PlusAchtergrond

‘Niet-stemmers geven een duidelijk signaal af: Hoor mij!’

De ongekend lage opkomst bij de verkiezingen legt een oude maar hardnekkige kloof bloot in de samenleving. Sommige kiezers voelen zich niet meer gehoord.

Niels Klaassen en Hans van Soest
null Beeld Désire van den Berg
Beeld Désire van den Berg

Een deel van de kiezers is compleet afgehaakt, blijkt uit onderzoek na onderzoek. Ze hebben geen vertrouwen meer in de politiek en zijn nog maar moeilijk over te halen om naar de stembus te komen. Dat deze week bij de gemeenteraadsverkiezingen slechts de helft van de stemgerechtigden kwam opdagen, laat bij veel bestuurders en politici alarmbellen afgaan.

Maar laten we niet doen of het een nieuw fenomeen is, zegt sociaal geograaf Josse de Voogd. De trend bestaat al jaren. Samen met zijn collega René Cuperus maakte De Voogd de Atlas van Afgehaakt Nederland, waarin hij in beeld bracht welke groepen weinig vertrouwen in de politiek hebben en waar ze wonen. “Als je naar de kaart kijkt met opkomstcijfers zie je veel overeenkomst met de plaatsen waar mensen wonen die het geloof in de politiek zijn verloren,” vertelt hij.

Het zijn gemeenten of wijken waar veel mensen met een laag inkomen wonen, waar de gemiddelde opleiding laag is en waar veel jongeren wonen en, in een deel ervan, veel mensen met een migratieachtergrond. “Daar is de opkomst ook deze verkiezingen erg laag.”

Wantrouwen

De lage opkomst komt niet alleen doordat mensen de politiek wantrouwen, stelt De Voogd. Bij landelijke verkiezingen is de opkomst wél hoog, dus een aantal mensen beschouwt de lokale stembusgang blijkbaar als minder relevant. En bijvoorbeeld in kleinere gemeenten op de Veluwe, waar de inkomens en opleidingsniveaus lager zijn dan het gemiddelde in Nederland, was de opkomst helemaal niet zo laag. “Je ziet dat in gemeenten waar nog veel sociale samenhang is, mensen nog wél gaan stemmen.”

Een ander voorbeeld: Almere is geen heel arme gemeente, maar had wel een erg lage opkomst. Ook omdat veel nieuwe inwoners van die stad weinig binding zullen hebben met de gemeentepolitiek. De Voogd: “We moeten dus uitkijken voor al te makkelijke verklaringen.”

Kloof

Neemt niet weg dat ook deze verkiezingsuitslag wel weer een kloof in de samenleving blootlegt. Wie kijkt naar hoe de landelijke partijen het deden deze week, ziet dat de partijen met een hoogopgeleide achterban relatief goed scoorden: partijen als D66, GroenLinks en Volt trekken bovengemiddeld veel hoogopgeleide kiezers. Terwijl partijen die dat niet doen, bijvoorbeeld de SP en PVV, juist inleverden.

Een groep kiezers die juist het meest van het lokale bestuur afhankelijk is voor bijvoorbeeld aanvullende bijstand, hulp bij het zoeken naar werk of maatschappelijke ondersteuning is dus het minst komen stemmen. Hun gemeenteraden bestaan voor een belangrijk deel uit partijen die de geslaagde, ‘niet-afgehaakte’ kant van de samenleving vertegenwoordigen. En dat, waarschuwt De Voogd, kan ervoor zorgen dat de problemen van de niet-stemmers worden genegeerd. Een neerwaartse spiraal dreigt, met een nog groter wantrouwen in de politiek bij die kiezersgroep als gevolg.

Afhaken

Politicoloog Hans Vollaard van de Universiteit Utrecht ziet hetzelfde probleem: “Mensen die afhaken, vinden dat de overheid hen niet ziet staan. Ze wonen vaker in krimpregio’s als Groningen en Zeeuws-Vlaanderen en in de grote schil rond de Randstad. Maar ook in de armere wijken van grote steden. Daar is de opkomst laag. Het gevaar is: wie komt er dan voor hen op?”

Wat ook niet helpt, is dat als deze groep wél gaat stemmen, hun partij door andere partijen wordt uitgesloten bij de collegevorming. Een lot dat bijvoorbeeld diverse lokale partijen treft die vaak nog wel het vertrouwen genieten van deze kiezers.

Politici en bestuurders die zeggen dat ze zich zorgen maken over de lage opkomst kunnen er daarom ook zelf wat aan doen, zegt Vollaard. “Het vertrouwen is niet voor altijd weg, het slingert. De niet-stemmers geven een duidelijk signaal: hoor mij!”

Ook het SCP bracht de niet-stemmers in beeld. Het zijn vooral mensen zonder vast werk of voldoende inkomen, ongeveer 20 procent van de bevolking. Van die groep zegt een op de vijf nooit te stemmen. Vollaard: “Dat maakt dus ruwweg 4 procent van de totale bevolking waarover ik me echt zorgen maak. Het is belangrijk dat politici die groep afhakers niet groter laat worden.”

Willem (66), machinebediende zagerij

“Bij de landelijke verkiezingen vorig jaar heb ik wel gestemd, nu niet. Het is vooral laksheid. Ik wist eigenlijk ook niet waarop ik moest stemmen. Als ik zou stemmen, zou ik maar wat invullen. Eigenlijk moet je wel stemmen, maar echt belangrijk vind ik het niet. Volgens mij zijn mensen een beetje moe van de politiek. Er wordt toch niks gedaan.”

Jusuf (36), medewerker stationswinkel

“Op de verkiezingsdag moest ik vroeg werken op Centraal Station. Ik vind stemmen wel belangrijk, maar niet zo belangrijk dat ik er vroeger voor op wil staan. Daarbij lijken alle partijen op elkaar. Voor mij is het niet zo interessant. Vorig jaar heb ik wel gestemd, op Volt, omdat ik Laurens Dassen een relaxte gast vond. Ik ben wel tevreden over de uitslag nu. Die vrouw van de PvdA (Marjolein Moorman, red.) is wel goed. Zij heeft haar eigen verhaal, al merk ik er nog niet zo veel van.”

Quinten (22), student

“De kandidaten deden me dit jaar niet zo veel. Ik voelde me ook niet echt aangetrokken tot een van de partijprogramma’s. Ik heb me er wel in verdiept, maar ik vond het moeilijk om te stemmen op een partij waarvan ik toch niet het gevoel heb dat ze mij vertegenwoordigen. Bij de volgende verkiezingen is dat misschien weer anders.”

Cybelle Fujita (40), manager modezaak

“Ik kom uit Brazilië, in de tien jaar dat ik hier woon, heb ik nog nooit gestemd. Het mag hier wel, maar ik stem altijd in Brazilië. Ik volg de Braziliaanse politiek ook beter. Hier voel ik mij niet geroepen om te stemmen en in Brazilië wel. In mijn thuisland is het verplicht om te stemmen dus daar is de opkomst altijd 100 procent. Veel van mijn vrienden hier zijn niet-Nederlands en stemmen ook niet.”

Mees (21), student rechten

“Ik wantrouw het systeem een beetje. Voorgaande jaren heb ik wel gestemd, maar ik heb niet het idee dat het wat uithaalt. Ik dacht eerst dat nieuwe partijen zoals Volt en JA21 de boel misschien konden veranderen, maar van dat idee ben ik inmiddels ook afgestapt. Ik hoop nog steeds dat er verandering in komt.”

Zed Fasel en Gijs Verhoef

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden