PlusAchtergrond

Ook minister van ’t Wout naar huis met een burn-out: wat is er mis op het Binnenhof?

Minister Bas van ’t Wout zit overspannen thuis. En hij is niet de enige politicus aan het Binnenhof. ‘Den Haag is een burn-outfabriek geworden.’

Bas van 't Wout, demissionair minister van Economische Zaken en Klimaat. Beeld ANP
Bas van 't Wout, demissionair minister van Economische Zaken en Klimaat.Beeld ANP

Minister Bas van ’t Wout (Economische Zaken) werd het te veel. Vorige week donderdag meldde hij zich ziek voor de ministerraad van vrijdag. Tijdens het pinksterweekeinde bleek er meer aan de hand. De VVD’er is overspannen. Minstens drie maanden zal hij rust moeten houden.

De mededeling die de Rijksvoorlichtingsdienst zondag uitdeed, is opvallend. Sinds minister Bruno Bruins (Medische Zorg en Sport) vorig jaar maart in elkaar zakte in de Tweede Kamer en op doktersadvies rust nam, is het taboe op burn-outs verdwenen in Den Haag. Sindsdien zat bijvoorbeeld D66-Kamerlid Rens Raemakers overspannen thuis en op dit moment geldt dat ook voor twee CDA-Kamerleden: Pieter Omtzigt en Harry van der Molen.

Voor die tijd haakten politici ook weleens voor langere tijd af, maar niemand gaf toe overspannen te zijn. Toenmalig GroenLinks-Kamerlid Zihni Özdil moest in de vorige kabinetsperiode ook rust nemen. “Van mij hoefde het niet aan de grote klok te worden gehangen dat ik een burn-out had,” vertelt hij. “Maar toen ik er vragen over kreeg, heb ik het wel eerlijk gezegd. Na een paar maanden kwam ik terug in de Kamer en spraken veel collega’s, ook heel ervaren Kamerleden, me aan en vertelden dat zij er ook last van hadden gehad.”

Kwetsbaar beroep

Özdil werkt aan een boek over burn-outs. Want er is echt iets mis in Den Haag, zegt hij. “Politicus zijn is een kwetsbaar beroep. Als Kamerlid kun je ineens niet meer terugkeren op de lijst van je partij. En dan is ook de wachtgeldregeling nog versoepeld. Dat leidt ertoe dat Kamerleden zich willen profileren. Dus overspoelen we elkaar met moties, waar we screenshots van maken, die we delen op sociale media. Dat komt het Kamerwerk niet ten goede. Meer dan vierduizend moties per jaar leidt tot motie-inflatie en een screenshotdemocratie.”

En bewindspersonen hebben daar ook last van, ziet Özdil. “Zij worden overladen door de druk van de media en de Tweede Kamer. We draaien elkaar dol. Nederland is al burn-outkampioen in Europa. Maar ook Den Haag is een burn-outfabriek geworden. Het is goed dat mensen als Van ’t Wout eerlijk aangeven dat ze overspannen zijn. Hopelijk wordt het probleem zo bespreekbaar en kunnen we er iets aan doen. Want waar zijn we mee bezig? Is onze democratie nog wel gezond?”

De vorige Kamervoorzitter Khadija Arib waarschuwde om de haverklap voor de te hoge werkdruk in Den Haag. Maar ondanks alle pogingen het aantal spoeddebatten en moties te verminderen, nemen ze elk jaar alleen maar toe.

Steunpakketten

Van ’t Wout (42) is pas sinds januari van dit jaar minister. Hij volgde toen de opgestapte Eric Wiebes op en was tot die tijd staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Op Economische Zaken moest Van ’t Wout zich onder andere bezighouden met de steunpakketten voor bedrijven in de coronacrisis, de afhandeling van de aardbevingsschade in Groningen en de naleving van het Klimaatakkoord. Dat was allemaal te veel, zo bleek.

De VVD’er wordt tijdens zijn afwezigheid vervangen door partijgenoot Stef Blok, minister van Buitenlandse Zaken. De taken van Blok op Buitenlandse Zaken worden zolang waargenomen door D66-leider Sigrid Kaag, die als minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking op het zelfde departement werkt.

Extra staatssecretaris

Daarnaast gaat de VVD op zoek naar een extra staatssecretaris die de portefeuille Klimaat en Energie zal waarnemen. Dat is opvallend, want dit kabinet is al demissionair. Premier Mark Rutte heeft gezegd dat het mooi zou zijn als er nog voor de zomer een nieuw kabinet komt. Dat er toch nog voor zo’n korte tijd wordt gezocht naar een extra staatssecretaris, zegt volgens betrokkenen iets over de hoeveelheid werk. Nadat eind 2019 staatssecretaris Menno Snel van Financiën was gesneuveld over de toeslagenaffaire, werd zijn portefeuille ook verdeeld over twee nieuwe staatssecretarissen omdat het anders niet te doen was.

Toen Rutte voor de eerste keer premier werd, wilde hij zo weinig mogelijk bewindslieden in zijn kabinet. Dat leidde tot meerdere bewindspersonen die tegen overspannenheid aan zaten, bleek in 2013 uit een studie van hoogleraar Roel Nieuwenkamp (Universiteit van Amsterdam). Topambtenaren zagen hoe bewindslieden zó druk waren met de Kameragenda, dat ze amper nog aan andere dingen toekwamen. Bij de vorige formatie in 2017 kwamen er wel meer bewindslieden bij, maar blijkbaar nog steeds te weinig, gezien de extra posten die tussentijds zijn gecreëerd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden