PlusAchtergrond

Nooit meer zonnebaden? Een schoonheidsideaal verander je niet zomaar

‘Veel mensen hebben dat schoonheidsideaal geïnternaliseerd: ze vinden oprecht dat ze er ­beter uitzien met een blosje op hun wangen.’Beeld Martin Parr/Magnum Photos/HH

Een gebronsde huid wordt al ruim een eeuw geassocieerd met gezondheid. Artsen zien het liefst een verbod op de zonnebank, maar een schoonheids­ideaal verander je niet zomaar.

Zo’n broodjeaapverhaal dat te mooi is om kapot te checken: modeontwerpster Coco Chanel keerde in 1920 diep­gebruind terug van een vakantie aan de Franse Rivièra en veranderde in één klap het schoonheidsideaal dat in die tijd gold in Parijs. Vanaf dat moment wilden vrouwen er niet langer zo wit mogelijk uitzien, een gebronsde huid was het nouveau hip bij de beau monde.

Precies een eeuw later hoopt Peter Huijgens een beweging in tegengestelde richting te bewerk­stelligen. Bij zijn afscheid van het Integraal Kankercentrum pleitte de emeritus hoogleraar hematologie deze week voor een verbod op zonnebanken, vanwege een explosie van het aantal gevallen van huidkanker. “We moeten af van de opmerking ‘lekker kleurtje’, als iemand op vakantie is geweest, en van het bruingebrande zonnebankimago.” Dat bruin worden gezond is, noemt Huijgens ‘belachelijk’.

Als het aan Huijgens had gelegen, was Coco Chanel honderd jaar geleden met pek en veren Parijs uitgejaagd.

Het is niet de eerste keer dat een arts waarschuwt voor de gevaren van huidkanker en het zal ook niet de laatste keer zijn. Al jaren is ­bekend dat de zon – en de zonnebank – slecht zijn voor de huid. Maar een schoonheidsideaal verander je niet zomaar. “Je kunt niet opleggen wat algemeen als mooi wordt beschouwd. Schoonheidsidealen zijn altijd een uitvloeisel van bredere maatschappelijke patronen,” zegt Giselinde Kuipers, hoogleraar sociologie aan de Katholieke Universiteit Leuven.

Volgens Kuipers is het oerknalverhaal van de gebronsde Coco Chanel dan ook onaan­nemelijk. “De ontwikkeling richting een bruinere huid was in West-Europa al een tijdje gaande.” Tot het einde van de negentiende eeuw wilden vrouwen in de hogere kringen er zo bleek mogelijk uitzien. Een witte huid was een statussymbool. Arme mensen moesten op het land werken, welgestelde vrouwen dronken de hele dag thee in de salon, en als ze al buiten kwamen, dan zaten ze onder een parasol. 

Tot arbeiders in fabrieken gingen werken en er dus ook steeds bleker uit gingen zien. Tegelijkertijd gingen rijke mensen meer reizen: er ontstond een jetset die gebronsd terugkwam van cruises op de Middellandse Zee en vakanties in exotische oorden.

Kuipers: “Schoonheid werd niet langer gekoppeld aan ledigheid maar aan vitaliteit: vrouwen gingen kortere rokken dragen en tennissen. Een gebronsde huid werd een teken van een actieve, gezonde levensstijl.”

Pamela Anderson

In de jaren zeventig nam het zonnen, letterlijk en figuurlijk, een vlucht. Steeds meer mensen konden zich verre vakanties veroorloven, en daarmee werd ook het bruin worden iets voor de massa. ‘Zonnebaden’ werd een wijdverbreid ­fenomeen, een ‘gezond kleurtje’ werd een compliment. En hoewel de teint trendgevoelig bleef – van Pamela Andersons ordinaire Baywatch-bruin naar Kate Moss’ bleke heroin chic en weer terug naar voetbalvrouwbruin – bleef de koppeling tussen gezondheid en een ­gekleurde huid in stand.

“Veel mensen hebben dat schoonheidsideaal geïnternaliseerd: ze vinden oprecht dat ze er ­beter uitzien met een blosje op hun wangen. Voor een groot deel is het perceptie: je kunt ­gezondheid niet aan iemands uiterlijk aflezen,” zegt Kuipers. “Maar helemaal uit de lucht gegrepen is het ook niet: iemand die ziek is, ziet vaak bleek, en de frisse buitenlucht is wel degelijk ­gezond.”

Meritocratie van het uiterlijk

“Schoonheid wordt niet alleen met gezondheid geassocieerd, maar ook met goedheid en met populariteit,” zegt hoogleraar psychologie Liesbeth Woertman. Zij promoveerde in 1994 op ­lichaamsbeelden en schreef onlangs het boek Je bent al mooi, de schoonheid van imperfectie. “We leven in een tijd waarin schoonheid steeds maakbaarder wordt. Cosmetische chirurgie neemt toe, haarimplantaten zijn booming. Een gebronsde huid hoort daar ook bij.”

Noem het de meritocratie van het uiterlijk: schoonheid heb je zelf in de hand, er slecht uitzien is je eigen schuld. Dit geldt overigens meer voor vrouwen dan voor mannen, voor wie uiterlijk van oudsher slechts een van de vele statussymbolen is, naast materiële zaken en een baan met aanzien.

Bovendien, zegt Kuipers, is bruin zijn een ­typisch westers schoon­heids­ideaal. “In Azië wil men er het liefst zo wit mogelijk uitzien. Daar wordt gebruind zijn nog steeds gekoppeld aan buiten werken, maar spelen ook subtiele etnische aspecten mee: in China komen de dominante groepen uit het noorden, waar mensen een lichtere huidskleur hebben.”

Terug naar de oproep van de huidartsen. Is die bij voorbaat kansloos? Niet per se, denkt Woertman. “De waarschuwing voor huidkanker is zeer terecht. De perceptie dat bruin zijn gezond is, zou dus kunnen verdwijnen. Sowieso is het echte ‘bakken’ uit, al heeft dat volgens mij meer te maken met de rimpels die je ervan krijgt dan met huidkanker.”

Waar het voorheen als statusverhogend werd gezien om in februari met afdruk van een skibril op kantoor te verschijnen, wordt dat nu eerder gezien als een stommiteit: niet genoeg gesmeerd. De hele dag in de brandende zon op het strand liggen wordt algemeen beschouwd als onverstandig. De zonnebank wordt steeds meer een heimelijk genoegen.

Influencers

Kuipers ziet dat het schoonheids­ideaal de laatste jaren sowieso aan het opschuiven is. “De ­dominantie van de ‘Noord-Europese schoonheid’ – de dunne blonde vrouw – is tanende. ­Etnisch gemixte vrouwen, zoals Gigi en Bella Hadid en Kim Kardashian bepalen nu het schoonheidsideaal. Daar horen ronde vormen bij, maar ook een ander, meer goudbruin huidtype.”

Wie dat wil imiteren, heeft een paar hulpmiddelen ter beschikking: een Instagramfilter, een potje met bruiningscrème of, inderdaad, af en toe de zonnestudio in. Een ban op de zonnebank zal dan ook een taaie kluif worden, vermoedt Kuipers. “Je moet de statusdynamiek veranderen, een moreel oordeel plakken op mensen die te bruin zijn. Maar zoiets werkt niet met een ‘top-downbenadering’. Een campagne via influencers is kansrijker dan een oproep van een afzwaaiende hoogleraar.”

 Ana Ciorici (32)make-up artist

Ana CiorciBeeld Nina De Laat

“Ik ben altijd een zonnebankganger geweest. Ik ga eens per maand de ­zonnebank, vooral in de winter. Soms ga ik ook vlak voor een evenement. Ik gebruik het vooral om een mooi kleurtje te krijgen. Mijn natuurlijke kleur is me iets te bleek. Ik wil mijn bruine kleur van de zomer behouden. Naar het strand gaan doe ik niet zo vaak, en het Amsterdamse weer helpt ook niet. Ik denk niet dat de zonnebank erger is dan een dagje op het strand, als je maar in de gaten houdt hoe lang je erin ligt. Als je een hele dag op het strand zit, loop je ook huidschade op. Tegenwoordig zijn er ook veel crèmetjes waarmee je wat bruiner kunt worden, maar ik houd daar niet zo van. Veel mensen om mij heen blijven naar de zonnebank gaan.”

 Yvonne Kostelijk (53)trainer voor de gemeente Amsterdam

Yvonne KostelijkBeeld Nina De Laat

“Ik was 18 toen ik voor het eerst onder een zonnebank ging liggen, en toen hoorde je al verhalen dat het huidkanker veroorzaakte. Dan denk ik: ga het maar bewijzen. Ik kan me het wel voorstellen bij mensen die er twee keer in de week onder gaan liggen. Die zijn een soort McChicken geworden. Je moet je huid wel goed insmeren, van tevoren en na afloop. Ik ga eens in de drie à vier weken, omdat ik me er beter door voel. Het gaat niet eens om de kleur. Ik ben een voorjaarskind. Op een dag met een beetje blauw aan de hemel gaat het wel, maar in de wintermaanden is het niet te doen. Ik houd heel erg van de zon, maar ik zit er nooit in. Ik heb op de Antillen gewoond en ik zat altijd onder een parasol. Maar in de winter heb ik toch dat kwartiertje zonnebank nodig.”

 Dries Roelvink (61), zanger

Dries RoelvinkBeeld Nina De Laat

“Ik kan me nog goed herinneren dat mijn ouders vroeger een hoogtezon op tafel zetten. Het mocht niet van de huisarts, maar ik ging er voor het eerst onder toen ik twaalf was. Ik vind mezelf mooier met een tintje. In de jaren tachtig ging ik er wel drie keer per week onder. Ik deed ook al een beetje aan krachtsport, en dan was het toch wel die combinatie van gespierd en getint zijn die ik najoeg. Dat je huidkanker kreeg van zonnebanken, dat hoorde ik toen nog niet. Dat is nu anders. Soms ga ik nog, als ik naar de Televizier-Ring ga, of als mijn kleurtje goed bij een bepaald overhemd past. Waar ik vooral verslaafd aan ben, is de gewone zon: als die schijnt, weet iedereen om me heen dat ze niet met Dries hoeven af te spreken, want die ligt op het strand.”

 Elise van Iterson (21)student Future Planet Studies

Elise van ItersonBeeld Nina De Laat

“Ik heb tegen mezelf gezegd dat ik maar één keer per maand mag, alleen in de winter, want ik ken ook wel de verhalen dat het slecht is. Ik merk dat als je eenmaal begint met naar de zonnebank gaan, je het liefste elke week wilt gaan. Het is een beetje verslavend. Als je vermoeid bent, en je gaat onder de zonnebank, dan heb je weer energie. Je huid wordt beter, je ziet er gezonder uit. Als je net zo wit bent als ik en de hele winter in Nederland doorbrengt, word je lijkbleek met wallen. Ik vind het moeilijk om de kritiek over zonnebanken te accepteren. Als iedereen zegt dat het slecht is, dan zal het wel zo zijn, maar ik weet niet of ik zin heb om daarnaar te luisteren als ik me tien keer beter voel door naar de zonnebank te gaan.”

Zon: onmisbaar, maar met mate

“Zonlicht heeft een ­gezonde invloed op de mens, maar heeft ook slechte kanten,” zegt professor Thomas ­Rustemeyer, al twintig jaar dermatoloog en verbonden aan ­Amsterdam UMC.

Volgens hem zit het ­belangrijkste positieve aspect van zonlicht in vitamine D. “Een tekort daaraan resulteert in de zogeheten Engelse ziekte, die zich kenmerkt door zeer zwakke botten.” De ziekte is vernoemd naar de kinderen die in de achttiende en negentiende eeuw in Engelse mijnen werkten en nooit daglicht zagen.

“Maar vitamine D is ook belangrijk voor ons afweersysteem,” zegt Rustemeyer. “Het kan kanker, infecties en ­auto-immuun­ ziekten voorkomen. Het zorgt ook voor de aanmaak van het gelukshormoon endorfine.”

Zonlicht wordt schadelijk wanneer je er te veel aan blootgesteld wordt. “Dan tast het je dna aan. Dan kun je huidkanker krijgen.” Dat is nu net het probleem met de zonnebank, stelt Rustemeyer. “Als jij een kwartiertje naar je werk loopt, heb je eventjes zonlicht. Dat staat gelijk aan tien of twintig seconden onder de zonnebank.” Een behandeling onder de zonnebank duurt doorgaans minstens een kwartier. “Je krijgt daar een goed gevoel van, maar de schade aan je genetisch materiaal is groot.”

Rustemeyer denkt niet dat de zonnebank ­inherent slecht is. Zonne­studio’s zouden met een lagere dosis energie en kortere behan­delingen moeten werken. “Vooral in de donkere maanden geeft het felle blauwe licht positieve energie en maakt het vitamine D aan.”

In het niet altijd even zonnige Nederland waarschuwt hij een specifieke groep: “Niet de bleke, roodharige mensen, maar eerder mensen met een zuidelijke of mediterraanse tint hebben last van een vitamine D-tekort. Het duurt bij hen langer voordat vitamine D wordt aangemaakt.”

Tahrim Ramdjan

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden