PlusInterview

Onderzoeker: noch de Cito-toets noch het advies van de docent klopt helemaal

Het schoolkeuzeadvies in groep 8 is al jaren een bron van discussie. Kimberley Lek hield de adviezen tegen het licht en constateerde dat noch de Cito-toets noch het advies van de docent helemaal klopt. Als ze samen worden gebruikt, is het advies een stuk accurater.

Kimberley Lek hield voor haar promotieonderzoek 119.751 school­adviezen tegen het licht en bekeek hoeveel leerlingen na drie jaar nog onderwijs op het geadviseerde niveau volgden.Beeld Hollandse Hoogte / ANP

Wie weet het beter, de leerkracht of de eindtoets? Een wetswijziging in 2014 schoof de eindtoets naar achter en maakte het advies van de leraar leidend in de schoolkeuze. Daarna ontwikkelde zich een langdurige discussie over de vraag of we moeten vertrouwen op de eindtoets of juist moeten uitgaan van het oordeel van de leerkracht. Promovenda Kimberley Lek onderzocht welke van de twee de voorkeur verdient.

Hoe kun je het advies van de docent vergelijken met het advies van de eindtoets?

“Het zou het mooist zijn als je op een of andere manier zou kunnen weten wat het beste advies was geweest, maar dat is niet mogelijk. In plaats daarvan hebben we een indirecte vergelijking gemaakt waarbij we gekeken hebben waar leerlingen drie jaar na de wetswijziging terecht zijn gekomen. We hebben die drie jaar als uitgangspunt genomen omdat een leerling in die eerste jaren nog enigszins kan switchen, daarna zit je in ons onderwijssysteem redelijk vast.”

“We hebben gegevens van het CBS gebruikt en gekeken hoe de verschillende adviezen bij 119.751 leerlingen zijn opgebouwd: wat was het resultaat van de toets, wat was het advies van de leraar en of die adviezen van elkaar verschillen. Dat hebben we gecombineerd met de ontwikkeling van de leerling: op welk niveau hij of zij uiteindelijk is terechtgekomen en of er van niveau is gewisseld. Je verwacht dan dat als leerkrachten bijvoorbeeld systematisch te hoge adviezen zouden hebben gegeven je in het derde jaar ziet dat relatief veel leerlingen naar een lager niveau zijn gegaan.”

En vond u zoiets ook in uw studie?

“Het steekt nogal complex in elkaar. We concludeerden dat je niet kunt zeggen dat het advies van de leerkracht beter was dan de uitkomst van de toets of andersom, maar dat ze echt complementair zijn. Op het moment dat een leerling door de toets te hoog is ingeschaald, heeft de leerkracht het vaak bij het juiste eind. Die is wat conservatiever en daarmee wat correcter voor de leerlingen die aan de ‘onderkant’ zitten. Aan de andere kant weet de toets wel de leerlingen eruit te pikken die naar vwo of havo hadden gekund.”

“Als leerlingen in de eerste drie jaar een niveau omhooggaan, zie je dat de toets vaak al had aangegeven dat dat mogelijk was. De leerling corrigeert zichzelf dan in de richting van de toetsuitslag. Andersom komt ook voor. Als het advies wordt bijgesteld op basis van het toetsadvies zie je dat leerlingen soms juist afzakken in de richting van het advies van de leerkracht. De informatie van de toets en het advies van de docent vullen elkaar dus aan. De vraag blijft hoe we die informatie op de juiste manier kunnen combineren.”

“De huidige discussie gaat veelal over het moment waarop zo’n advies wordt gegeven. Dat is niet de juiste discussie. Je kunt het pas hebben over de volgorde waarin je de adviezen geeft als je beter zicht hebt op hoe die verschillende adviezen elkaar aanvullen.”

Het is nogal lastig te achterhalen op welke manier een leraar tot zijn of haar advies is gekomen.

“Inderdaad, het advies dat leerkrachten geven, is vrij ondoorzichtig. Om inzichtelijker te maken hoe een docent tot zijn of haar oordeel komt, hebben we een app ontwikkeld waarin de docent een inschatting kon maken van de capaciteiten van zijn leerlingen, afgezet tegen de algemene leerlingenpopulatie. In de app kon de leraar aangeven op welk niveau hij of zij de leerling inschat, daarbij ook hoe zeker hij is over zijn inschatting. Met die app kun je ook zien hoe die inschatting zich in de loop der tijd ontwikkelt. Vaak heeft een docent het idee dat zijn beeld over een leerling redelijk stabiel is, maar wij zagen dat er toch verschuivingen waren als een docent op verschillende momenten de app invulde. Blijkbaar is het beeld dat docenten van leerlingen hebben soms minder stabiel dan ze zelf denken.”

“Met de app probeerden we het oordeelvormingsproces van de leerkracht inzichtelijker te maken en de vaak subjectieve inschatting van de docent om te zetten naar objectievere gegevens zodat het oordeel beter te vergelijken is met de uitkomst van de eindtoets. Het maakt de oordeelsvorming transparanter en makkelijker te ‘toetsen’. Bij de eindtoets wordt de betrouwbaarheid van de toets uitvoerig getest. Het liefst zou je het oordeel van de leerkracht – net als het oordeel van de toets – ook langs een lat leggen. Dat kan alleen wanneer we inzichtelijk hebben hoe het oordeel tot stand is gekomen.”

Hoe moet het nu verder?

“Welke factoren bij de docent een rol spelen bij de oordeelvorming zou beter onderzocht moeten worden. Dat kan bijvoorbeeld door het oordeelvormingsproces op te delen in een aantal stappen: het verzamelen van informatie, het bedenken welke informatie wel of niet relevant is, het wegen van die informatie en het in perspectief plaatsen daarvan. Door deze stappen duidelijk te maken wordt inzichtelijker hoe het uiteindelijke oordeel tot stand komt.”

“Daarnaast zou je moeten kijken welke informatiebronnen die nu gebruikt worden uiteindelijk ook echt iets zeggen over het succes van de leerling in het voorgezet onderwijs. Dat is een heel andere aanpak dan we nu hebben, die is vrij holistisch: je krijgt een oordeel van de docent en daar moet je het maar mee doen.”

Kimberley Lek
Aarlanderveen, 25 juni 1990

2010-2011 pre-master onderwijskunde, Universiteit Utrecht
2011-2014 researchmaster educational sciences, gecombineerd met researchmaster methodology & statistics; beide Universiteit Utrecht
2014-2019 promotie aan de Universiteit Utrecht
2019-heden onderzoeker bij Cito 

Kimberley Lek.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden