Plus Klapstoel

Nadia Bouras: ‘Ik ben niet de ijverigste moslim’

Nadia Bouras (1981) is migratiehistoricus. Deze maand is het vijftig jaar geleden dat Nederland en Marokko een wervingsakkoord tekenden over de komst van Marokkaanse gastarbeiders naar Nederland.

Nadia Bouras Beeld Harmen De Jong

De Pijp

“Ik ben geboren in het laatste huis van de Govert Flinckstraat, aan de oneven zijde. Vanaf de hoek kon je het Amstel Hotel zien. Een fijne tijd. Ik was een goeie straatvoetballer. We speelden competitie op het voetbalveld aan de Ceintuurbaan, maar op een club mocht ik niet. Ik had daar zo de pest over in. Mijn broertjes mochten wel op voetbal, maar mijn ouders vonden het geen sport voor meisjes, terwijl ik droomde van het Nederlands elftal. Zielig hè?”

“Toen ik dertien was zijn we verhuisd naar Nieuw-Sloten. Vreselijk, maar het ging echt niet meer: met zeven mensen in een veel te klein huis. We kregen iets aangeboden in Slotervaart, maar dat wilde mijn moeder niet. Al die kinderen die daar tot heel laat buiten mochten spelen, dat vond ze niet goed. Mijn vader vond het prima: het was goedkoop. Uiteindelijk konden ze via hun werk een woning kopen in de polder.”

Het land van herkomst

“De titel van mijn proefschrift. Het beeld dat we hebben van uitgebuite, willoze gastarbeiders klopt niet. De meesten kwamen op eigen initiatief. Jonge, hippe gasten, op zoek naar geluk en avontuur. Mijn vader ook: een knappe, lange man met een krullenbol. Hij viel in de smaak bij de dames. Hij had een Portugese vriendin: Victoria. Er werd volop gefeest en alcohol gedronken. Mijn vader komt uit het kustplaatsje Sidi Ifni in Zuid-Marokko. Daar was helemaal niks. Hij was de enig overgebleven man in het dorp, voor de rest waren er alleen vrouwen en geiten. Hij moest weg: hij was 22 en voelde zich aangetast in zijn mannelijkheid. Ik heb veel van de pioniers geïnterviewd. Die zeiden: het ging pas mis toen mijn vrouw en kinderen kwamen.”

Koeienmest

“Mijn moeder, die in Casablanca woonde, zei altijd: als je vader er was, rook het naar koeienmest. Haar vader, die zijn oudoom was, was de pater familias: als je naar Europa wilde komen, kon hij papieren en tickets regelen. Mijn moeder wilde studeren. Het was haar droom een ­intellectuele man te trouwen, maar mijn vader had een oogje op haar en ze schikte zich in haar lot. Op een dag kwam ze uit school en zei haar moeder: vanavond ga je trouwen. Ik heb een foto van mijn moeder op haar eerste dag in Amsterdam: ze heeft haar trouwjurk aan en kijkt heel ongelukkig in de lens. De pijn is nooit weggegaan, maar toch: het beeld van gastarbeidersvrouwen die passief hun man volgden, klopt ook niet. Mijn moeder is een vrijgevochten vrouw, die sturing gaf aan haar eigen leven.”

Lexington

“Ik was 21 en had een baan nodig. Nog dezelfde middag kon ik aan de slag bij barretje Lexington. Ik had geen idee, maar kwam er gauw genoeg achter. Mannen die met hun dronken kop achter het stuur kropen. Vrouwen die een huiswijntje dronken, maar een chablistje wilden als een vent ze eindelijk iets aanbood. Mensen die zeetong bestelden als iemand een rondje voor de zaak gaf. Ik heb er vier jaar gewerkt, het was een school voor mij.”

“Willem Holleeder zat bij mij aan de bar. Een vriendin van mij kwam er ook werken. Ze zei: ‘Die man daar, ik weet niet wat het is, maar ik vind hem woest aantrekkelijk.’ Ze had geen idee wie het was, ze las nooit een krant, dus ik legde haar uit: dat is de grootste crimineel uit de Nederlandse geschiedenis. Het maakte haar niets uit. Ze zei: ‘Als hij me vraagt, ga ik zo met hem mee.’ Een keer maakte iemand een grapje tegen hem: ‘Hé Willem, Heineken?’ Pok! Had hij meteen een gebroken neus.”

Tweeling

“Buitenstaanders vinden dat we op elkaar lijken, maar ik vind van niet. O, zegt mijn zus precies hetzelfde? Het gekke is: wij wonen nu in dezelfde straat in de Rivierenbuurt en onze kinderen gaan naar dezelfde school. We hebben ­elkaar een beetje opgevoed. Zij was vroeger de ­rebel, nu zijn de rollen zo’n beetje omgedraaid. Wat!? Zei zij dat ook al!?”

Bouschra School

“In 1971 op de Oudezijds Achterburgwal gesticht door dominee Boiten als de Arabische school voor kinderen van Marokkaanse gast­arbeiders. Ze dachten: die keren toch terug, dus werd er alleen in het Frans en Arabisch lesgegeven. Een paar jaar later kwam er Nederlands bij en verhuisde de school naar de Jekerstraat in de Rivierenbuurt. De moeder van Fatima Elatik, destijds een invloedrijke vrouw in de Marokkaanse gemeenschap, spoorde mijn ouders aan om ons erheen te sturen. Nu zou je het een zwarte school noemen. Ik zou mijn kinderen er nooit heen sturen, no way. Maar toen was alles anders: ik voelde me er gezien. Ik maak een documentaire over de klas van 1994, het laatste jaar dat ik er zat. De hamvraag is natuurlijk: werden we wel goed voorbereid op een leven na de Bouschra School?”

Ramadan

“Ik ben niet de ijverigste moslim. Als traditie is het mooi: samen vasten, samen eten, maar ik vind de ramadan zwaar. Job Cohen zei een keer: ik ben een seculiere Jood. Toen dacht ik: verdomd, ik noem mezelf gewoon een seculiere moslim.”

Radicaliseringsmachine

“De Universiteit Leiden? Nou, niet bij geschiedenis. Maar het klopt: ik kom Paul Cliteur er wel­eens tegen, de promotor van Thierry Baudet. En je hebt op de rechtenfaculteit ook nog Afshin Elian. De rector heeft een keer een ronde tafel belegd over de meerstemmigheid van de universiteit. Moesten we praten over de ver­ruwing van het maatschappelijke debat. Toen heb ik Cliteur aangesproken op zijn rol in

De Balie, toen daar werd geopperd moslims uit te zetten om hun aandeel in de samenleving ­­terug te brengen. Hij wilde liever wat voorzichtiger beginnen. Dat ging over mij en over mijn ouders. Ach joh, zei hij, dat moet je niet zo persoonlijk nemen. Hij is zo glad als een aal.”

Mohammed VI

“Ik zat in zijn adviesraad voor Marokkanen in het buitenland. Het gekke is: niemand heeft me ooit gevraagd waarom ik er in ben gegaan, maar ik werd er wel op aangevallen. Ik was net bezig met mijn proefschrift, dus ik dacht: interessant, een kijkje in de Marokkaanse keuken. Er was in het land een proces gaande van nieuwe openheid, van onderzoek naar de gruweldaden in de jaren van zijn vader, Hassan II. De mensenrechtenactivisten in Marokko, mensen die geleden hebben onder het oude regime, vonden dat ook Marokkanen in het buitenland daarin een rol moesten hebben. De lange arm veranderde in een uitgestoken hand. Vanuit die gedachte ben ik daarin gegaan. Wel weer typisch Marokkaans: toen na vijf jaar mijn termijn afliep, was iedereen die raad vergeten.”

Céline Dion

“Moet ik mij daarvoor schamen? Céline Dion is onlosmakelijk verbonden met mijn jeugd. Op vakantie in Marokko kocht ik cassettebandjes met haar muziek. Ik kocht alle bladen waar ze in stond. Een jeugdzonde. Hoewel? Toen ik in Amerika studeerde, vloog ik speciaal naar Las Vegas om haar te zien. Toen was ik al ruim volwassen, hè? Nou ja, ik ben niet meer heel fanatiek. Als ze in Amsterdam is, denk ik: laten we eens gaan. Mijn man is heel makkelijk: die gaat altijd mee. Weet je welke posters vroeger op onze slaapkamer hingen? Van Ronald Koeman, daar was mijn tweelingzus verliefd op.”

College of New Jersey

“Dichter bij Princeton ben ik nooit geweest, hahaha. Ik heb er in 2003 een half jaar gestudeerd, in een van de strengste winters ooit: min twintig graden. Ik ben er mijn faalangst kwijtgeraakt en kwam erachter dat ik ook een Marokkaan ben. Het was de tijd van de invasie in Irak. Mijn Pools-Amerikaanse kamergenootje had vrienden uitgenodigd om te luisteren naar George W. Bush. Allemaal juichen, maar ik dacht: het zijn wel mensen die op mij lijken die daar plat gebombardeerd worden. Op de campus vroegen ze waar ik vandaan kwam. From Holland, zei ik dan. Was het antwoord: But where are you really from? Toen ik terugkwam, zag ik dat Nederland al net zo nationalistisch aan het worden was. We lijken enorm op Amerikanen.”

Brabander uit Veghel

“Als mensen mijn man zien, is het vaak: goh, nu ben je hoog opgeleid en spreek je goed Nederlands en ben je toch met een Marokkaan getrouwd. Heb je je net aan die verstikkende cultuur ontworsteld en nu dit. Alsof ze persoonlijk beledigd zijn. Ik zeg dan: het is een Brabander uit Veghel. Hij was mijn eerste Marokkaanse vriend, het had ook anders kunnen lopen. Weet je: in Nederland meten we integratie aan de hand van gemengde huwelijken. Dat is pervers. De overheid heeft er geen zak mee te maken met wie ik het bed deel. Het erge is ook nog dat het Centraal Bureau voor de Statistiek huwelijken tussen bijvoorbeeld Surinamers en Marokkanen niet telt als gemengd. Dat kan alleen als er een autochtone Nederlander in het spel is.”

Mother India

“Mijn lievelingsafhaal. Je moet er niet gaan zitten, maar het eten is heerlijk. Mijn zus en ik zijn al vanaf ons twaalfde vegetariër en dan is de Indiase keuken ideaal. In Marokko zijn ze wat dat betreft nogal beperkt. Dan zeggen ze: dit is geen vlees, dit is kip. De Nederlandse keuken? Ja, sorry hoor… Al maak ik wel graag stamppot van aardappelen, spruitjes en gebakken champignonnetjes.”

Marga Bult

“Was zij niet een van de Dutch Diva’s? Jaha, met Sandra Reemer, ik weet het zeker. Een mooie vrouw, een echte blondine. Het Songfestival met Rechtop in de wind? Dat zegt me dan weer niets. Ik zit niet met een vlaggetje voor de buis. Wist je trouwens dat Céline Dion heeft meegedaan aan het Songfestival van 1988 namens Zwitserland? En gewonnen ook, hè.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden