Opinie

Opinie: ‘Een nieuwe en alomvattende visie op het onderwijsstelsel is noodzakelijk’

De politiek wil dat de instroom van internationale studenten wordt beteugeld. Maar volgens onderzoekers Floris van Berckel Smit en Pieter Slaman zal dat niet helpen. Zij pleiten voor een nieuwe, bredere kijk op het onderwijsstelsel.

Floris van Berckel Smit en Pieter Slaman
Het aandeel internationale studenten aan Nederlandse universiteiten steeg van 12.500 in 2005 tot 80.400 in 2021. Beeld ANP
Het aandeel internationale studenten aan Nederlandse universiteiten steeg van 12.500 in 2005 tot 80.400 in 2021.Beeld ANP

De internationale groei van universiteiten wordt stevig bekritiseerd. Onlangs nam de Tweede Kamer meerdere moties aan die minister Robbert Dijkgraaf van Onderwijs oproepen om de instroom van buitenlandse studenten te beteugelen.

Maar een rem op de werving van internationale studenten alleen is niet voldoende. Want er zitten diepere weeffouten in het stelsel. Universiteiten worden met financiële prikkels gestimuleerd om te groeien. Omdat het totale budget gelimiteerd is, leidt groei tot een steeds krappere financiering per student. Europese studenten betalen immers het relatief lage Nederlandse collegegeld. Hierdoor is het bekostigingssysteem op lange termijn niet geschikt om meer Europese studenten te ontvangen. Daarom is een nieuwe, alomvattende visie op het stelsel nodig.

Bachelor-masterstructuur

Bij het vormgeven van een nieuw stelsel is het belangrijk te begrijpen hoe we in de huidige situatie zijn beland. Misschien herinnert u zich nog de invoering van de bachelor-masterstructuur in 2002. Als gevolg van afspraken tussen bijna alle Europese onderwijsministers werden vergelijkbare diploma’s ingevoerd in het Europese hoger onderwijs. De nieuwe structuur was een sterke impuls voor groei door internationalisering, want het opende een nieuwe markt van buitenlandse studenten.

Er speelde meer. Onderwijsminister Loek Hermans (VVD) had in 2000 aangekondigd dat op termijn alleen opleidingen als wetenschappelijk of professioneel zouden worden aangemerkt. Daarmee zou op den duur het verschil tussen hbo en wo verdwijnen. In 2002 opperde staatssecretaris Annette Nijs (VVD) dat zij een volledig open systeem wilde waarin private aanbieders van onderwijs ook in aanmerking zouden komen voor overheidsfinanciering. Hoewel deze twee veranderingen uiteindelijk niet zijn gerealiseerd, was de toon gezet.

Sterke prestatieprikkels

Het perspectief was dus een grotere markt met meer concurrentie. Maar die werd in Nederland gestoeld op een nationaal financieringsmodel uit de jaren negentig, met daarin sterke prestatieprikkels. Destijds was die ingreep uitgevoerd omdat het voorgaande model, waarin financiering eenvoudigweg was gekoppeld aan het aantal ingeschreven studenten, financieel niet meer houdbaar was. In 2000 werd een volgende stap gezet door de financiering te koppelen aan aantallen diploma’s (50 procent) en eerstejaarsstudenten (13 procent).

Maar het totaalbudget was begrensd. Dit betekende dat als de ene instelling het beter deed, dat ten koste ging van de andere instellingen. Zo werd stilstand achteruitgang. Dat is nog steeds zo.

Universiteiten reageerden op het nieuwe perspectief door in te zetten op massa. Immers, de Nederlandse instellingen kunnen niet putten uit omvangrijke fondsen waar rijke universiteiten, zoals het Amerikaanse Harvard, wel toegang toe hebben.

Engelstalige bachelors

Concreet fuseerde de VU bestuurlijk met de hogeschool Windesheim in Zwolle (later teruggedraaid). Een van de argumenten voor de fusie was dat door wetenschappelijke opleidingen aan te bieden in Zwolle meer studenten konden worden bereikt in de regio. Rijksuniversiteit Groningen probeerde de Chinese markt aan te boren via een vestiging in Yantai. Waren masteropleidingen in heel Nederland sinds 2003 voornamelijk Engelstalig, inmiddels zijn ook de Engelstalige bachelors massaal opgekomen.

De Universiteit Leiden richtte bijvoorbeeld de Engelstalige Leiden University College en International Studies op. Aangezien het Nederlandse hoger onderwijs goed stond aangeschreven en het collegegeld relatief laag lag, vonden veel internationale studenten hun weg naar Nederland. Het aandeel internationale studenten aan Nederlandse universiteiten steeg van 12.500 in 2005 tot 80.400 in 2021.

Druk op overheidsfinanciering

In veel opzichten is internationalisering aan te moedigen en ook prestatiebekostiging heeft meetbare prestaties van het wetenschappelijk onderwijs in Nederland bevorderd. Maar de combinatie van beiden is op termijn funest. 77 procent van de buitenlandse bachelorstudenten in Nederland betaalt een laag collegegeld, en draagt bij aan de toenemende druk op de overheidsfinanciering. De afgelopen twintig jaar is de Rijksbijdrage per student met 25 procent afgenomen, en zolang de Tweede Kamer de toenemende groei niet evenredig wil financieren, zal die toestand alleen maar verergeren. Over dit fundamentelere probleem wordt in de politiek nog weinig gesproken.

Daarom is het belangrijk om niet alleen maatregelen te nemen ten aanzien van de werving van internationale studenten, maar tot een veel breder perspectief te komen op het stelsel. Een belangrijk onderdeel daarvan zijn de prikkels in het bekostigingssysteem. Die blijven de instellingen dwingen om door te groeien en elkaar financieel uit te hollen.

null Beeld -
Beeld -

Floris van Berckel Smit (l), promovendus geschiedenis aan de VU en Pieter Slaman, universiteits- en onderwijshistoricus aan de Universiteit Leiden.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden