Plus

Onderzoek haalt oud zeer naar boven: ‘Nu worden alle militairen als oorlogsmisdadiger bestempeld’

Helemaal nieuw zijn de conclusies van het onderzoek naar de dekolonisatie van Indonesië (1945-1950) niet. Maar daarmee doen ze de oud-militairen en Indische gemeenschap niet minder pijn. Boosheid en teleurstelling overheersen.

Tonny van der Mee
Mariniers rennen tijdens een gevechtsactie door een brandende kampong Beeld Nederlands Instituut voor Militaire Historie
Mariniers rennen tijdens een gevechtsactie door een brandende kampongBeeld Nederlands Instituut voor Militaire Historie

De conclusies zijn helemaal ‘woke’, zegt Peggy Stein, voorzitter van het Indisch Platform 2.0 cynisch. “Ze passen in de ‘wat-waren-we-fout-machine’ van nu. Maar ik hoor niks nieuws en mis andere perspectieven. Dat is een gemiste kans.”

Het platform probeerde woensdag tevergeefs bij de rechter publicatie van het dekolonisatieonderzoek (NIOD, KITLV en NIMH) te voorkomen, uit vrees voor eenzijdige conclusies. Dat slechts één deelstudie gewijd is aan de moorden op en verkrachtingen van duizenden (Indische) Nederlanders, Molukkers, Chinezen en Menadonezen tijdens de bersiap-periode, vindt Stein mager. “De balans is zoek. Alsof we niet willen weten wat daar gebeurd is.”

De onderzoekers benadrukken dat ook Indonesiërs zich schuldig maakten aan excessief geweld. Maar de focus ligt op het Nederlands geweld: het martelen en executeren van gevangenen, ‘platbranden’ van dorpen en de inzet van zware gevechtsmiddelen, zoals luchtaanvallen en artilleriebeschietingen.

Met harde hand

De conclusie dat Nederlandse militairen stelselmatig en op grote schaal ‘extreem geweld’ gebruikten, is in lijn met eerdere onderzoeken. Vanuit een koloniaal superioriteitsgevoel stonden de regering en militaire top het toe dat het leger met harde hand de ‘opstand’ neersloeg.

Lichamen van doodgeschoten Indonesiërs. Beeld via REUTERS
Lichamen van doodgeschoten Indonesiërs.Beeld via REUTERS

‘De oorlog paste in een koloniale traditie van gewelddadige onderdrukking, racisme en exploitatie,’ staat in het rapport. ‘Het doel bleef over de toekomst van Indonesië te bepalen. Om dat te bereiken moest de macht van de republiek koste wat kost gebroken worden.’

De harde strategie van Nederland week niet af van de strijd die de Fransen en Britten in diezelfde periode in hun kolonies voerden. Het onderzoeksgenootschap Aurore vindt dat de dekolonisatieperiode in die tijdsgeest moet worden beoordeeld. Volgens oprichter Bauke Geersing is dit onderzoek ‘eenzijdig, subjectief en geschiedvervalsing’. “Hier is sprake van een totale veroordeling van Nederland. Dat er destijds fouten zijn gemaakt, is juist. Maar een situatie uit het verleden veroordelen met de antikoloniale opvattingen van nu is buiten proporties.”

Indringend en confronterend

In lijn met andere regeringsvertegenwoordigers en de koning maakte premier Mark Rutte vandaag ‘diepe excuses’. Hij noemt de conclusies ‘indringend en confronterend’. “Ze zijn hard maar onontkoombaar. De heersende cultuur was er een van wegkijken, afschuiven en een misplaatst koloniaal superioriteitsgevoel. Dat is een pijnlijke constatering en we moeten ons dat aantrekken.”

De conclusies verbazen veteranen en mensen uit voormalig Nederlands-Indië niet meer. Maar ze doen niet minder pijn. De oud-militairen voelen zich – opnieuw – in het verdachtenbankje gezet.

Het Veteranen Platform vindt het buitengewoon kwalijk dat de suggestie wordt gewekt dat alle Nederlandse militairen hun boekje te buiten gingen, terwijl het excessief geweld van de tegenpartij wordt gebracht als reactief geweld van een vrijheidsstrijder.

Zondebok

Volgens voorzitter Hans van Griensven worden veteranen aangewezen als zondebok. “Terwijl een paar procent van de 200.000 mannen die daarnaartoe zijn gestuurd zich heeft misdragen. Maar nu wordt iedereen als oorlogsmisdadiger bestempeld.” Dat het merendeel van de Nederlandse militairen schone handen had, wordt volgens hem angstvallig vermeden.

Het platform is daarnaast teleurgesteld dat talloze voorbeelden waarin Nederlandse militairen invulling gaven aan wederopbouw van de Indische archipel niet worden genoemd, zoals het geven van medische hulp, verbetering van de infrastructuur en het uitdelen van voedsel.

“We mogen nooit vergeten wat de Nederlandse regering, wat de samenleving, destijds van deze veteranen heeft gevraagd en onder welke onmogelijke omstandigheden zij jarenlang moesten dienen,” zegt directeur Paul Hoefsloot van het Nederlands veteraneninstituut. “Zij hebben grote offers gebracht en zijn kameraden verloren, en voelen daarvan tot op de dag van vandaag de pijn.”

NIOD-onderzoeker Frank van Vree tijdens de presentatie. Beeld ANP
NIOD-onderzoeker Frank van Vree tijdens de presentatie.Beeld ANP

De onderzoekers benadrukken dat ze geen collectieve schuld bij de veteranen willen leggen, maar dat het buitensporig geweld door individuen is gepleegd. Volgens hen is er een breed scala aan daders en slachtoffers.

Dat sommigen zich niet in de conclusies herkennen, is eigen aan een oorlog. “Als professionele historici zijn we in de eerste plaats bezig om de gebeurtenissen zo goed mogelijk in kaart te brengen, vanuit verschillende perspectieven, geplaatst in hun tijd”, zegt NIOD-onderzoeker Frank van Vree. “Hoe daarover politiek en moreel geoordeeld moet worden, is niet aan ons.”

Apart onderzoek

De Federatie Indische Nederlanders (FIN) wil in ieder geval een apart onderzoek naar het Indonesisch geweld. De organisatie vindt dat daarvoor te weinig aandacht is en noemt het onderzoek ‘eenzijdig en partijdig’.

“Wetenschappers moeten niet van tevoren een moreel standpunt innemen,” zegt voorzitter Hans Moll. “Dit is een aanfluiting voor de wetenschap en een gemiste kans. De veteranen, die ons beschermden tegen de Indonesiërs, krijgen de zwartepiet.”

Wat dit onderzoek dan waard is? Peggy Stein van het Indisch Platform 2.0: “Net zo veel als wat er over deze periode in de geschiedenisboeken staat. Weinig dus.”

Indië-veteraan: ‘Ik ben geen oorlogsmisdadiger’

Indië-veteranen zoals Gerard van der Lee (94) liggen zwaar onder vuur in het gepresenteerde rapport over de dekolonisatieoorlog. Nederlandse militairen gebruikten extreem en stelselmatig geweld, zo luidt de conclusie. Het doet de oud-strijder pijn: “Ik ben geen oorlogsmisdadiger”.

In de jaren zeventig confronteerde zijn toen nog jonge dochter hem al met pijnlijke vragen. Op school had ze les gekregen over hoe Nederland tussen 1945 en 1949 probeerde te voorkomen dat Indonesië onafhankelijk werd. Haar geschiedenisleraar vertelde dat dit gepaard ging met excessief geweld.

‘Had papa ook oorlogsmisdaden begaan, net zoals SS’ers in de Tweede Wereldoorlog?’ vroeg ze aan haar moeder toen ze thuiskwam. Van der Lee kon zichzelf recht in de ogen aankijken. Nee, was toen zijn antwoord. En dat is het antwoord nog steeds nu oud-strijders weer onder vuur liggen in een rapport over de aard en omvang van het Nederlandse geweld tijdens de dekolonisatieoorlog.

Nederlandse militairen maakten zich schuldig aan standrechtelijke executies, mishandeling en marteling, het in brand steken van huizen en dorpen, buitensporige luchtaanvallen en artilleriebeschietingen en willekeurige arrestatie.

Het zou Mark Rutte sieren als hij ook excuses maakt aan de militairen, vindt Van der Lee. Zij worden met dit onderzoek nu allemaal weggezet als oorlogsmisdadigers, terwijl de meeste militairen daar niets mee te maken hebben. “Het is niet in verhouding. Ja, er is geweld gebruikt. Oorlog is vies. Maar ik heb in de twee jaar dat ik daar zat, nooit één bombardement gezien, om maar een voorbeeld te geven. Ik zou niet eens weten hoe ik daar luchtsteun had moeten aanvragen. Daar wordt zo gemakkelijk over gesproken.”

Natuurlijk heeft ook Van der Lee situaties meegemaakt die hij achteraf verschrikkelijk vond. Bijvoorbeeld die keer dat hij kameraden in nood met mortieren moest ontzetten. Onderweg er naartoe reed zijn team zich vast omdat de weg onder water was gezet. Van der Lee droeg bewoners in de buurt op hun stenen huis te verlaten, zodat zijn mensen die konden pletten. Met het puin lukte het een beek over te steken. “Die oudere vrouw was dakloos, terwijl ze zelf onschuldig was. Die had geen boodschap aan mijn belang om collega’s te redden.”

Van der Lee zag ook hoe andere militairen informatie probeerden los te krijgen van een tegenstander door hem onder stroom te zetten met de veldtelefoon. “Toen zag ik daar de ernst niet van in. Ik dacht het zoiets was als schrikdraad.”

Het is volgens de onderzoekers een voorbeeld van marteling. Van der Lee: “Er zijn ook verschrikkelijke dingen gebeurd, laat dat duidelijk zijn. Maar de beschuldigingen staan niet in verhouding. Er zijn in die vier jaar miljoenen patrouilles geweest. Daar zullen ongetwijfeld mensen tussen hebben gelopen die hun hoofd hadden verloren. Die moedwillig de verkeerde dingen deden. Maar ik denk dat de meeste militairen zich keurig hebben gedragen.”

De andere kant van het verhaal is dat hij niets hoort over wat er goed ging. Hoe militaire verplegers de bevolking hielp als ze bewoners zagen lopen met zweren. Dat er voedsel mee ging met konvooien om uit te delen als ze in dorpen kwamen waar mensen zwaar ondervoed waren. “Als het kon, heb ik altijd geprobeerd de bevolking te ontzien.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden