Onderzoek naar invoering vleestaks: opvallend want VVD en CDA waren altijd fanatiek tegen

Landbouwminister Henk Staghouwer (ChristenUnie) gaat de invoering van een heffing op vlees onderzoeken. Andere coalitieparijen waren altijd fel tegen een ‘vleestaks’.

Marcia Nieuwenhuis en Laurens Kok
null Beeld ANP
Beeld ANP

De ChristenUnie-bewindsman schrijft in een brief over het voedselbeleid dat de overheid ‘ook via prijssignalen’ de mogelijkheid heeft ‘om prikkels te geven richting meer duurzame en gezondere keuzes, zonder mensen in hun vrijheid te beperken’.

Dat Staghouwer nu aankondigt een heffing op vlees te willen onderzoeken, is opvallend omdat in de Tweede Kamer in de verste verte geen meerderheid voor een aparte ‘vleestaks’ te vinden is. D66, GroenLinks, Partij voor de Dieren en Staghouwers eigen ChristenUnie zien er wel brood in, maar andere partijen keerden zich in het verleden tegen het idee.

Vooral VVD, CDA en PVV waren altijd fanatieke tegenstanders ervan, maar ook partijen als SP en PvdA zijn terughoudend, omdat zij vinden dat een speklap en gehaktbal geen luxevoedsel moeten worden, dat alleen rijke Nederlanders zich kunnen veroorloven. Meer draagvlak lijkt er te zijn om al het voedsel dat slecht is voor het milieu, zwaarder te belasten.

Opbrengst voor veehouders

Eerder bleek al uit onderzoek in opdracht van het ministerie van Landbouw dat een vleestaks die specifiek ten goede komt aan biologische boeren, een doeltreffend middel kan zijn. De opbrengst van zo’n heffing zou terecht moeten komen bij veehouders, die van dat geld kunnen verduurzamen, zo staat ook in de brief beschreven.

Het kabinet kondigde in het coalitieakkoord al aan extra belasting te willen heffen op suikerhoudende dranken, en geen btw meer te heffen op groente en fruit. Zo kan de consument gestimuleerd worden om tot betaalbare, en meer gezonde en duurzame keuzes te komen, stelt Staghouwer.

Het kabinet wil ook de drempel verlagen voor mensen om in de supermarkt gezonde keuzes te maken, ‘door bijvoorbeeld het stellen van een minimaal percentage aan duurzaam en/of biologisch voedsel in de schappen’.

Niet in beton gegoten

Uit een evaluatie van het beleid van de afgelopen jaren blijkt dat het belangrijk is om concrete doelen te stellen. Staghouwer noemt als voorbeeld het doel om consumenten 50 procent dierlijke en 50 procent plantaardige eiwitten (uit bijvoorbeeld groente) te laten eten. Momenteel is die verhouding 60 procent dierlijk, 40 procent plantaardig. Dat doel is niet in beton gegoten, benadrukt hij. “Als ontwikkelingen of nieuwe inzichten ertoe leiden dat een verscherping of versnelling van het doel nodig is, kan dit tot een heroverweging leiden.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden