Plus

Niemand in het kabinet zag de toeslagenramp aankomen

Geen enkel kabinetslid zegt door te hebben gehad dat duizenden ouders na een klein foutje met de kinderopvangtoeslag stelselmatig de vernieling in werden geholpen. Er waren weliswaar signalen, maar of ze nou Eric Wiebes of Lodewijk Asscher heten, echt doorvragen deden ze nooit.

Lodewijk Asscher, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 2012 tot 2017, wordt gehoord door de parlementaire enquetecommissie Kinderopvangtoeslag.Beeld ANP/SEM VAN DER WAL

‘Achteraf’ had het anders gemoeten, ‘met de kennis van nu’ hadden ze er wat aan moeten doen. Alle clichés die parlementaire enquêtes doorgaans kenmerken komen dezer dagen ook langs bij de parlementaire ondervragingscommissie kinderopvangtoeslag.

De verhoorde (ex-)bewindspersonen zeggen niet alles nog scherp voor de geest kunnen halen. Voormalig minister van Sociale Zaken Lodewijk Asscher (PvdA) overkomt het een paar keer dat hij dingen ‘niet meer precies weet’, oud-staatssecretaris van Financiën Eric Wiebes (VVD) kan zich een aantal keren iets ‘niet meer herinneren’. Allemaal geven ze toe dat ze er destijds niet echt mee bezig waren.

Wat ze allebei wel op het netvlies hebben staan is dat ze nooit hebben ingezien dat de wet op de kinderopvangtoeslag zó hard uitpakte: ouders die een foutje maakten en hun eigen bijdrage niet (helemaal) hadden betaald moesten de kinderopvangtoeslag volledig terugbetalen. Zo stond het in de wet. En dat ouders vervolgens slachtoffer werden van een nietsontziende fraudejacht heeft zich destijds volledig aan hun waarneming onttrokken, vertellen ze onder ede aan de commissie.

“Ik had niet door dat er zo’n berg onrecht en leed onder zat,” zegt Asscher. Natuurlijk heeft hij zich het afgelopen jaar afgevraagd of hij steken heeft laten vallen. “Als ik ergens spijt van heb is dat ik niet heb doorgevraagd toen.”

Politieke doodzonde

Ook Wiebes is soms schuldbewust, bijvoorbeeld over die keer dat hij de Kamer onjuist informeerde. Commissielid Renske Leijten (SP) brengt hem in herinnering dat de staatssecretaris in september 2017 nog ontkende dat er ouders en kinderopvanginstellingen grote schade hadden geleden van het abrupt stopzetten en terugvorderen van kinderopvangtoeslag. “Daar is niets van gebleken,” antwoordde Wiebes destijds op vragen van CDA-Kamerlid Pieter Omtzigt.

Maar de Belastingdienst had toen al een grote nederlaag geleden bij de Raad van State en ook lag er al een vernietigend rapport van de Nationale Ombudsman over de benadeling van ouders die klanten waren bij het Eindhovense gastouderbureau Dadim. Leijten kan er niet bij: “Hoe kunt u zulke antwoorden dan laten passeren?” Achteraf bezien is het antwoord dat hij gaf ‘verbijsterend’ en ‘idioot’, erkent Wiebes. “Ik had beter moeten opletten.” Verdere consequenties trekt hij echter niet, ook al geldt het onjuist informeren van de Kamer als een politieke doodzonde.

‘Opa-en-oma-criminaliteit’

Soms lopen de lezingen uiteen over wat er precies is gebeurd. Frans Weekers, die in 2014 als staatssecretaris aftrad vanwege aanhoudende problemen met toeslagen, zegt dat hij Asscher er destijds op heeft aangesproken dat volledige terugvordering van kinderopvangtoeslagen heel hard kon uitpakken. Weekers gaf zijn collega een memo met het verzoek hiernaar te kijken, maar het beleid veranderde niet. “Ik heb me erbij neergelegd,” zegt Weekers over wat er toen gebeurde. “Je gaat als staatssecretaris niet over alles. Wat betreft toeslagen zat ik met handen en voeten gebonden aan het beleid van vakministers.”

Asscher ontkent echter dat Weekers alarm sloeg over ouders die hard aangepakt werden. Het bewuste memo gaat volgens hem vooral over de aanpak van wat toen ‘opa- en-oma-criminaliteit’ heette, ofwel een vergoeding voor kinderopvang voor grootouders die voorheen nog gratis oppasten.

Buikpijn

Ook Wiebes heeft andere ervaringen dan andere getuigen die door de commissie zijn gehoord. Zo zei voormalig directeur Belastingdienst Hans Blokpoel vorige week dat hij meermaals ‘buikpijn’ had gevoeld over de ‘snoeiharde’ wetgeving en die ook had aangekaart. Wiebes zegt daar niks van gemerkt te hebben. “Er was geen buikpijnnota of buikpijngesprek’.” Sterker nog: een nota die hij in 2014 van zijn ambtenaren ontving riep bij hem het tegenovergestelde beeld op. “Ik las het als: we zijn een beetje te soft.”

Wiebes worstelt vooral met de vraag hoe het kan dat er zoveel mensen slachtoffer konden worden. “Ik wist niet dat dit de lont was die een zeer grote sociale bom tot ontploffing zou brengen.” Dat de Belastingdienst de rechtsbescherming van ouders ernstig heeft geschaad is volgens hem buiten zijn medeweten gebeurd.

Weekers wijst de commissie er nog op dat de Belastingdienst er destijds ‘beroerd’ voor stond. Er was sprake van een ‘houtje-touwtjesysteem’. Tegelijkertijd lag de nadruk lange tijd op het belang van fraudebestrijding, omdat er ‘gruwelijk veel bezuinigd’ moest worden: “Het was destijds zo dat elke cent die in verkeerde zakken terechtkwam als doodzonde werd gezien.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden