Nieuws

Oranje met vertrouwen naar WK na winst op België (1-0)

Het spel was niet per se spetterend, maar wéér won Oranje van België, in de laatste testwedstrijd richting het WK in Qatar: 1-0. Virgil van Dijk kopte in de 73ste minuut een corner van Cody Gakpo knap binnen. Bondscoach Louis van Gaal zag zijn ploeg vooral geconcentreerd, slim en degelijk spelen.

Sjoerd Mossou
Steven Bergwijn, Kenneth Taylor, Virgil van Dijk, Cody Gakpo en Davy Klaassen vieren de 1-0  tijdens de Uefa Nations League wedstrijd tussen Nederland en België in de Johan Cruijff Arena. Beeld ANP
Steven Bergwijn, Kenneth Taylor, Virgil van Dijk, Cody Gakpo en Davy Klaassen vieren de 1-0 tijdens de Uefa Nations League wedstrijd tussen Nederland en België in de Johan Cruijff Arena.Beeld ANP

Vrolijk ging het publiek naar huis zondagavond, zingend en springend op de feestdreunen uit de boxen, grofweg vijftig dagen voor het WK in Qatar. Dankzij een doeltreffende kopbal van Virgil van Dijk haalde Oranje een voortreffelijke score uit zijn zes wedstrijden in de Nations League: ongeslagen won het Nederlands elftal zijn poule. Nederland is volgend jaar juni de organisator van de Final Four van de Nations League.

Een prestatie die vertrouwen en perspectief biedt richting het eindtoernooi in november, maar de 1-0 winst op België bood niet alleen maar plek voor optimisme. Het gemis van Frenkie de Jong en Memphis Depay liet zich - logischerwijs - voelen in de Johan Cruijff Arena. Oranje toonde zich in de laatste wedstrijdfase gevaarlijk in de snelle counter, maar had deze keer moeite echt het spel te maken.

Het spelsysteem van bondscoach Louis van Gaal dat in de laatste interlands steeds tot dynamisch voetbal leidde, oogde nu wat traag en voorspelbaar. Óók door de hoge weerstand, uiteraard: topploeg België nam de wedstrijd een stuk serieuzer dan in juni in Brussel. De bezoekers kregen weliswaar minder kansen dan Oranje, maar waren tot de openingsgoal wel de dominante ploeg.

Euforische stemming

Aan het randprogramma lag het in Amsterdam allemaal niet. De KNVB had werkelijk alles uit de kast getrokken om de Johan Cruijff Arena in een euforische WK-stemming te krijgen, compleet met stampende basdreunen en spetterende lichtshows. In de rust stond de muziek zo kneiterhard, dat je je even op dancefeest waande, in plaats van bij een voetbalinterland.

Op het veld was het allemaal minder adembenemend. Lange tijd was het bovenal een wedstrijd voor de bondscoaches, minder voor het publiek. Nederland en België hielden elkaar tactisch een helft lang in evenwicht, spelend in vergelijkbare formaties met drie centrumverdedigers.

Oranje werd nadrukkelijk getest door de Belgen, op een manier die Van Gaal volop bruikbaar analysemateriaal zal geven richting het WK. België trad op papier aan in een 3-4-3, maar met een voortdurend zwervende Kevin de Bruyne - en met Eden Hazard in een vrije rol vanaf links.

Nederland zocht in de openingsfase even naar afstemming, maar vond daarna al snel zijn grip, met Marten de Roon als een soort ‘klever’ op De Bruyne. De achterhoede met Jurriën Timber, Virgil van Dijk en Nathan Aké werd beproefd door de positiewisselingen van België, maar gaf weinig grote kansen weg.

Kansen schaars

Bij Oranje was het gemis van Frenkie de Jong zichtbaar, exact zoals dat vooraf te verwachten viel. De Roon speelde best een behoorlijke wedstrijd, maar is een volstrekt ander type, waardoor de creativiteit op het middenveld vrijwel volledig van Steven Berghuis moest komen. Ook voorin was Oranje voorspelbaar, met de statischer Vincent Janssen als vervanger van Memphis Depay.

Nadat Berghuis zich na een half uur moest laten vervangen door Cody Gakpo, werd het spel van Oranje er niet frivoler op. Kansen waren toch al schaars: veel meer dan een schietkans voor Vincent Janssen en een goede mogelijkheid voor Denzel Dumfries dwong Oranje niet af. Aan de overkant kreeg Axel Witsel de beste kans na een slimme, snel genomen vrije trap van Kevin de Bruyne.

Na rust veranderde het spelbeeld niet direct. Invaller Kenneth Taylor voegde wat diepgang en iets meer verrassing toe aan het middenveld, maar het was België dat het spel steeds wat nadrukkelijker naar zich toetrok. Van Gaal benutte het duel daarbij nadrukkelijk als een oefenwedstrijd: met Tyrell Malacia en later Stefan de Vrij als ‘verse’ centrumverdedigers testte de bondscoach bewust zijn defensieve opties.

Timothy Castagne en Kenneth Taylor. Beeld ANP
Timothy Castagne en Kenneth Taylor.Beeld ANP

Doelpunt in slotminuut

De beste Belgische kans was voor Amadou Onana na een schitterende pass van De Bruyne, maar keeper Remko Pasveer redde uitstekend. Nederland kwam in de tweede helft nog amper aan de overkant, maar scoorde wel. Uit een corner van Gakpo kopte Van Dijk fraai de 1-0 binnen, tot grote euforie van het publiek.

België bleef in het laatste kwartier zoeken naar de gelijkmaker, maar grote kansen dwong het niet meer af. Oranje in de counter juist wél. Davy Klaassen en Steven Bergwijn kregen allebei opgelegde kansen, maar stuitten beiden op keeper Thibaut Courtois.

In de slotminuut had Nederland mazzel: een schitterende omhaal van invaller Dodi Lukebakio ketste vol op de kruising, waardoor Oranje won en in juni 2023 de Final Four van de Nations League mag gaan organiseren.

Tip Het Parool via Whatsapp

Heeft u een tip of opmerking voor de redactie? Stuur een bericht naar onze tiplijn.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden