PlusInterview

Onderzoek naar narcisme bij kinderen: ‘Eigenlijk voel ik compassie met ze’

Eddie Brummelman, ontwikkelings­psycholoog en nieuw lid van De Jonge Akademie, doet onderzoek naar narcisme bij kinderen. ‘Ik voel compassie met narcistische kinderen omdat ze zich voortdurend moeten bewijzen om de liefde van anderen te verdienen.’

Ontwikkelings­psycholoog Eddie Brummelman ontdekte dat als een kind te veel op een voetstuk wordt gezet dat bijdraagt tot de ontwikkeling van narcisme. Beeld Getty Images
Ontwikkelings­psycholoog Eddie Brummelman ontdekte dat als een kind te veel op een voetstuk wordt gezet dat bijdraagt tot de ontwikkeling van narcisme.Beeld Getty Images

Hoewel vaak anders wordt gedacht, is narcisme niet zo zeldzaam; het is een persoonlijkheidstrek die ieder­een in meer of mindere mate heeft en waar sommigen behoorlijk last van kunnen hebben. Iets meer dan een eeuw geleden werd de term voor het eerst gebruikt. “Het was ergens in het jaar 1898 toen de Britse arts Henry Havelock Ellis de term narcisme introduceerde,” zegt ontwikkelingspsycholoog Eddie Brummelman. “Hij kwam erachter dat sommige van zijn patiënten het fijn vonden om naakt voor de spiegel te liggen en naar zichzelf te kijken.”

Brummelman wordt dit voorjaar geïnstalleerd als nieuw lid van De Jonge Akademie, een prestigieus platform van onderzoekers met een scherpe visie op wetenschap en wetenschapsbeleid. Als ontwikkelingspsycholoog onderzoekt hij de zelfbeeldontwikkeling van kinderen en toonde hij aan dat overmatig prijzen kan leiden tot narcisme. Zijn huidige onderzoek richt zich op de rol van het zelfbeeld in het ontstaan van ongelijkheid.

Mensen gebruiken de term narcist te pas en te onpas, maar wat is het precies?

“Het is een persoonlijkheidstrek die te maken heeft met het gevoel van verheven zijn boven andere mensen. Het betekent niet dat je tevreden bent met jezelf of dat je jezelf leuk vindt, maar wel dat je de overtuiging hebt dat je specialer bent dan andere mensen en dus automatisch ook meer rechten hebt dan anderen.”

“Heel lang heeft het idee geleefd dat narcisme ontstaat door een gebrek aan ouderlijke warmte en liefde in de kindertijd. Kinderen zouden zich als het ware van binnenuit opblazen om te compenseren voor het gebrek aan warmte.”

En dat is niet juist?

“Nee, we ontdekten dat dit idee niet klopt. Samen met ouders en kinderen hebben we een onderzoek opgezet en in kaart gebracht wat het narcismeniveau van de kinderen is en hoeveel warmte en liefde ze thuis ervoeren. Wat bleek? Het gebrek aan liefde en warmte was niet voorspellend voor een narcistische ontwikkeling. Wel kwamen we erachter dat als kinderen op een voetstuk worden gezet en worden overspoeld met complimenten dat bijdraagt tot de ontwikkeling van narcisme. Narcisme is een aangeleerde overtuiging die je opbouwt op basis van boodschappen uit je sociale omgeving.”

U werkt veel met narcistische kinderen, hoe kijkt u tegen hen aan?

“Eigenlijk voel ik compassie met ze. Narcistische kinderen moeten zich voortdurend bewijzen om de liefde van anderen te verdienen. Dat maakt ze kwetsbaar.”

Als je als kind narcistisch bent, ben je dat dan ook als volwassene?

“Het is veranderbaar. Bij de meeste mensen neemt narcisme na de adolescentie en vroege volwassenheid geleidelijk af. Zelfs bij mensen met een narcistische persoonlijkheidsstoornis – mensen die dus extreme niveaus van de persoonlijkheidstrek narcisme hebben – zie je dat sommigen na verloop van tijd de diagnose kwijtraken.”

Hoe kan narcisme afnemen?

“Dat kan gebeuren als iemand een betekenisvolle, wederkerige relatie is aangegaan met een ander. Dat hoeft geen romantische relatie te zijn, het kan ook een vriendschap zijn waarin ze hebben geleerd dat ze gewaardeerd kunnen worden voor wie ze zijn, zonder voortdurend te moeten bewijzen hoe speciaal en bijzonder ze zijn.”

Toen bekend werd dat u toetreedt tot de Jonge Akademie vertelde u dat u zich gaat inzetten voor een wetenschap waarin iedereen dezelfde kans heeft te slagen. Hoe gaat u dat doen?

“Wetenschap is een manier van denken. Zelfs jonge kinderen doen aan wetenschap: geboren met een grote nieuwsgierigheid gaan ze op zoek naar wetmatigheden in hun omgeving. Toch praten we over de wetenschap alsof het alleen voor ‘echte wetenschappers’ is weggelegd. Zelfs wetenschapsfinanciers zoeken steeds naar ‘excellente’ wetenschappers.”

“Dit creëert de illusie dat sommige mensen geboren wetenschappers zijn en anderen niet. En dat leidt tot ongelijkheid. Want hoe meer nadruk we leggen op individuele excellentie, hoe eerder mensen uit ondergerepresenteerde groepen afhaken. Dat begint al vroeg. Als je kinderen vertelt dat ze ergens heel slim voor moeten zijn, worden vooral onzekere kinderen bang om te falen.”

“Als lid van De Jonge Akademie wil ik onderzoeken hoe we deze nadruk op individuele excellentie achter ons kunnen laten. Kunnen we in personeelsbeleid en beurzenprogramma’s minder nadruk leggen op individuele excellentie en meer nadruk leggen op de inhoud van het onderzoek? Zo gaan we terug naar de kern van ons werk: niet anderen ervan overtuigen hoe excellent we zijn, maar onderzoek doen dat fascineert en inspireert. Wetenschap is immers iets wat je doet—niet iets wat je bent.”

Uiteindelijk wilt u dat de wetenschap vóór iedereen en ván iedereen wordt. Hoe wilt u dat precies doen?

“Wetenschap is niet alleen een methode om de wereld beter te begrijpen, maar ook een methode om de wereld te veranderen. Maatschappelijke impact zit vooral in de manier waarop we wetenschap uitdragen.”

“Ik vind het belangrijk om wetenschap toegankelijk te maken, voor de wetenschappers van morgen: kinderen. Zo wil ik me graag inzetten voor burgerwetenschap, citizen ­science, waarbij kinderen actief worden betrokken bij het opzetten en uitvoeren van ons onderzoek. Zo leren we kinderen dat wetenschap iets is wat we allemaal doen - niet iets wat alleen is weggelegd voor een selecte groep wetenschappers aan de universiteit.”

Eddie Brummelman

Deventer, 3 augustus 1987

Eddie Brummelman is universitair docent aan de Universiteit van Amsterdam. Hij is cum laude gepromoveerd aan de Universiteit Utrecht en was Marie Skłodowska-Curie fellow aan Stanford University. Zijn onderzoek richt zich op de zelfbeeldontwikkeling van kinderen. In 2019 publiceerde hij het boek Bewonder mij! Overleven in een narcistische samenleving.

Eddie Brummelman. Beeld Sander Nieuwenhuys
Eddie Brummelman.Beeld Sander Nieuwenhuys
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden