Niet-westerse migrant blijft achter op de arbeidsmarkt

Mensen met een niet-westerse achtergrond doen het nog altijd minder goed op de arbeidsmarkt. Zij hebben minder vaak een baan, moeten vaker gebruikmaken van een uitkering en verdienen minder dan mensen zonder migratieachtergrond, wordt bevestigd in een nieuw rapport.

Het Huis van Waarde & Wederkeer is een sociale onderneming die mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt een nuttige dagbesteding biedt of een opstapje naar werk.Beeld Jean-Pierre Jans

Het rapport, gepubliceerd door het SCP in samenwerking met het CPB, illustreert volgens de onderzoekers een hardnekkig probleem op de Nederlandse arbeidsmarkt. Van de mensen zonder migratieachtergrond heeft momenteel 69 procent werk. 

Voor mensen met een westerse migratieachtergrond is dit al iets minder hoog - 67,3 procent - maar vooral vergeleken met mensen met een niet-westerse achtergrond is het verschil groot. Van hen werkt ‘slechts’ 60,9 procent. Ondanks meerdere pogingen van de overheid om migrantengroepen meer kansen op de arbeidsmarkt te bieden blijven zij nog altijd achter.

Crisis

Met het aantrekken van de arbeidsmarkt waren de kansen van mensen met een migratieachtergrond de afgelopen jaren weliswaar meegestegen, maar in tijden van crisis lopen hun kansen historisch gezien ook harder terug die dan van werkenden zonder migratieachtergrond.

Nederland blijft in dit opzicht achter op andere landen, constateren de onderzoekers. Het aandeel personen met een migratieachtergrond dat beschikbaar is voor de arbeidsmarkt ligt in Nederland onder het EU-gemiddelde.

Uitkering

Mensen uit de vier grootste niet-westerse groepen - met een Turkse, Marokkaanse, Surinaamse en Antilliaanse migratieachtergrond - zijn vaker werkloos en moeten vaker gebruikmaken van een uitkering dan mensen zonder migratieachtergrond. Ook het huishoudinkomen, de arbeidsparticipatie en de hoogte van het uurloon blijven achter. Mannen en vrouwen met een migratieachtergrond worden gehinderd in hun zoektocht naar werk door discriminatie, zien de onderzoekers: vooroordelen spelen hen parten in het selectieproces.

De situatie is echter niet voor alle migrantengroepen even ongunstig, zien de onderzoekers. Bij mannen die oorspronkelijk uit Oost-Europa komen is de arbeidsparticipatie bijvoorbeeld even hoog als die bij mannen zonder migratieachtergrond. 

Bepaalde migrantengroepen uit Azië hebben daarnaast een overwegend gunstige positie op de arbeidsmarkt. Bijvoorbeeld mannen en vrouwen met een achtergrond in Indonesië en Hongkong hebben een relatief hoog inkomen en relatief vaak werk. Voor de groepen met een achtergrond in Pakistan en Thailand is de arbeidsparticipatie weliswaar hoog, maar hun inkomen is relatief laag.

Nieuwkomers

De onderzoekers hebben ook gekeken naar de positie van vluchtelingen op de Nederlandse arbeidsmarkt. Zij zijn relatief weinig actief op de arbeidsmarkt, zijn vaak afhankelijk van een uitkering en hebben gemiddeld lage inkomens. De onderzoekers stellen dat meer gedaan kan worden om de kansen van nieuwkomers te vergroten. Zo zouden zij meer steun moeten krijgen bij het vinden van taalonderwijs en de zoektocht naar werk als zij eenmaal statushouders zijn. Ook zou er bij het plaatsen van een arbeidsmigrant meer rekening gehouden moeten worden met diens specifieke kennis en vaardigheden.

Van de groepen die veelal als vluchteling naar Nederland komen, onderscheiden mannen en vrouwen met een Iraanse migratieachtergrond zich op opvallende wijze. Vergeleken met bijvoorbeeld mensen uit Syrië, Irak en Afghanistan hebben zij een relatief hoog inkomen en maken zij minder vaak gebruik van een uitkering.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden