PlusAchtergrond

Niet gebrek aan kennis, maar vooral bagatelliseren van Holocaust is zorgelijk: ‘Het wordt getrivialiseerd’

Dat de kennis van de Holocaust afneemt, is voor veel experts geen verrassing. Schokkender is het feit dat bagatellisering van de Holocaust steeds meer in zwang raakt. Schiet het onderwijs hierin tekort? ‘Het hangt ook samen met veranderingen in de maatschappij.’

Hans van der Beek en Roelf Jan Duin
Voor veel jongeren blijkt de Tweede Wereldoorlog geen vanzelfsprekend ijkpunt meer in de geschiedenis. Beeld Wojtek Laski/Getty Images
Voor veel jongeren blijkt de Tweede Wereldoorlog geen vanzelfsprekend ijkpunt meer in de geschiedenis.Beeld Wojtek Laski/Getty Images

De Holocaust raakt steeds meer naar de achtergrond. De trend is al lange tijd duidelijk, en dat werd dinsdag nog eens geïllustreerd met een enquête uitgevoerd in opdracht van het Amerikaanse Claims Conference, waaruit blijkt dat bijna een kwart van de respondenten die tussen 1980 en 2010 zijn geboren gelooft dat de Holocaust een mythe is of dat het aantal vermoorde Joden schromelijk wordt overdreven.

Deskundigen hebben meteen kanttekeningen bij het onderzoek geplaatst, onder meer over de samenstelling van de groep van 2000 respondenten. “Ik zie het onderzoek als een indicatie,” zegt Bart Wallet, hoogleraar Joodse Studies aan de UvA, “meer dan als harde cijfers. We zien dat er een kenniskloof gegroeid is tussen de generaties van voor 1980 en na 1980. Dat blijkt ook uit andere onderzoeken: hoe langer het geleden is, hoe meer inspanning nodig is om de geschiedenis voor het voetlicht te krijgen.”

Maar een gebrek aan kennis noemt hij niet het grootste probleem. Wallet: “Kennis kun je opvijzelen. Zorgelijker is dat ook in Nederland een groep is ontstaan die de Holocaust ontkent of bagatelliseert. Dat past in een trend. Door tijdens corona de pandemie bijvoorbeeld te vergelijken met de Holocaust, wordt de Holocaust getrivialiseerd.”

Wallet noemt als oorzaak de invloed van de alt-right beweging, die in de Verenigde Staten sinds pakweg 2000 toeneemt, en ook de wereldwijde digitalisering. “Informatie wordt, zeker door de generatie na 1980, niet meer zozeer uit boeken gehaald, maar van internet. Een naïeve gebruiker neemt alles wat hij vindt al snel voor waar aan. Als oplossing is het daarom belangrijk om deze gebruikers skills aan te leren om onderscheid te maken tussen betrouwbare en onbetrouwbare websites.”

Ook is volgens Wallet een rol weggelegd voor herdenkingen, die steeds meer worden uitgebreid met slachtoffers van meer recent oorlogsleed. “We hebben de neiging om herdenkingen actueel te maken in de veronderstelling: iedereen weet toch wel wat de Holocaust is. Maar als blijkt dat die kennis aan erosie onderhevig is, moet je het juist veel meer over de Holocaust zelf hebben.”

Alles in twijfel trekken

Laurien Vastenhout, onderzoeker bij het Niod, die ook kanttekeningen plaatst bij het onderzoek, vindt niet dat de oorzaak van de teruglopende kennis alleen op scholen ligt. “Het probleem zit meer aan de ontvangende kant. Er is een klimaat ontstaan waarin snel wordt getwijfeld aan controleerbare feiten die door experts worden gepresenteerd. Er is een parallel te trekken met covid: er werd getwijfeld aan alles wat experts zeiden, en meningen werden feiten. Alles mag maar in twijfel worden getrokken.”

Historicus David Barnouw vindt het ‘niet zo gek’ dat kennis van geschiedenis in de loop van de tijd afneemt. “Dat is altijd zo geweest. En we zien dat het aantal lesuren geschiedenis op school dramatisch is teruggebracht. Dan krijg je dit.” Bovendien krijgen kinderen met een migrantenachtergrond volgens hem de Tweede Wereldoorlog niet van huis uit mee. “Er zijn steeds meer kinderen waarvan de ouders of grootouders de oorlog niet in Nederland hebben meegemaakt. Zij praten er niet over, en dat is ook niet zo gek.”

Barnouw noemt ook de rol van populaire televisiezenders als Discovery Channel en National Geographic. “Daar zijn wel veel programma’s over de oorlog, maar die gaan dan over de bekendste zeeslagen of bunkers of waarom Hitler de oorlog heeft verloren. Allemaal heel spannend, maar dat zegt niets over de Holocaust.”

De oplossing volgens hem is investeren in educatie, en dan niet alleen op school. Barnouw: “Je hoort verhalen dat scholen koudwatervrees hebben als het over de Holocaust gaat, maar dat mag nooit het uitgangspunt zijn om er dan maar niet over te beginnen.” Ook pleit hij voor meer aandacht voor de Holocaust via moderne media, zoals bijvoorbeeld een podcast. Barnauw: “Of maak nog een keer invloedrijke film als Schindlers List, of een stripboek zoals Maus van Art Spiegelman.”

Weinig geschiedenisles

Hessel Nieuwelink, lector Burgerschapsonderwijs aan de Hogeschool van Amsterdam, vindt vooral het bagatelliseren van de Holocaust zorgelijk. “Dat de kennis onder jongeren en jongvolwassenen afneemt geldt niet alleen voor de Holocaust, maar ook voor onderwerpen als het slavernijverleden of algemene politieke kennis.”

Ook Nieuwelink benadrukt dat de oorzaak daarvoor breder is dan alleen onderwijs: jongeren doen ook kennis op via vrienden, thuis, in het verenigingsleven (inclusief kerk of moskee) en via media. “Krijgen ze via media nog iets inhoudelijks mee, anders dan platte Tiktok-filmpjes? Verder kampt Nederland al jaren met ontlezing, dus via boeken komt ook nauwelijks kennis binnen.”

Nieuwelink erkent dat het aanbod op het gebied van geschiedenisonderwijs op de middelbare school vaak pover is. “In het vmbo-basis/kader is geschiedenis na de tweede klas een keuzevak, dat slechts door 1 procent van de leerlingen wordt gekozen. Dat betekent dat het overgrote deel van hen na hun 14de geen geschiedenis meer krijgt.”

Geen vanzelfsprekend ijkpunt meer

Het behandelen van de Holocaust kan volgens Nieuwelink lastig zijn voor docenten, maar slechts weinig docenten zeggen zelf daarom af te zien van het behandelen van het onderwerp. “Het kan soms ingewikkelde gesprekken opleveren. Dan wordt het gekoppeld aan het conflict tussen Israël en de Palestijnen, of worden er antisemitische dingen gezegd. Dat kan voortkomen uit antisemitisme of puberaal gedrag, maar je hebt er als docent wel mee te dealen. En dat is niet eenvoudig, vinden leraren. Maar veruit de meeste leraren doen dat wel gewoon.”

Dat zegt ook Laura Polder, die al 13 jaar voor de klas staat, zowel bij ROC Amsterdam als bij de HvA. Ze is geschokt door de uitkomsten van het onderzoek. “Dat zoveel jongeren en jongvolwassenen onvoldoende weten over de Holocaust, of deze zelfs ontkennen, verbaasde me zeer. Ik herken het ook niet uit de klas.”

Polder geeft lessen burgerschap, waarbij de Tweede Wereldoorlog uitvoerig aan bod komt. “Ik merk wel dat het aantal van 6 miljoen vermoorde Joden moeilijk te bevatten is, en dat snap ik, het is ook onvoorstelbaar.” Ook wordt door leerlingen vaak geopperd om ook de slachtoffers van andere, meer recente oorlogen te gaan herdenken, zegt Polder. “Ze hebben klasgenoten die zijn gevlucht uit Syrië of Oekraïne. Voor hen is de Tweede Wereldoorlog geen vanzelfsprekend ijkpunt meer. Ze hebben ook geen oma’s en opa’s meer die de oorlog hebben meegemaakt, daardoor wordt dat steeds meer een ver-van-mijn-bedshow.”

Polder vindt het te makkelijk om de gebrekkige kennis van de Holocaust enkel af te schuiven op tekortschietend onderwijs. “Dit hangt ook samen met veranderingen in de maatschappij, met plekken waar jongeren hun informatie vandaan halen, voornamelijk online. En jongeren stellen andere vragen, die meer gaan over de wereld van nu. Maar over de Holocaust krijgen ze zeker wel voldoende onderwijs.”

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden