PlusAchtergrond

Ook een demissionair kabinet kán daadkrachtig optreden - mits de Tweede Kamer dat toestaat

Als het kabinet aftreedt om de toeslagenaffaire, zal de aanpak van de coronacrisis daar niet onder lijden, bezweert premier Rutte. Maar het is de vraag of hij die belofte kan waarmaken.

Als het kabinet besluit níet zelf op te stappen, loopt het een risico om bij het Kamerdebat over het toeslagenrapport van volgende week alsnog met een motie van wantrouwen of afkeuring te worden weggestuurd.Beeld ANP

Op 10 februari 1933 liet kabinet-Ruijs de Beerenbrouck III een bom gooien op De Zeven Provinciën. Op het Nederlandse oorlogsschip was muiterij ontstaan. Het kabinet was toen al demissionair – één dag weliswaar. Op 9 februari had het nieuwe verkiezingen uitgeschreven.

Parlementair historicus Bert van den Braak wil er maar mee zeggen dat ook demissionaire kabinetten toch heel daadkrachtig kunnen optreden, al kreeg Ruijs de Beerenbrouck nog op het nippertje steun van het parlement voor het neerslaan van de muiterij. “Ook het kabinet-Rutte III kan alles blijven doen wat nodig is, ook als het zou aftreden.”

Winkel

Ingewijden stellen dat het een kwestie van tijd is voor het voltallige kabinet opstapt vanwege de keiharde conclusies van een parlementaire commissie die onderzoek deed naar de toeslagenaffaire, waarbij duizenden ouders die kinderopvangtoeslag kregen ten onrechte werden aangemerkt als fraudeur. Als het kabinet stopt, wordt het demissionair. Dat is een staatsrechtelijke term die zoveel betekent als ‘ontslagen’. Formeel heeft een kabinet dan ontslag aangeboden aan de koning en past het – zolang er geen nieuw kabinet is geïnstalleerd – ‘op de winkel’.

Dat dit gebeurt in de volgens premier Mark Rutte grootste naoorlogse crisis hoeft volgens diezelfde premier geen bezwaar te zijn. Het kabinet zal ‘mentaal missionair’ zijn als het om de aanpak van de coronacrisis gaat, beloofde hij bij de persconferentie van dinsdagavond.

Maar hij zei er wel iets bij: hij zei te verwachten dat de oppositie het demissionaire kabinet zou steunen in de corona-aanpak. Dat hoeft geen probleem te zijn, want die steun is er nu ook. Maar de Tweede Kamer – die het laatste woord blijft hebben over alles wat er besloten wordt – is onderling wél enorm verdeeld over aanpak van de coronacrisis. Het is onduidelijk of er voldoende steun blijft voor impopulaire maatregelen, zeker met de verkiezingen voor de deur. Zo wilde regeringspartij D66 in december nog de horeca versneld openen.   

Verkiezingen

Hoogleraar staatsrecht Paul Bovend’Eert noemt Ruttes opmerkingen dan ook ‘een beetje flauwekul’. Want ook als het ontslag is aangeboden houdt het kabinet alle bevoegdheden van een regulier kabinet. Ministers kunnen met regelingen komen en het kabinet kan ook gewoon wetsvoorstellen indienen en daarvoor een meerderheid proberen te krijgen. “Na 17 maart zou het kabinet na de verkiezingen sowieso al demissionair worden. En dan is de coronacrisis óók niet voorbij en moet het kabinet gewoon alle lopende zaken behandelen.”

Als demissionair kabinet kan de ministersploeg dus grotendeels doorgaan op de huidige weg, vooral als het gaat om coronamaatregelen. Ook omdat er geen ruzie of crisis ten grondslag lag aan de breuk, is een meerderheid in de Tweede Kamer niet per definitie weg. Ook kan het bij specifieke onderwerpen steun vragen bij de oppositie.

Verzwakt

Maar de Tweede Kamer is dan mogelijk wél verzwakt, stelt Van den Braak. “Het parlement kan niet meer dreigen het kabinet weg te sturen, want dat is al weg.” Hooguit kan de Kamer individuele bewindslieden wegsturen, zoals in 1994 toen ministers Hirsch Ballin en Van Thijn opstapten vanwege de IRT-affaire, terwijl het kabinet-Kok vanwege de verkiezingen al demissionair was.       

Een alternatief voor de demissionaire status zou een nieuw noodkabinet zijn, zoals het in twee dagen geformeerde kabinet-Balkenende III in 2006. Dat is zo kort voor de verkiezingen echter vreemd, vindt Bovend’Eert. “Het derde kabinet Balkenende moest een begroting maken en verkiezingen organiseren. Dat is nu niet aan de orde.”

Peiling

Bovend’Eert vindt het eventuele aftreden van het kabinet een symbolische maatregel, ook omdat de kans groot is dat kopstukken uit dit kabinet weer terugkeren in een volgend kabinet. “Mijn advies is: niet doen. Het is een loos gebaar.”

Uit een peiling van I&O Research bleek woensdag dat ook veel kiezers niet zitten te wachten op een kabinet dat opstapt vlak voor de verkiezingen. Ja, vindt 72 procent, er moeten consequenties getrokken worden uit de toeslagenaffaire. Maar slechts 8 procent van de kiezers wil dat het héle kabinet opstapt. Een kwart van de ondervraagden wil dat VVD’er Eric Wiebes en PvdA’er Lodewijk Asscher vertrekken. Die kans lijkt echter klein.   

Minister

Ook in het verleden keerden afgetreden bewindspersonen weer terug als minister in een volgend kabinet, weet Van den Braak, bijzonder hoogleraar parlementaire geschiedenis aan de Universiteit van Maastricht. “Minister Piet Hein Donner van Justitie trad in 2006 af vanwege de Schipholbrand en keerde vijf maanden later weer terug. Weliswaar op een ander departement.” Donner werd toen minister van Sociale Zaken.    

Als het kabinet besluit níet zelf op te stappen, loopt het een risico om bij het Kamerdebat over het toeslagenrapport van volgende week alsnog met een motie van wantrouwen of afkeuring te worden weggestuurd door de Tweede Kamer. “Dat alternatief is niet aantrekkelijk,” stelt Van den Braak. “Dan is het kabinet net zo goed demissionair, alleen moet het dan beschadigd de crisis te lijf.”

Ruijs de Beerenbrouck kreeg in 1933 nog op het nippertje steun van het parlement voor het neerslaan van de muiterij.Beeld ANP
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden