PlusInterview

Onderzoek naar extreemrechts in Nederland: ‘Ik maak me meer zorgen over de stille eenlingen’

Thierry Baudet is een ‘bitterbalnationalist’ en een burgeroorlog zou aanstaande zijn. Zes jaar lang sprak onderzoeker Nikki Sterkenburg met de nieuwe generatie extreemrechtse activisten. Ze zag ‘wolven in maatpakken’ die het tij mee hebben.

Nikki Sterkenburg:  Beeld Harmen de Jong
Nikki Sterkenburg:Beeld Harmen de Jong

Er was een dag dat Nikki Sterkenburg tegenover een van haar contactpersonen zat en niet wist wat ze hoorde. “De holocaust is in scène gezet,” zei die man. Een vooropgezet plan van de Joden zelf, om het ego van de witte man te raken. “Het verhaal van de holocaust is hét middel om een Noordwest-Europeaan z’n kracht en z’n rechten te ontnemen. Om hem zielig en bibberend in een hoekje te zetten, waarbij hij zichzelf verschrikkelijk en een racist vindt. Het is heel slim.”

“Dan klapper je met je oren,” zegt Sterkenburg. Maar wat haar veel vaker overkwam: dat haar gesprekspartner best een aardige gast was en geen hele rare dingen leek te zeggen. Tot ze de opname thuis terugluisterde. “Jonge mannen, netjes gekleed, die beschaafd praten en goed kunnen argumenteren. Maar die verschijning leidt af van de inhoud, want die is niet oké. Heel subtiel proberen ze bijvoorbeeld het vrouwenkiesrecht of de aanwezigheid van minderheden in Nederland ter discussie te stellen. Gedachteoefeningen noemen ze het. Het zijn wolven in maatpakken.”

Journalist en onderzoeker Sterkenburg dook zes jaar lang onder in de Nederlandse extreemrechtse scene. Ze sprak uitgebreid met meer dan 40 vrouwen en (vooral) mannen uit die wereld. Woensdag promoveert ze op haar onderzoek aan de universiteit van Leiden en verschijnt haar boek Maar dat mag je niet zeggen.

Je boek gaat over een ‘nieuwe generatie extreemrechts in Nederland’. We hebben afscheid genomen van de neonazi-skinheads in Lonsdalekleren. Ook de Nederlandse Volksunie van Constant Kusters lijkt passé. Wat is er voor in de plaats gekomen? Je stelt dat de extreemrechtse scene veel individualistischer is geworden.

“In de media was er de afgelopen jaren vooral aandacht voor de extreemrechtse acties die je kunt zien: Identitair Verzet dat op het dak van een moskee klimt. Maar ik zag ook de opkomst van ideologische zoekers, heimelijke activisten die zich aansluiten bij alt-right (een in Amerika ontstane extreemrechtse beweging, red.), nadat ze online zijn geradicaliseerd. De groep activisten, mensen die de straat opgaan of bij een studiegenootschap als Erkenbrand horen, is relatief klein, maximaal 250 mensen. De onlinegroep is groter. Hoe groot is lastig te bepalen omdat veel mensen meerdere accounts gebruiken.”

Je stelt ook dat de extreemrechtse scene duidelijk anders is dan twintig jaar geleden: het is veel individualistischer geworden.

“Twintig jaar geleden moest je helemaal bij een groep horen: iedereen dezelfde ideologie en dezelfde leider. Dat is niet meer zo. Je hebt veel ‘freelancers’, die zich soms bij de ene club en dan weer bij de andere demo aansluiten. Extreemrechts zoekt nu ook gelegenheidsverbanden, bijvoorbeeld met groepen die tegen de coronamaatregelen zijn of andere boze burgers. Daarvoor passen ze soms ook hun boodschap aan. Als ze merken dat het woord ‘ras’ een probleem is, spreken ze over ‘cultuur’. Omdat ze denken dat ze dan verder komen.”

In oktober werden twee Nederlandse jongens opgepakt die zich online zouden hebben aangesloten bij The Base, een Amerikaanse neonazigroep die via een rassenoorlog een etnostaat wil vestigen. Een van hen schreef op Telegram dat hij ‘alle niet-witte wil doodmaken’. Wat zegt jou dat?

“Dat de inlichtingendiensten in ieder geval meelezen en er dus zicht op hebben. Ik maak me, wat betreft geweld, meer zorgen over de stille eenlingen. Iemand die last heeft van politiek ongeduld en speelt met het idee dat hij namens gelijkgestemden geweld moet gaan gebruiken. Iemand die met het plegen van een aanslag naar een rassenoorlog streeft, waarna een ineenstorting van de samenleving volgt.”

De groep extreemrechtse activisten is klein, toch is hun invloed groot, schrijf je. Waar leid je dat uit af?

“De afgelopen decennia is de grens in onze maatschappij opgeschoven, we zijn gewend geraakt aan extreemrechtse standpunten. Je kunt nu dingen zeggen waar je twintig jaar geleden voor werd uitgekotst door je omgeving. CP’86 zei vroeger: we willen niet méér buitenlanders. Die partij haalde nooit een zetel in de kamer. Wilders heeft het over ‘minder, minder, minder’ en werd de derde partij van Nederland. Ik zou graag zien dat er een maatschappelijk debat komt over het morele kompas van onze samenleving.’’

Medewerkers van Forum voor Democratie bleken appgroepen te hebben waarin extreemrechtse en antisemitische taal werd gebruikt. Ben je Forumleden tegengekomen tijdens je onderzoek?

“Mijn insteek was niet onderzoek doen naar Forum, maar ik kwam wel bij de partij uit. Meerdere mensen die ik volgde, zijn naar bijeenkomsten van Forum op het partijkantoor in Amsterdam geweest. Ze vinden Baudet wel een goede gast, een wegbereider. Maar ze vinden hem ook een bitterbalnationalist, die de rassenkwestie niet écht durft aan te kaarten.’’

Je maakt in je boek de vergelijking tussen Nederlandse jihadisten en extreemrechtse etnonationalisten. Ze streven beiden naar een pure vorm van hun ideologie, bij voorkeur in een eigen staat. Voor de jihadisten was de strijd in Syrië het moment dat de beweging echt actief en gewelddadig werd. Wat kan zo’n moment zijn voor extreemrechts?

“Die twee groepen hebben hetzelfde politieke ongeduld. De helft van de etnonationalisten die ik heb gesproken denkt dat er over vijf tot tien jaar een burgeroorlog komt tussen moslims en niet-moslims, of tussen burgers en de staat. Enkelen bereiden zich er ook al op voor, ze hebben een militaire achtergrond of volgen schietlessen. Zo’n burgeroorlog kan volgens hen een reactie zijn op geweld dat door anderen, bijvoorbeeld salafisten in Nederland, gebruikt wordt. De trigger zou ook een false flag-aanslag kunnen zijn: waarbij mensen denken dat hij door moslims is gepleegd. In Duitsland is een militair gearresteerd die zich had laten registreren als Syrische vluchteling en ervan wordt verdacht onder die naam een aanslag te hebben voorbereid.”

Toen je begon met je onderzoek werkte je als journalist en wetenschapper, inmiddels werk je voor de NCTV, de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid. De vertrouwelijke gegevens en het netwerk van de geïnterviewden zijn daarmee bekend bij iemand die bij een belangrijke overheidsdienst werkt.

“Bij mijn sollicitatie bij de NCTV heb ik als voorwaarde gesteld dat ik niet op het dossier van rechtsextremisme wilde komen. Als academisch onderzoeker ben je gebonden aan het ethische principe van do no harm, dus die twee werelden houd ik strikt gescheiden.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden