Nieuws

Noodkreet van verplegers, artsen en docenten: kind raakt beschadigd in noodopvang

De leefomstandigheden van vluchtelingenkinderen in noodopvanglocaties in Nederland zijn beneden alle peil. Dat zeggen verplegers, artsen en leerkrachten in een onderzoek dat maandag verschijnt.

Hans Nijenhuis
Vluchtelingen onderweg naar het aanmeldcentrum voor asielzoekers in het Groningse dorp Ter Apel. Het azc zit overvol.  Beeld Remko de Waal/ANP
Vluchtelingen onderweg naar het aanmeldcentrum voor asielzoekers in het Groningse dorp Ter Apel. Het azc zit overvol.Beeld Remko de Waal/ANP

“Ik heb meerdere kinderen die weer in bed zijn gaan plassen,” zegt een jeugdgezondheidszorgverlener. Een leerkracht: “Ik merk ook wel dat leerlingen die in de noodopvang zitten, veel langer op school blijven omdat ze hier willen blijven en liever niet in de opvang zijn.”

Nederland zorgt niet goed voor de gevluchte kinderen die zijn ondergebracht in de grote noodopvanglocaties. Een coalitie van Unicef Nederland, Save the Children en andere organisaties die zich hebben verenigd in de Werkgroep Kind in azc stelt dit aan de kaak in een onderzoek dat vandaag verschijnt. De werkgroep roept het kabinet op om de ongeveer tweeduizend kinderen met hun ouders direct uit de grote noodopvanglocaties te halen en over te plaatsen naar kleinschalige en vooral stabiele opvang, waar ze kunnen blijven totdat over hun asielverzoek is beslist.

“Stop met dat gesleep met kinderen!” zegt jeugdverpleegkundige Ruth de Wit, die dagelijks aanwezig is op opvanglocaties. “Kinderen zijn van nature veerkrachtig, en als ze hier aankomen zitten ze vol hoop. Ze willen graag naar school en vriendjes maken. Maar net als dat gelukt is, moeten ze verhuizen. Kunnen ze opnieuw beginnen. En wéér. En wéér.” Veel kinderen moeten in het eerste jaar hier drie keer verkassen, sommigen volgens De Wit wel acht keer. “Kinderen verleren zich te hechten en raken beschadigd.”

Gebrekkige doorstroom

Het onderzoek komt daags nadat het kabinet de haperende asielopvang heeft uitgeroepen tot nationale crisis. Premier Rutte noemde vrijdag de situatie in aanmeldcentrum Ter Apel ‘om je te schamen’. Het probleem is volgens Rutte niet zozeer een grotere toestroom van vluchtelingen als wel een gebrekkige doorstroom: mensen die in Nederland mogen blijven, kunnen geen woning vinden. Daardoor raken azc’s overbelast. Het kabinet komt vandaag met een plan voor de komende drie maanden.

Verschillende gemeenten bieden al crisisnoodopvang: kortdurende opvang van asielzoekers in accommodaties die de overheid normaal gesproken inzet voor burgeropvang bij incidenten of rampen, zoals sporthallen en cruiseschepen.

“Goed dat er nu stappen worden gezet,” zegt Arja Oomkens, coördinator van de Werkgroep Kind in azc. “Alleen zien we nergens dat er rekening wordt gehouden met de belangen van kinderen. Nog meer tijdelijke opvang in sporthallen betekent dat er nog meer met hen zal worden gesleept.”

Kinderrechtenverdrag

Kinderen die op dit moment in de Nederlandse asielopvang wonen, raken daar beschadigd, zegt Oomkens. “Dat zouden we ons allemaal moeten aantrekken.” Het recht op een veilige leefomgeving, op onderwijs en op zorg, zoals opgenomen in het ook door Nederland ondertekende VN-Kinderrechtenverdrag, wordt bij lange na niet gewaarborgd, zo staat in het rapport dat als titel heeft meegekregen: Noodsituatie op noodlocaties.

Soms is het zo onzeker hoelang kinderen op een bepaalde locatie verblijven, dat scholen in de buurt maar geen moeite meer doen om het kind passend onderwijs te geven. Ook de toegang tot medische zorg laat te wensen over. Docenten en zorgverleners weten niet altijd waar een kind naartoe verhuist, of kinderen zijn plotseling vertrokken, waardoor een overdracht of afscheid niet mogelijk is.

Schotjes zonder plafond en deur

Als het gaat om het waarborgen van de belangen van kinderen, kregen de reguliere opvang en de noodopvang respectievelijk een 5,6 en 3,4 van de tachtig mensen uit de zorg en het onderwijs die voor het onderzoek zijn bevraagd. In verschillende noodopvanglocaties worden slaapplekken van elkaar gescheiden door schotjes, zonder plafond en deur. Dat zorgt voor geluidsoverlast en geeft kinderen het onveilige gevoel dat iedereen zomaar binnen kan lopen.

Of een kind hier mag blijven of weer weg moet, naar een ander Europees land of naar het land van herkomst, dat moet niet uitmaken, zegt verpleegkundige Ruth de Wit, die al 32 jaar bij de GGD werkt en vrijwel dagelijks opvanglocaties bezoekt. “Kinderen die hier zijn, moeten wij zo goed mogelijk behandelen. Als ze dan weer moeten vertrekken, kunnen ze in hun eigen land weer een goede start maken. In elk geval moeten wij er toch voor kunnen zorgen dat ze hier niet in slechteren doen vertrekken dan toen ze aankwamen.”

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden