Na negen jaar polderen hebben FNV-leden het laatste woord over het pensioenakkoord

Het kabinet was na negen jaar soebatten gebrand op een akkoord met bonden en werkgevers over een modern pensioenstelsel. Het tast diep in de buidel. FNV-leden hebben het laatste woord.

Minister Wouter Koolmees van Sociale Zaken voor het pensioenoverleg Beeld ANP

Al jaren roept de politiek dat het huidige stelsel niet toekomstbestendig is. Het is nog gebaseerd op werknemers die veertig jaar voor dezelfde baas werken. Omdat bijna niemand dat meer doet, moet er wat veranderen. Steeds meer mensen werken als zzp’er en door de vergrijzing worden de algemene pensioenpotten door steeds minder jongeren aangevuld.

Er ligt nu een principeakkoord, maar dat kan nog afketsen. De 1 miljoen FNV-leden mogen volgende week online stemmen over het akkoord. Vorige week legde de bond het ov nog een dag plat voor een beter pensioen.

Hoge prijs

Minister Wouter Koolmees (Sociale Zaken) presenteerde vanmorgen samen met de werk­geversorganisaties en de vakbonden de contouren van het nieuwe stelsel. Hij zei ‘tevreden en trots’ te zijn op het resultaat. Volgens hem wordt het stelsel ‘persoonlijker, transparanter en eerlijker’. “Dit is goed voor jong en oud.”

De bonden hebben een hoge prijs voor hun deelname gevraagd: de AOW-leeftijd gaat minder snel omhoog. De pensioengerechtigde leeftijd wordt de komende twee jaar bevroren op 66 jaar en vier maanden. Daarna stijgt die stapsgewijs naar 67 jaar in 2024, drie jaar later dan gepland. Ook na 2024 zal de AOW-leeftijd blijven stijgen, maar minder snel dan nu nog wettelijk is vastgelegd. Voor elk jaar dat Nederlanders gemiddeld langer leven, hoeven mensen straks niet een vol jaar, maar acht maanden langer door te werken.

Steun zoeken

Deze toezegging is een overwinning voor de bonden. De maatregel kost op termijn 4 miljard euro per jaar. In november vond het kabinet zo’n ingreep nog te gortig, waardoor het overleg toen klapte. Nu kiest het toch eieren voor zijn geld.

Daartoe is het ook gedwongen door de nieuwe politieke werkelijkheid. Het kabinet heeft geen meerderheid meer in de Eerste Kamer en heeft steun moeten zoeken bij de linkse oppositiepartijen GroenLinks en PvdA.

Ook stemt het kabinet alsnog in met een regeling die mensen met een zwaar beroep de mogelijkheid biedt drie jaar eerder met pensioen te gaan. Dat geldt althans voor salarissen tot 19.000 euro (minimumloon).

In ruil stemmen de vakbonden in met een nieuw pensioenstelsel dat minder pensioen garandeert, waardoor pensioenfondsen minder hoge buffers hoeven aan te houden. Onduidelijk is nog of daardoor dreigende pensioenkortingen in 2020 van de baan zijn.

Ook is de weg vrij voor een persoonlijker pensioen. In zo’n stelsel moeten vooral veertigplussers vrezen voor een flink pensioengat als zij geen compensatie krijgen. De kosten daarvoor zijn minstens 60 miljard euro. Wie daarvoor opdraait, is nog de vraag.

Akkoord is ook triomf van links

Door flink in de buidel te tasten heeft het kabinet eindelijk zijn zo gewenste pensioenakkoord binnen handbereik. Al gaf de steun van PvdA en GroenLinks de doorslag.

Nadat het vorige kabinet van VVD en PvdA de AOW-leeftijd nog versneld verhoogde - mét steun van D66, CDA en GroenLinks- plegen diezelfde partijen nu een correctie: de pensioengerechtigde leeftijd gaat zowel op korte als op lange termijn langzamer omhoog. En dat mag wat kosten: maar liefst vier miljard euro per jaar. Zoveel was het de regeringspartijen uiteindelijk waard om eindelijk een pensioenakkoord te kunnen presenteren. Als de FNV-achterban akkoord gaat is een van de grootste hervormingen van deze kabinetsperiode aanstaande.

Wat in november nog niet lukte, lukt ruim een half jaar later wel. Vakbonden claimen dat hun acties effect hebben gehad. De politieke werkelijkheid heeft echter eveneens geholpen: door de verloren meerderheid in de Eerste Kamer moet het vierpartijenkabinet van VVD, CDA, D66 en ChristenUnie op zoek naar nieuwe bondgenoten in de oppositie.

Dat uiteindelijk bij GroenLinks en PvdA is uitgekomen, wekt geen verbazing. Beide partijen hechten zeer aan het Nederlandse polderoverleg, waarbij werknemers en werkgevers samen met de regering optrekken en elkaar wat gunnen. Het is tevens de reden dat de SP uiteindelijk bij het linkse blok afhaakte.

Zware beroepen

Behalve de getemperde verhoging van de AOW-leeftijd scoort de tandem van FNV en PvdA/GroenLinks een paar opvallende punten. Zo denkt men eindelijk een manier te hebben gevonden om zware beroepen te ontzien. Er komt een regeling waarbij iedereen die dat wil drie jaar eerder kan stoppen met werken. In de praktijk zal die echter vooral aantrekkelijk blijken voor lagere inkomens. Instrument hiervoor is een vrijstelling op de zogeheten VUT-boete op bruto-inkomen tot minimumloon (circa 19.000 euro). Daarboven moet wel de volle mep worden betaald, waardoor vervroegd pensioen voor hogere inkomens een hoge en dus onaantrekkelijke heffing oplevert.

Ander twistpunt dat is beslecht is de pensioenopbouw voor zzp’ers. Die blijft vrijwillig. Wel moeten zij verplicht een basisverzekering tegen arbeidsongeschiktheid afsluiten, een linkse wens die ook is omarmd door de christelijke partijen.

In ruil voor de toezeggingen aan de vakbonden gaan zij akkoord met de invoering van een nieuw pensioenstelsel, waarbij pensioenen minder gegarandeerd zijn en pensioenfondsen lagere buffers mogen aanhouden. De vraag is nog wel in hoeverre dreigende kortingen helemaal van tafel zijn: sommige fondsen staan er zo slecht voor dat ze zelfs in een nieuw stelsel over te weinig vermogen beschikken.

Ook de doorsneepremie gaat eraan. Daardoor betalen jongeren op dit moment in verhouding te veel premie en oudere werknemers juist te weinig. In tijden dat Nederlanders nog veertig jaar voor dezelfde baas werkten was die doorsneepremie nooit een probleem: aan het einde van de carrière kwamen de premiebetalingen vanzelf in evenwicht. Maar wie op zijn veertigste zijn baan opzegt om zzp’er te worden heeft juist al die jaren te veel betaald, zonder daarvoor extra pensioenopbouw te krijgen. Van die praktijk wilde het kabinet graag af.

De vraag is nog wel hoe de afschaffing van de doorsneepremie wordt gecompenseerd. Vooral veertigplussers moeten vrezen voor een flink pensioengat als zij geen compensatie krijgen. Tegelijkertijd zijn ouderen bang dat indexatie van pensioenen opnieuw uitblijft en vrezen werkenden dat de premies omhoog gaan

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden