Plus Interview

Ockje Tellegen: ‘Dit is niet mijn politieke agenda’

Ex-diplomate en VVD-Tweede Kamerlid Ockje Tellegen vindt het tijd om de euthanasiewet te verbeteren. ‘Iedere Nederlander moet van zijn huisarts weten of die bereid is euthanasie toe te passen.’

Tellegen legt voor de tweede keer de eed af bij de installatie van de nieuwe Tweede Kamer. Beeld ANP

Stille kracht VVD-Tweede Kamerlid Ockje Tellegen (44) is een olievrouwtje. De voormalige diplomaat zit in het presidium, het bestuur van de Tweede Kamer en is secre­taris van haar liberale fractie. Ze vervangt Khadija Arib op de voorzittersstoel en is ook voorzitter van de vaste Kamercommissie Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen én van de Bouwbegeleidingscommissie van de Tweede Kamer.

“Het is nodig dat je voor de grootste politieke partij daar ook een rol vervult. Het hoort erbij om de politiek als geheel te laten functioneren. Sommigen zien dit als corvee, maar ik vind het eervol.” Evengoed komt ze zelf als woordvoerder medische ethiek aan politiek toe.

Tellegen groeide op in Den Haag en woont er nu weer. Ze kan niet meer zonder de Noordzee, waarin ze het hele jaar door zwemt. “Die zee geeft me zo veel vrijheid en rust. Ik zwem vier keer per week, in de winter twee keer.”

Bent u een ijskast?

“Als de zee niet warmer is dan vijf, zes graden, dan is het de sport er zo veel minuten in te blijven als het graden koud is. Vijf minuten in een zee van vijf graden is best lang. Dan heb je eerst even het gevoel alsof er duizend scheermesjes door je huid gaan. Al het bloed gaat terug naar je hart en je longen; je wordt ijskoud. Dan kom je eruit en begint alles op volle toeren te draaien, en voel ik me de hele dag heerlijk scherp en helder. Dan kan ik alles aan.”

Helpt de zee u met afschakelen van het gekkenhuis op het Binnenhof?

“De zee helpt daar zeker bij. Afstand nemen en opladen is een nog grotere uitdaging geworden, omdat ik een scheiding achter de rug heb. Hoe voorkom je dat je accu in het rood komt te staan, dat je meer overleeft dan leeft? Een duik in zee helpt enorm en is voor mij een vast element in de week. Na de scheiding wilde ik uitzoeken welke lessen er voor mezelf te trekken zijn. Iemand loopt niet zomaar de voordeur uit. Ook heb ik scherp gekregen hoe ik thuis de tent met vier kinderen kan laten draaien en mezelf niet vergeet. Daarin is een duik in zee. Maar het blijft lastig.”

Was uw scheiding een verrassing?

“Ik kan er een hoop over zeggen. Het was iets waarvan ik nog elke dag denk: wat had ik dit graag willen voorkomen; het voelt nog steeds als honderd procent falen. Een relatie beëindigen is één ding, maar als er vier kinderen aan vasthangen voelt het wel anders. De grootste ­levenslessen krijg je helaas vaak van negatieve ervaringen, of dat nou van een ziekte of een scheiding is. Zelf ben ik erg gegroeid en zonder die ervaring had ik nu minder stevig ­gestaan. Daar ben ik mijn ex-man op een rare manier dankbaar voor.”

U werd diplomaat. Daar bent u toch veel te uitgesproken voor?

“Dat zei iedereen: dat past toch helemaal niet bij je karakter? En toch heb ik het gedaan. Ik ben door de zware selectieprocedure van Buitenlandse Zaken gekomen. Er waren destijds zo’n duizend kandidaten en ze nemen er 24 aan. Topdiplomate Renee Jones belde me en zei: We nemen je aan, niet zozeer om je diplomatieke skills, maar omdat je authentiek bent en zegt wat je denkt.”

Denkt u niet na al dat geploeter op het Binnenhof: was ik maar ambassadeur geworden?

“Nou nee, want ik ben niet voor niets vertrokken in 2012. Ik had op dat moment een lastige positie op het ministerie. Het eerste kabinet Rutte werd gedoogd door de PVV en ik zat op de directie Midden-Oosten, was onder andere verantwoordelijk voor Iran. Toen viel Rutte I. Ik werd benaderd door de VVD voor een gesprek over een plek op de lijst. Hoogzwanger van onze vierde en strak van de hormonen ging ik dat gesprek aan. Heb geen blad voor de mond genomen. Helder gemaakt dat ik het als VVD’er op de Irandesk bij vlagen best lastig vond me altijd te moeten vereenzelvigen met die pro-Israëlagenda. De secretaris-generaal zei: ‘Je moet het doen’.”

Als Kamerlid was u tijdens het tweede kabinet-Rutte woordvoerder veiligheid en terrorisme, terwijl de liberale bewindslieden Opstelten en Teeven alle aandacht opeisten.

“Het is een mooie portefeuille. In veel opzichten was het complex. We zaten in Rutte II en er moest worden bezuinigd. Er vond een reeks ­terroristische aanslagen plaats, de Nationale Politie kwam van de grond. Er waren mars­orders en het was niet bepaald rustig op VenJ met de bewindspersonen die er toen zaten.”

En nu hebt u weer wat: u doet medische ethiek in een coalitie met de Christen-Unie en het CDA. Gefeliciteerd!

“Het is niet mijn eigen politieke agenda. Het is geen geheim dat de VVD op een aantal dossiers fundamenteel anders denkt dan de christelijke partijen. We zijn in dit kabinet vooral bezig te behouden wat we hebben. Voorkomen dat we stappen terugzetten.”

Op belangrijke onderwerpen als ­leven en dood is er in deze coalitie niet veel mogelijk.

“Links en rechts zijn er dingen mogelijk. De ­euthanasiewet zit prachtig in elkaar, maar in de praktijk is er nog veel verbetering mogelijk. CDA-minister Hugo de Jonge van Volksgezondheid wil over tal van onderwerpen weer een maatschappelijke discussie. Ik wil niet wéér een rondje door het land. Zo veel mensen bellen me. Ze zeggen: ‘Ockje, ik had graag ­euthanasie voor mijn vader gewild, maar ik was te laat. Wat had ik anders moeten doen?’”

Wat wilt u dan precies?

“Ik heb twee wensen. Ik zou willen dat iedere Nederlander van zijn huisarts weet of die bereid is euthanasie toe te passen. Euthanasie is geen recht dat je kunt opeisen, maar ik vind wel dat je je huisarts mag vragen bekend te stellen of die er eventueel toe bereid is of principieel op tegen is. Het andere is dat ik graag wil dat jouw huisarts in zijn dossier van jou een aantekening heeft, een tabje waarin staat wat je wensen zijn ten aanzien het levenseinde. Dat lastige gesprek moet door patiënt en arts veel eerder worden gevoerd. Als je nu al hierover wensen en gedachten hebt, terwijl je nog gezond bent, spreek er met je huisarts over. Dat is veel beter dan om vijf voor twaalf, als het vaak te laat is, hoe moeilijk ook. En er allemaal kunstgrepen moeten worden uitgehaald om iemand waardig te laten sterven.”

Droom

“Ik wilde altijd fotograaf worden. In mijn studententijd heb ik semiprofessioneel gefotografeerd. Ik denk in beelden. Het is jammer dat ik nu niet aan mijn creatieve kant toekom. Maar met een Nikon maak ik er wel een grote hobby van.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden