Plus

Onderzoek: Nederlanders zijn opvallend eensgezind

Boten op de grachten tijdens Koningsdag. Beeld ANP

Koningin Máxima zei ooit dat dé Nederlander niet bestaat, maar wat vinden wij zelf van de Nederlandse identiteit? Het eerste serieuze onderzoek daarnaar is klaar.

Denkend aan Nederland zie je misschien blokkeerfriezen protesteren, dierenactivisten een varkenshouderij kapen. Denkend aan Nederland hoor je wellicht Jan en alleman ruziën over het klimaat, de pensioenen, over de kleur van zwarte piet of over islamitisch onderwijs. Zie je massa-emotie bij Van der Weijdens heroïsche tocht tegen kanker of bij winst van Oranje.

Denkend aan Nederland zie je soms ook een tot op het bot verdeeld land, verwikkeld in cultuuroorlogen tussen stad en platteland, tussen jong en oud, autochtoon en allochtoon.

Maar het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) ziet - vrij naar dichter Marsman - iets anders, in het grote onderzoek Denkend aan Nederland, een bijna 500 pagina’s tellend boekwerk dat het Planbureau vandaag publiceert, een zogenoemde ‘selfie’ van het land. Bijna twee jaar werkten SCP’ers eraan, ze peilden in totaal vijfduizend Nederlanders en trokken door het land voor een reeks interviews.

En dat levert een bijzonder plaatje op, vindt SCP-voorzitter Kim Putters. “Er is de laatste jaren veel over de Nederlanders en hun identiteit geschreven, gezegd en gedebatteerd, maar wij hebben hen zelf bevraagd. En dan blijkt er dus opvallend veel eensgezindheid over wat typisch Nederlands is en wat Nederlanders verbindt.’’

Typisch Nederlands

Dat is de belangrijkste conclusie: over wat onze nationale identiteit vormt, het thema dat de laatste dertig jaar verschoof van de marge naar het middelpunt van het maatschappelijke en politieke debat, is weinig onenigheid. Jong of oud, autochtoon of allochtoon, stedeling of plattelander: vrijwel allemaal vinden we dat eerst en vooral de taal bepalend is, en verder ook tradities en symbolen als Koningsdag en pakjesavond, fietsen, de Nederlandse vlag, dodenherdenking of de Elfstedentocht.

Maar ook de Hollandse molens of de aloude strijd tegen het water worden door bijna alle ondervraagden als ‘typisch Nederlands’ beschouwd. “Op Twitter of in de media zien we soms scherpe en harde debatten, dan lijkt het alsof deze groepen altijd frontaal tegenover elkaar staan. Maar dat blijkt niet uit dit onderzoek. Veruit de grootste groep, zo’n 80 procent, is het grotendeels gewoon eens over de belangrijkste tradities en vrijheden van de Nederlandse identiteit. In de media wordt vaak negatief over identiteit geschreven, vanuit het standpunt dat er iets verloren gaat. Maar neem Maarten van der Weijden. Zijn zwemtocht, de belangstelling, de steun, de strijd tegen kanker en het water: dat is ook iets dat bijdraagt aan onze identiteit, op een positieve manier. Ik zwem ook wat baantjes iedere ochtend, het ging nergens anders over vanochtend, iedereen had het over Maarten. Dat is mooi.’’

(Artikel gaat verder na de foto)

De Elfstedenzwemtocht van Maarten van der Weijden heeft tot nu toe miljoenen opgeleverd. Beeld ANP

Is het dan allemaal pais en vree in de identiteitspolder? Nou nee. Er mag dan veel consensus zijn over wat Nederland typeert en verbindt, áls er identiteitsdiscussies spelen, verhardt het debat al snel. Zei iemand daar Zwarte Piet? De Europese Unie? Christelijke feestdagen? Dan springen we er bovenop. Of neem de beladen discussie over standbeelden en straatnamen voor oude Hollandse helden: als het over zulke thema’s gaat, kruipen de extreme kampen sneller in hun loopgraven en wordt ook die grote gematigde middengroep gedwongen te kiezen, ziet Putters: “Dan staan mensen met de rug tegen de muur, moeten ze kleur bekennen en polariseert het debat ook automatisch, dan schuiven ze op in hun opvattingen. Terwijl ze daarvoor en daarna misschien veel gematigder zijn.’’

Tradities versus vrijheden

Daarbij identificeert het SCP drie profielen van Nederlanders als het over identiteit gaat. Iedere Nederlander herkent zich min of meer in elk van deze types. Nederlanders die vooral hechten aan symbolen en tradities (feestdagen, oude gebruiken), landgenoten die juist het belang van burgerrechten benadrukken (het recht om te demonstreren of de godsdienstvrijheid) en een groep die geen uitgesproken mening heeft.

De symbool-Nederlanders hechten volgens het SCP aan Koningsdag, molens en Sinterklaas, zien de islam als wezensvreemd, lezen vaker De Telegraaf of het AD, stemmen vaker VVD, PVV of CDA, zijn chauvinistisch en voelen zich nauwelijks verbonden met Europa. 

Nederlanders uit de andere categorie, die dus meer aan zaken als burgervrijheden en democratie hechten, vind je eerder onder stemmers van D66, PvdA of GroenLinks, voelen zich sterk verbonden met Europa en waarderen de islam als onderdeel van Nederland. 

De overgrote meerderheid (ruim 80 procent) herkent zich overigens in béide profielen: “Dus de massa is niet in één hokje te plaatsen. Dan vind je enerzijds de islam misschien niet typisch bij Nederland passen, maar ben je tegelijkertijd wel voor de vrijheid van godsdienst.’’ Pas als het debat verhardt, trekt men naar een scherpe positie. “Dat versmalt zich dan bijvoorbeeld tot de vraag of iemand vindt dat Zwarte Piet zwart moet blijven of dat iemand het recht heeft om te protesteren tegen het behoud van Zwarte Piet.’’ Beide groepen beroepen zich daarbij dan op belangrijke waarden van de Nederlandse identiteit: de traditie versus het recht om ertegen te demonstreren.

Controverses

Het SCP peilde ook specifiek een aantal van die controversiële onderwerpen en ziet dat 56 procent van de Nederlanders vindt dat Zwarte Piet moet blijven. Ook zegt 65 procent van de ondervraagden best bereid te zijn na te denken over wijzigingen van standbeelden en straatnamen voor oude Hollandse - en inmiddels controversiële - helden, bijvoorbeeld door de historische context beter te duiden.

De opvallende eensgezindheid geldt overigens ook voor de zorgen en bedreigingen. Putters: “De meeste Nederlanders zijn bezorgd over ‘Europeanisering’, polarisatie, de islam en de bureaucratie.’’ Zo noemt 62 procent van de respondenten de islam als bedreiging voor Nederland. Ook ‘Amerikanisering’ (48 procent), bureaucratisering (58 procent) en polarisering (77 procent) scoren hoog. “Ons onderzoek is daarmee ook een agenda voor de politiek. Zo brengen we de stem van de Nederlander zelf in het debat. Neem bijvoorbeeld de Nederlandse taal, maar ook de typische landschapskenmerken: ook dat blijken voor onze identiteit bepalende thema’s, terwijl ze misschien als zodanig niet altijd worden benoemd.’’

Liefde voor geschiedenis

En we blijken een geschiedenisminnend volk: we hechten enorm aan onze historie, met herdenkingen, tradities en gewoonten, maar weten ondertussen ook weer niet al te veel van het verleden. Zo heeft de helft van de respondenten geen mening over het Plakkaat van Verlatinghe – de niet onbelangrijke Nederlandse ‘onafhankelijkheidsverklaring’ uit 1581. Putters: “Omdat ze het niet kennen of omdat ze niet weten wat ze ervan moeten vinden. Ja, dat is paradoxaal: we vinden geschiedenis en tradities belangrijk, ook zonder alle details te kennen. Dat is dubbel. Neem ook de uitspraken van Nederlandse expats die in het buitenland wonen. Zij zeggen aan de ene kant dat Nederlanders bot zijn, maar tegelijkertijd prijzen ze de nuchterheid en directheid. Enerzijds klagen we over te veel bureaucratie, aan de andere kant roemen we de goede organisatie. Het is dubbel. Maar dat is ook menselijk, toch.’’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden