Geert de Boer. Voor veel bestuurders en ambtenaren was het circuit een symbool van het kwaad. Ze vonden het prachtig om te kunnen zeggen dat ze het circuit hadden opgeheven, dus daar waren alle inspanningen op gericht. Ik werkte daar als ambtenaar contrecoeur aan mee.”

De ommekeer was een volksopstand in de badplaats. Voorafgaand aan een raadsvergadering in 1981 over de sluiting was het Raadhuisplein volgestroomd met boze Zandvoorters. Van Caspel: “Ongelooflijk hoe die mensen tekeergingen. Er werden leuzen gescandeerd tegen de toenmalige fractievoorzitter van de PvdA. Zeg maar de dingen die je ook wel in het voetbalstadion hoort. Het massale protest kwam voor het bestuur als een verrassing. Dat had niemand verwacht.”

Pure balorigheid

De VVD, tien jaar eerder nog voorstander van sluiting, nam nu vaardig de politieke haarspeldbocht en profileerde zich, met Van Caspel op de kandidatenlijst, in de aanloop naar de verkiezingen van 1982 als groot voorstander van het circuit. Het legde de partij geen windeieren: de liberalen groeiden van drie naar acht zetels. “De rest van de raad stemde kort daarna opgelucht in met een voorstel om het circuit gewoon open te houden.”

De felste gevechten leverde de wethouder met zijn voormalige bazen bij de provincie. “Dat ging er hard aan toe. De provincie speelde het spel niet eerlijk. Ik kreeg notulen van GS onder ogen waarin werd gesteld dat de vergunning aan het circuit niet kon worden geweigerd, maar dat het mogelijk was om de voorwaarden zo streng te maken dat in de praktijk geen races konden plaatsvinden. Een schande vond ik dat, en dat ben ik ook persoonlijk gaan vertellen.”

Een andere keer kreeg Van Caspel een tip dat het circuit niet meer voorkwam in het concept-streekplan dat de volgende dag door het provinciebestuur zou worden vastgesteld. Lachend: “Ik kwam net terug van een verjaardag. Ik heb de hele nacht zitten werken aan een motie die de volgende dag werd aangenomen, met één stem verschil. Met dank aan de fractie van de CPN die ruzie had met de gedeputeerde en uit pure balorigheid voor de motie heeft gestemd.”

Enorme impuls

Uiteindelijk werd de vrede getekend met een compromis. Zandvoort kreeg zijn bungalowpark. In ruil moest het circuit een deel van de grond inleveren en werd het aantal racedagen gelimiteerd. “Met een gecomprimeerd circuit kon iedereen goed leven,” zegt Van Caspel. “En het bungalowpark gaf een enorme impuls aan de lokale economie, ook buiten het zomerseizoen. Dat was eigenlijk nog veel mooier dan het circuit.”

Zomerserie

Volgende week: beach for Amsterdam.

1. Brullende motoren, rinkelende kassa’s
2. De terugkeer van de holiday race
3. Houdt de moeraswespenorchis stand?
4. Altijd strijd om het circuit
5. Beach for Amsterdam
6. Van de prins geen kwaad

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden