Plus

Ongeloof over vaccinatiecampagne: 'Je had dit allemaal al kunnen voorzien’

Het vaccindebat donderdagavond in de Tweede Kamer heeft de zorgen over een succesvol verloop van de vaccinatiecampagne niet weggenomen. ‘Ik weet één ding: uiteindelijk is de minister verantwoordelijk.’

null Beeld ROBIN UTRECHT
Beeld ROBIN UTRECHT

Terwijl het ene na het andere land aankondigt dit jaar nog te beginnen met vaccineren, staat die datum in Nederland nu op vrijdag 8 januari. Eerder is de GGD er niet klaar voor, herhaalde minister Hugo de Jonge van Volksgezondheid donderdag, tot frustratie van de Kamer. De reden: de ict-systemen zijn nog niet op orde.

Het leidt ook buiten Den Haag tot ongeloof. Hoe is het toch mogelijk dat iets dat er al zolang aan zit te komen, nog niet tot in de puntjes is voorbereid? “Je had dit allemaal al kunnen voorzien,” zegt Herman van der Weide. Hij was in 2009 programmamanager van de vaccinatiecampagne tegen Mexicaanse griep. “Dat was net zo’n ingewikkelde campagne,” blikt hij terug. “Ook toen moest iedereen twee prikken hebben. Maar we hadden alles al klaar voor de eerste vaccins er waren.”

Zeven verschillende, allemaal anders

Wat de coronavaccins overigens wél een tikje ingewikkelder maakt, is dat er inmiddels al zeven verschillende besteld zijn, en dat die allemaal anders zijn. Zo moet het vaccin van AstraZeneca dat lang als eerste goedkeuring leek te gaan krijgen, in de koelkast bewaard worden. Maar nu blijkt Pfizer de eerste te zijn, een vaccin dat op min 70 graden opgeslagen moet worden. Dat heeft invloed op de hele operatie. Bovendien, klinkt het bij het ministerie, andere landen kunnen dan wel eerder beginnen, het zal daarbij gaan om minimale, symbolische hoeveelheden, die uiteindelijk weinig verschil gaan maken.

“En toch, je wist al lang dat die vaccins verschilden,” werpt Van der Weide tegen. “Dus die scenario’s kun je voorbereiden. En een ict-systeem: dat had gewoon klaar moeten zijn. Hoeveel signalen zijn er niet geweest dat het vaccin er misschien toch in december al zou zijn?”

Vaccinaties tegen de Mexicaanse griep in 2009. Beeld Hollandse Hoogte /  ANP
Vaccinaties tegen de Mexicaanse griep in 2009.Beeld Hollandse Hoogte / ANP

‘Als een trein’

Terugblikkend op de campagne rond de Mexicaanse griep in 2009 ziet Van der Weide grote verschillen. “Die ging als een trein. Ab Klink, toen minister van Volksgezondheid, pakte heel duidelijk de regie, daar was het RIVM destijds niet blij mee. Ik leidde een stuurgroep met 35 mensen, met daarin iedereen die belangrijk was in de campagne. Het was een eenheid.”

De Jonge nam de teugels veel minder nadrukkelijk in handen. In een interview met NRC, eind november, zei hij dat de landelijke aansturing ‘via het RIVM’ gaat. “Het RIVM maakt nu de afspraken, met bijvoorbeeld de GGD. Dus ja, er is centrale regie, maar ook decentrale uitvoering.”

Het afhuren van sporthallen was volgens de minister nog ‘niet nodig’, omdat eerst bewoners van verzorgingshuizen en instellingen voor verstandelijk beperkten een vaccin zouden krijgen. Die volgorde is omgegooid: de eerste ladingen Pfizer-vaccin gaan naar het personeel van de tehuizen en instellingen, op centrale locaties.

Of de GGD, het RIVM of de huisartsen nu de uitvoering doen, dat is maar praktische invulling, zegt Van der Weide. “Ik weet één ding: uiteindelijk is de minister verantwoordelijk voor het slagen van de vaccinatiecampagne.”

Vertrouwen boven snelheid?

Niet iedereen is zo uitgesproken kritisch als Van der Weide. Rob Beuse was in 2002 directeur van de landelijke GGD-koepel en kreeg dat jaar de opdracht binnen drie maanden 3,5 miljoen kinderen te vaccineren tegen meningokokken C.

Beuse vindt de snelheid van het vaccineren minder belangrijk dan het vertrouwen in een vaccin. “En ook de ict moet echt eerst op orde zijn. Je wilt precies weten welk spul op welk moment waar is en wie welk vaccin heeft gehad. Die gegevens hebben huisartsen nog decennialang nodig. Het is sowieso een campagne die maanden duurt, dus die paar dagen wachten met prikken maken niet zoveel verschil.”

Leger

De toenmalig GGD-directeur betrok ook het leger bij de operatie. “Die hebben zulke mooie spullen. Ze hebben vooral geholpen bij de logistiek en het opzetten van priklocaties. Van simpelweg het vervoeren van bankjes tot het opzetten van een hele priklocatie op vliegbasis Volkel. Dus ik zou deze keer ook zeker het leger er weer bij halen.”

Waarom gebeurt dat eigenlijk niet? Tot nu toe speelt het leger een minimale rol bij deze gigantische operatie. Slechts twee militaire planners ondersteunen het RIVM bij het opzetten van het vaccinatieprogramma.

Andere landen zoals Amerika en Groot-Brittannië maken al veel meer gebruik van hun krijgsmacht. Zij laten militairen bijvoorbeeld helpen bij de distributie van de verpakkingen. Ook het Nederlandse leger kan veel meer betekenen dan nu, laten hooggeplaatste militairen buiten dienst weten. “Hoe moeilijk is het zetten van een spuit? Dat kun je militairen na een korte cursus prima laten doen,” zegt een van hen die anoniem wil blijven.

Duizenden handjes

Defensie kan ook een grote rol spelen in de logistiek. Ze hebben vliegtuigen, vrachtwagens, kunnen militairen simpele administratiewerkzaamheden laten doen of helpen bij het begeleiden van bezoekers in de ‘prikstraten’. Het leger heeft duizenden handjes.

Toch wordt er nog nauwelijks een beroep op ze gedaan. Mogelijk speelt gezichtsverlies bij de GGD’s een rol, vermoeden sommige militairen. Ze willen graag laten zien dat ze het zelf kunnen. Het is wellicht ook makkelijker om het in eigen hand te houden. Dan hoeven ze niets met andere partijen af te stemmen.

Het leger staat klaar om te helpen, maar past een afwachtende houding. Er moet een beroep op ze worden gedaan, voordat ze in actie kunnen komen. En ergens is de legerleiding er ook niet rouwig om dat een verzoek uitblijft. Want de generaals weten: zodra zij hun vinger opsteken en militairen gaan leveren, heeft dat direct grote consequenties voor de eigen organisatie. Oefeningen zijn dan minder mogelijk, waarmee de gereedstelling van de eenheden in het gedrang komt. Het kost maanden om dat weer in te lopen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden