Plus

Oplossing overbelasting strafrecht: 'deals met verdachten'

Ondermijnende criminaliteit staat boven aan de politieke agenda, maar juist op die misdaad is het strafrecht slecht toegerust, stelt wetenschapper Laura Peters vast. Zij pleit voor afspraken tussen verdachten en justitie, bezegeld door de rechter.

Beeld Sjoukje Bierma

Ondermijning. Er is geen ambtenaar meer te vinden die het container­begrip níet kent. De regering heeft 100 miljoen euro uitgetrokken om de jacht op de zware, georganiseerde misdaad op te voeren. De reden: die misdaad vreet zich in de maatschappij in en bedreigt de rechtsstaat.

Universitair docent strafrecht Laura Peters (Rijksuniversiteit Groningen) schetst in haar boek Dealen met ondermijningsdelicten een ­belangrijk knelpunt: ons strafrecht is matig toegerust op juist die omvangrijke en ingewikkelde ondermijningsdossiers die de jacht op de hoofdrolspelers oplevert.

Om wat voor strafprocessen draait het ­probleem?
"Grote drugsgerelateerde zaken en witwasonderzoeken. Complexe dossiers over financiële stromen naar verschillende buitenlanden, die blijven uitdijen en voor stroperigheid in het strafrecht zorgen. Het is inherent aan dergelijke zaken dat ze jaren duren, ook doordat vermogende verdachten goede advocaten kunnen betalen die veel onderzoekswensen hebben en tal van getuigen willen verhoren."

"De aard van ons strafrecht brengt met zich mee dat het Openbaar Ministerie (OM) en de verdachten per definitie in een conflict tegenover elkaar komen te staan en allesbehalve meewerken."

Dat is toch logisch? Verdachten hoeven toch niet mee te werken aan hun veroordeling?
"Dat is in ons omringende landen al een tijd niet meer logisch. In met name Duitsland, Frankrijk, Italië, Zwitserland en België, waarnaar ik onderzoek heb gedaan, gebruiken ze al een tijd ook andere vormen van strafrecht."

"In Europa breidt het zoeken naar consensus tussen justitie en verdachten zich als een olievlek uit. Nederland is nog één van de weinige uitzonderingen. Het lijkt me goed te kijken naar die buitenlanden die met dezelfde problemen kampen, maar andere oplossingen hebben gevonden."

Hoe ziet zo'n samenwerking tussen verdachten en justitie er in de praktijk uit?
"Het OM en de advocaten van de verdachten gaan in gesprek. Wat zijn de verwijten? Waaruit bestaat het bewijs? Als de verdachte toezegt mee te werken, bijvoorbeeld door te bekennen, kan het OM een lagere straf aanbieden. Als ze zo gezamenlijk tot een concept-vonnis komen, leggen ze dat aan de rechter voor - heel belangrijk."

"De rechter bestudeert het dossier met de bewijzen en controleert of de verdachte bijvoorbeeld niet onder druk is gezet. Ziet ook de rechter wettig en overtuigend bewijs en vindt die de voorgestelde straf passend, dan wordt dat het vonnis. Als ondermijningszaken op die manier worden afgedaan, kan dat een belangrijk ventiel zijn voor ons verstopte strafrecht."

Dat klinkt een beetje als het Amerikaanse plea bargaining, dat toch ook wel omstreden is?
"Dat klopt, dat is een beetje een besmet begrip geworden. Maar de ING schikte laatst met het OM voor honderden miljoenen de zaak over de gebrekkige controle op witwassen. Daaraan komt geen rechter te pas."

"We kennen het systeem van er samen uitkomen met schikkingen of door het OM voorgestelde transacties dus wel, maar hebben niet de wetgeving waarin een onafhankelijke rechter in het openbaar de afspraak beoordeelt. Dat zou in mijn visie een grote verbetering zijn."

In uw boek wijst u wel op het risico van ­klassenjustitie.
"Als je vonnisafspraken alleen openstelt voor ondermijnende criminelen met veel geld, kan dat op minder vermogende verdachten overkomen als klassenjustitie. Dat is te voorkomen door de mogelijkheid ook open te stellen bij andere delicten dan die ondermijnende criminaliteit en het witwassen. Daar moet je dan wel goed naar kijken."

"In Duitsland is de werkwijze opengesteld voor alle strafzaken, maar het Duitse systeem vind ik geen goed idee. Daar is vanaf de jaren zeventig een cultuur ontstaan waarin het OM, verdachten en rechters op de gang of zelfs letterlijk in de toiletten afspraken maakten. Dan wordt de uiteindelijke strafzitting een theaterspel. Dat kun je voorkomen door strakke kaders in de wet."

Het blijft kiezen tussen twee kwaden, stelt u vast.
"Ja. In een ideale wereld zou je een onuitputtelijke capaciteit hebben waarbinnen alle partijen alle bewijzen uitputtend kunnen bestuderen en de verdediging alle rechten kan uitoefenen zonder dat het systeem verstopt raakt. In zo'n utopische wereld leven we helaas niet, want zo'n systeem is voor de samenleving niet te ­betalen."

"De strafrechtketen kampt met grote financiële tekorten, aan capaciteit is alom gebrek en de stroperige zaken slepen zich maar voort. Daarom worden nu op een ondoorzichtige manier schikkingen en transacties gesloten buiten de rechter om. Ik vind dat gevaarlijk."

Wat vindt u het grootste nadeel aan vonnis­afspraken?
"Eigenlijk wil je geen strafkorting geven aan iemand die schuldig is, enkel omdat het systeem anders vastloopt. Maar als ik moet kiezen tussen die twee kwaden, kies ik voor het systeem waarin goede advocaten en goede officieren samen aan een uitkomst werken die een onafhankelijke rechter fiatteert. Dat is eerlijker dan een schikking. Medewerking van alle partijen draagt ook bij aan een veel prettiger klimaat."

Het onderzoek van Laura Peters is aanleiding voor het congres Dealen met ondermijningsdelicten waarop vele deskundigen morgen spreken in Nieuwspoort, in Den Haag.

Laura Peters

Universitair onderzoeker Laura Peters pleit voor samenspraak tussen justitie en verdachten om er samen uit te komen wat de straf wordt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden