PlusExclusief

Nederland volgens experts niet goed voorbereid op nieuwe coronagolf: ‘Het gevoel van urgentie ontbreekt’

Drukte begin dit jaar bij een vaccinatielocatie. Inmiddels zijn de vaccinatie- en testmogelijkheden drastisch teruggebracht.
 Beeld Marco de Swart/ANP
Drukte begin dit jaar bij een vaccinatielocatie. Inmiddels zijn de vaccinatie- en testmogelijkheden drastisch teruggebracht.Beeld Marco de Swart/ANP

Nederland is niet goed voorbereid op een eventuele covidgolf na de zomer, waarschuwen deskundigen. ‘Als het tegenzit, volgt in het najaar weer een lockdown.’

Bas Soetenhorst en Jop van Kempen

Corona? Iets uit een ver, ver verleden. Zo voelt het nu de beperkingen zijn afgeschaft, het OMT niet meer bijeenkomt en de Wallen weer worden overspoeld met dronken Britten. Maar als in het najaar de temperaturen teruglopen, een ongunstige virusvariant opduikt en de immuniteit onder de bevolking afneemt, kan een nieuwe covidgolf ontstaan. Is Nederland dan voorbereid?

Een rondgang langs deskundigen die van meet af aan nauw betrokken zijn bij de bestrijding van de pandemie of het beleid kritisch volgen, levert een verontrustend antwoord op: nee.

Ook in de Tweede Kamer leven zorgen over het gebrek aan daadkracht, bleek vorige week in een debat met minister van Volksgezondheid Ernst Kuipers. Zijn ministerie heeft een beleidsagenda ‘pandemische paraatheid’ opgesteld, maar concrete plannen blijven uit. “Daar wachten we al sinds januari op,” zei Attje Kuiken (PvdA). Ook regeringspartij VVD toonde zich bezorgd over het ontbreken van ‘concrete handvatten’.

Zo is nog niets geregeld om de kerstvakantie eventueel te verlengen om virusverspreiding te vertragen. Zoiets heb je niet in een maand rond, waarschuwde Kuiken. Terwijl het onderwijs tot nu toe de enige sector is vanuit de samenleving die voorstellen doet voor het geval de coronacrisis opleeft. Kuipers wacht nog op plannen van anderen.

Geen rocket science

Grote vraag is of het virus in het najaar opleeft, al dan niet met een nieuwe variant. “Het is evolutionair onwaarschijnlijk dat er een variant komt die veel ziekmakender is dan omikron,” zegt viroloog en OMT-lid Menno de Jong (Amsterdam UMC). “Met omikron lijkt het coronavirus hard op weg naar het snotneusvirus dat andere coronavirussen ook zijn. Maar een variant die zich minder aantrekt van onze bestaande afweer kan weer voor flinke problemen zorgen, zeker bij kwetsbare mensen, zelfs als ze zijn gevaccineerd.”

Armand Girbes, ic-hoofd van Amsterdam UMC, verwacht dat komend najaar in Nederland zo’n 200 tot 300 patiënten extra op de ic belanden vanwege covid en de combinatie met influenza. Omdat er een nieuwe ziekte bij is gekomen, is de oude infrastructuur ontoereikend, zegt hij. Girbes pleitte twee jaar geleden al voor de concentratie van covidpatiënten, maar daar is nog altijd geen sprake van.

“Covidzorg is geen rocket science. Als je die zorg niet in elk afzonderlijk ziekenhuis optuigt, maar concentreert, is dat efficiënter. Daarmee kun je de reguliere zorg toegankelijker houden en zijn brede maatschappelijke maatregelen minder snel nodig.”

Stroperigheid

Ook afspraken over bijvoorbeeld ventilatie op scholen blijven steken in stroperigheid, zegt Xander Koolman, gezondheidseconoom van de Vrije Universiteit. “Scholen zijn de motor van luchtweginfecties. Dus je zou zeggen: doe iets aan de luchtfiltering, dat kost relatief weinig en betaalt zich snel terug. Maar er gebeurt weinig. Scholen zeggen: we krijgen niet genoeg geld. De politiek zegt: het is aan de scholen. Zo blijft een goedkope interventie achterwege. Als het tegenzit, volgt in het najaar weer een lockdown.”

De afgelopen twee jaar was de krappe ic-capaciteit daarbij steeds bepalend. Koolman is lid van een werkgroep die de mogelijkheden beziet die capaciteit uit te breiden. “Ik kan nog niet vooruitlopen op de uitkomsten.” Duidelijk is wel dat er geen wonderen hoeven te worden verwacht – in elk geval niet op korte termijn. Hét probleem is het gebrek aan ic-verpleegkundigen. Om dat op te lossen zou gesleuteld kunnen worden aan de opleiding. Maar als dat al gebeurt, biedt dat dit jaar geen soelaas meer. Koolman: “Het gevoel van urgentie ontbreekt.”

Versnipperde aanpak

Anja Schreijer, voormalig OMT-lid en oud-hoofd van de afdeling infectieziektenbestrijding bij de GGD Amsterdam, zegt dat de versnipperde aanpak van de infectieziektebestrijding met 25 veiligheidsregio’s ook (nog) niet is omgevormd tot een handzame, landelijke organisatie. “Er is een kwartiermaker en een plan, maar dat is nog ver verwijderd van een toepasbare aanpak. Ik denk niet dat die nieuwe structuur dit najaar al in werking is.”

Ook ziet Schreijer een gapend gat tussen de financiering die de gezamenlijke GGD’en zeggen nodig te hebben en de beschikbaarheid daarvan. “De vraag is 600 miljoen euro, het kabinet stelde 300 miljoen in het vooruitzicht. Duitsland doet dat beter. Daar wordt meer geld vrijgemaakt voor pandemische paraatheid.”

Schreijer mist urgentie bij het ministerie van Volksgezondheid. Ze is sinds begin dit jaar medisch directeur van het Pandemic and Disaster Preparedness Center, een kennis- en onderzoekscentrum voor pandemische paraatheid, waarbij ook viroloog en OMT-lid Marion Koopmans (Erasmus MC) betrokken is. “Al in januari werden hoge ambtenaren meegenomen in onze handreiking voor een brede langetermijnstrategie. Wij gaven toen al aan dat men gelijk aan de slag moest om de maatschappij goed te informeren en weerbaarder te maken om langer weg te kunnen blijven van ingrijpende maatregelen.”

“Maar de indruk die ik van het ministerie krijg, is don’t call us, we call you. Ambtenaren willen inhoudelijk zelf aan de knoppen zitten, terwijl de kennis zit bij instituten als het RIVM, de GGD en bij academische centra als dat van ons. Het ministerie zou de ontwikkeling van die kennis moeten faciliteren. Koopmans, bijvoorbeeld, adviseert wel landen als Frankrijk, Japan en Duitsland in G7-verband, maar in Nederland wordt vooralsnog weinig gebruikgemaakt van onze topwetenschappers bij het maken van de langetermijnaanpak.”

Zicht op het virus

Het gebrek aan centrale aansturing biedt wel ruimte voor regionale initiatieven. Zo bundelden de GGD en Amsterdam UMC vorig jaar al de krachten om goed zicht te houden op het virus in de regio Amsterdam. Toen de omikronvariant verscheen, werd snel een organisatie opgetuigd om gedetailleerd in kaart te brengen hoe snel deze zich verspreidde. Door het genetisch onderzoek naar de samples uit teststraten sneller en omvangrijker uit te voeren dan het RIVM, kon ‘Amsterdam’ de opmars van omikron nauwkeurig bijhouden. Dat was relevant om tijdig maatregelen te kunnen nemen op basis van Nederlandse in plaats van buitenlandse data.

“Deze responsieve, regionale aanpak is ook geschikt om in de huidige, nog wat onzekere tijd, snel zicht op het virus te houden als de situatie erom vraagt,” aldus De Jong van Amsterdam UMC. “De komende maanden moet je dan misschien meer de boer opgaan om testen af te nemen, omdat spontaan minder getest wordt. Zo speel je kort op de bal. Dat is alleen mogelijk dankzij goede regionale samenwerking tussen GGD, ziekenhuizen en laboratoria.”

De Jong: “Deze aanpak zou je, naast in Amsterdam, ook in een aantal andere slim gekozen regio’s moeten toepassen. Het is zeer complementair aan de landelijke initiatieven van het RIVM.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden