PlusAchtergond

Omscholing onder druk door corona: ‘lange opleiding geen optie’

Omscholing lijkt dé oplossing voor de vele mensen die werkloos worden door de coronacrisis. Het Amsterdamse UWV is enthousiast, maar waarschuwt ook voor de vele valkuilen.

Mensen die hun baan hebben verloren door corona laten zich omscholen voor beter kansen op de arbeidsmarkt.Beeld Rosa Snijders

Omscholing is de kern van het nieuwste steunpakket dat het kabinet beschikbaar stelt vanwege de coronacrisis. Niet langer zet minister Wouter Koolmees (Sociale Zaken) alle kaarten op het overeind houden van bedrijven: hij trekt ruim 1 miljard euro uit om mensen die werkloos worden, klaar te stomen voor werk in andere sectoren. In de zorg, het onderwijs en de ict is immers nog altijd een schreeuwend tekort aan personeel. Het Amsterdamse UWV is enthousiast, maar ziet ook valkuilen. Omscholingsprogramma’s die tot voor kort heel succesvol waren, komen vanwege corona in een ander licht te staan. Heeft het nog wel zin om werklozen om te scholen tot kok of tot beveiliger bij Schiphol en evenementen?

Lange opleiding geen optie

In de zorg lopen de personeelstekorten natuurlijk alleen maar verder op, maar juist de verplegers die het hardste nodig zijn, hebben een hogere opleiding die vier jaar duurt. En logisch ook, zegt UWV-regiomanager Anita Oonk. “Jij wilt in het ziekenhuisbed ook niet te horen krijgen: ‘o, vorige week was ik nog stewardess…’”

Omdat de vaste lasten doorlopen, is een jarenlange opleiding voor veel werknemers geen optie. “De ervaring leert dat we het meeste succes hebben met omscholingstrajecten van 3 tot 12 maanden, waarbij de mensen snel weer geld verdienen,” zegt manager werkgeversdienstverlening Tim Steenge. De zorg en het onderwijs hebben dan wel weer het voordeel dat er op de lange termijn veel behoefte is aan personeel vanwege de vergrijzing.

Tot voor kort werden vooral mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt omgeschoold. Het lijkt een voordeel dat het sinds corona vaker gaat om kandidaten die recent nog hebben gewerkt. Maar een groot nadeel is er ook: de groepen die door corona langs de kant kwamen te staan, zagen die klap totaal niet aankomen. Terwijl het veel van iemand vraagt om zich open te stellen voor een heel nieuw vak, zegt Steenge. “Dat is nogal wat als je dertig jaar hetzelfde werk hebt gedaan.” En ook het salaris kan een stuk lager uitvallen.

Ict moet je wel liggen

Het UWV benadrukt dat veruit de meeste mensen zich overigens prima redden op eigen kracht. Dat blijkt ook wel uit de WW-cijfers van de laatste maanden. Tegenover de nieuwe werklozen stonden heel wat mensen die een nieuwe baan vonden. Arbeidsmarktadviseur Alexandra Benning: “Het is niet alleen instroom, instroom, instroom.”

Nog een valkuil: omscholing naar sectoren die nog wel groeien, blijkt geen garantie voor succes. De ict moet je wel liggen, bijvoorbeeld. In Amsterdam bestaan nogal wat omscholingstrajecten voor ict’ers, maar volgens Steenge zijn ze lang niet voor iedereen weggelegd. In de ict wordt een behoorlijk opleidingsniveau gevraagd en kandidaten moeten het hoge tempo van de cursus wel kunnen bijbenen. “Dat is niet voor alle jongeren die nu hun horecabaantjes verliezen bereikbaar.” Anderen hebben sociaal gezien weer totaal geen aansluiting op de werkvloer bij ict-bedrijven. “Daar is de gemiddelde leeftijd 27, terwijl veel van onze hoogopgeleiden vijftigplussers zijn.”

Een valkuil blijft verder de mogelijkheid dat werkgevers het voor het uitkiezen krijgen op de arbeidsmarkt en daarom niet meer zo happig zijn om te investeren in omscholing. Tot voor kort moesten ze wel, door de krapte. Het UWV hoopt maar dat werkgevers terugdenken aan de nasleep van de vorige crisis, toen in de bouw veel vaklieden werden bedankt voor bewezen diensten, waarna de sector in grote problemen kwam toen Amsterdam kort na de crisis duizenden woningen wilde bouwen.

Ook voor werkgevers is natuurlijk onzekerheid troef. Hoe lang grijpt het coronavirus nog om zich heen? Of hebben we heel snel een vaccin? Niemand die het weet, ook niet als het aankomt op omscholing. Benning: “Er zit een grens aan hoe maakbaar dit is.”

Jenny Minderman (28) wil van mediabureaus naar onderwijs. ‘Het is best lastig om het onderwijs in te rollen’

“Ik ben na mijn studie Media Informatie Communicatie aan de HVA bij mediabureaus gaan werken, op projectbasis. Hele leuke bedrijven maar het gaf me geen voldoening. Ik ben gaan twijfelen.”

“Vroeger wilde ik lerares worden, maar dacht: dat verdient niks. Ik wilde het nu toch proberen en heb zelf een paar meeloopdagen geregeld op basisscholen. Ik vind die kinderen heel erg leuk. Het zijn nog echte dromers. Ik hoop dat zij een betere keuze maken dan ik heb gemaakt.”

“Ik dacht eraan via het UWV een zijinstroomtraject te gaan volgen. Ik wil het liefst een deeltijdstudie, dan krijg je ook meer begeleiding. Maar omdat ik niet op tijd reactie kreeg vanuit het UWV, kon ik me niet meer voor september inschrijven.”

Deeltijd bleek uiteindelijk financieel niet haalbaar. “Dan kan ik maar drie dagen werken. Ik heb nu een uitkering, een huis en hypotheek en met 1200 euro zal ik het niet redden. Ik verwacht ook geen potjes, maar heb wel hun hulp nodig.”

“Ik ga nu eerst drie maanden stage lopen en een assessment afleggen. Dan pas mag je aan het zij-instroomtraject beginnen, dat maximaal twee jaar duurt. Dan sta je meteen voor de klas, en heb je af en toe begeleiding. Maar het is best lastig om in het onderwijs te rollen. Het lerarentekort is heel erg groot, er zijn te weinig leraren die anderen kunnen opleiden.”

“Ik richt me nu op het onderwijs. Maar ik heb wel een deadline, Als het over twee jaar niet concreet is, moet ik iets anders gaan doen.

Patricia Rijgersberg (42) wil van laboratoriummedewerker naar zorg. ‘Zonder dat potje was het niet gelukt’

“Ik kom uit de farmaceutische wereld, werkte bij de bloedbank op het lab. Dan werk je veel alleen met reageerbuisjes, spuiten en naalden. Maar ik wil graag mensen helpen, mensen met chronische ziektes of dementie. Dat is een heel kwetsbare, mooie doelgroep, die wat meer hulp kan gebruiken. Ik vind het ook een trieste bedoening. Ik wil mijn steentje bijdragen en in een team werken. Maar ik had jonge kinderen en een koop­woning. Ik kon niet terug naar een leerlingsalaris, moest geld verdienen. ­Ik kwam bij het UWV nadat mijn tijdelijk contract bij Sanquin niet werd verlengd. Ze kwamen al heel snel aan met de zorg. Het viel als een puzzeltje in elkaar. Ik ben met mijn neus in de boter gevallen. Twee jaar geleden ben ik gescheiden en het huis is verkocht. Ik woon nu in een huurwoning. De overwaarde stelt me nu in staat om drie jaar lang mijn leerlinginkomen aan te vullen.

Via het UWV heb ik een stageplek gevonden, een dag in de week ga ik naar school, drie dagen werk ik mee. Ik begin bij mensen met ­dementie. Volgend jaar ga ik naar een andere afdeling, de revalidatie of mensen met ouderdomsklachten. Ik voel me een uitzondering. Er is zoveel behoefte aan mensen in de zorg, maar die leerling­salarissen zijn echt belachelijk. Dat kan bijna niemand ­volhouden. Als ik dat potje niet had gehad, had ik dit niet kunnen doen. Met een gezin redt je het niet met 1000 euro in de maand.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden