Achtergrond

Nieuw jaar, nieuw ‘generatieding’: twintig-twintig of tweeduizendtwintig?

Nederland heeft er een nieuw schisma bij: noemen we komend jaar twintig-twintig of tweeduizendtwintig?

Beeld ANP

Het lijkt het zoveelste generatiedingetje. Twintig-twintig klinkt lekker snel en eigentijds. Maar formeel is het natuurlijk tweeduizendtwintig, zoals vorig jaar gewoon tweeduizendnegentien was, en ook niet twintig-negentien.

Oké, boomer.

Wat jij wil, Insta.

“Het voelt wel aan als een generatieding,” zegt Vibeke Roeper, directeur van het Genootschap Onze Taal. “Die vraag houdt ons ook erg bezig.”

Afgelopen november hield het genootschap op hun site een poll: 73 procent gaf aan dat ze tweeduizendtwintig gaan gebruiken, de rest twintig-twintig.

Een van de vele reacties onder de poll: “Het is een jaartal, niet de uitslag van een slechte voetbalwedstrijd.”

Roeper: “We vermoedden toch dat de meesten zullen overgaan op twintig-twintig, maar zich dat nu nog niet realiseren. Eind komend jaar herhalen we die poll daarom nog een keer.”

Twintig-twintig gaat volgens Roeper winnen om de eenvoudige reden dat het korter en efficiënter is. En volgens de liefhebbers allitereert het ook lekker.

Voor tegenstanders is dat een gruwel, ze noemen twintig-twintig een modekreet, kinderachtig en lui, en het zoveelste anglicisme in onze taal: een vertaling van het Engelse twenty twenty.

Beide stromingen hebben goede argumenten. Uit het twintig-twintigkamp: je noemt 1980 toch ook negentien-tachtig. Ergens begin vorige eeuw is ook overgeschakeld van negentienhonderdtwaalf (1912) naar negentien-vijfendertig (1935).

Zo eenvoudig is dat niet, zeggen de tweeduizendtwintig-mensen. Bij 1980 laat je het woord ‘honderd’ weg. Als je die verkorting consequent zou toepassen bij 2020, zou het woord duizend weg moeten vallen. Dan krijg je de uitspraak twee-twintig.

Volgens die stroming mag je dus wel honderdtallen (negentienhonderd-zoveel) afkorten, maar niet de duizendtallen.

De slag bij Hastings vond algemeen erkend plaats in duizendzesenzestig, en niet in tien-zes-en-zestig.

‘Gewenning’

Of de tweespalt meteen een generatieding is, durft wetenschapper Linda Duits, gespecialiseerd in jongerencultuur, niet te zeggen. “Het komt ook door de gewenning aan de nieuwe eeuw. En twintig-nul-twee voor 2002 werkt sowieso niet.”

Wel merkt Duits op dat ook over de vorige eeuw jaartallen soms wel degelijk volledig worden uitgesproken. “Als je iets wilt benadrukken, zeg je negentienhonderdvierentachtig. Als het snel moet, is het negentien-vierentachtig.”

Kan Onze Taal ons dan niet gewoon opdragen hoe we 2020 horen uit te spreken? Roeper: “Nee, dat doen we niet. Het kan allebei. Hooguit geven we over een tijd het advies: om verwarring te voorkomen, sluit je aan bij de meest gebruikte vorm.”

Een gelukkig-twintig twintig iedereen!

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden