PlusAnalyse

Na alle ophef vindt Rutte toch wat hoop

De ophef over de vrijgegeven notulen heeft de formatie vertraagd. Het debat over de affaire van donderdag leverde tegelijk ook lichtpuntjes op voor de gesprekken over een nieuwe regering.

Demissionair ministers Sigrid Kaag, Wopke Hoekstra, Alexandra van Huffelen en premier Mark Rutte. Beeld ANP
Demissionair ministers Sigrid Kaag, Wopke Hoekstra, Alexandra van Huffelen en premier Mark Rutte.Beeld ANP

Als de avond is gevallen, Mark Rutte spijt heeft laten blijken over wat er in 2019 werd gezegd in de ministerraad (‘ongepast’), krijgt Jesse Klaver een knikje en twee knipoogjes van de demissionaire premier.

Over het notulendebat hangt nu eenmaal de schaduw van de formatie die nog altijd voortgaat. En het GroenLinks van Klaver zou zomaar een benodigde partner kunnen blijken voor VVD en D66 die de paringsdans leiden.

Dus als Klaver heeft gevraagd of Rutte destijds toch niet meer informatie had kunnen delen met de Tweede Kamer, wil deze nog wel even over die vraag ‘nadenken’. Al bezweert Rutte wel: “We hebben niet bewust informatie achtergehouden.”

Tijd kopen

De verontwaardiging over hoe ministers Kamerleden bespraken in de dertien ministerraden wordt er niet minder van. Maar het is plots ook een gezamenlijke zoektocht naar waar nog wat vertrouwen te vinden is.

Na de eerste mislukte verkenningspoging (‘Pieter Omtzigt: functie elders’) speurde informateur Herman Tjeenk Willink met een loep naar een sprankje genegenheid tussen partijen. Zijn recept: tijd kopen, wonden balsemen. Nog maar vier weken geleden leek geen partij nog verder te willen met VVD-leider Rutte na het debat over de mislukte verkenning. En daarmee leek de vorming van een nieuw kabinet onmogelijk.

Daar kwamen vorige week de onthullingen van RTL Nieuws nog eens bovenop. De notulen die werden vrijgegeven toonden nieuwe details hoe Kamerleden als Pieter Omtzigt (CDA) over de tong gingen toen de ministerraad in 2019 over de toeslagenaffaire praatte.

En het lastige: boosdoeners van toen zijn de hoofdrolspelers van nu in de formatie.

Vertrouwen weer opgezegd

Ministers Sigrid Kaag en Wouter Koolmees voor D66, Rutte voor de VVD, Wopke Hoekstra voor het CDA; allen betuigden (enige) vorm van spijt. De formatie moet door – vandaag al, als Tjeenk Willink zijn rapport met bevindingen na gesprekken met fractieleiders zal in­leveren.

Een deel van de Tweede Kamer is en blijft afgehaakt zolang er een rol is weggelegd voor Rutte – en sinds de notulen ook voor Kaag en Hoekstra.

De partijen PVV, FvD, Denk, BBB en Bij1 (samen dertig zetels) zegden gisteren andermaal het vertrouwen in het reeds demissionaire kabinet op. En daarmee in de partijen VVD,

D66 en CDA, wat nu juist de romp zou kunnen vormen van een volgend kabinet. Ook de SP en ChristenUnie lieten al weten: zolang dezelfde Rutte die de handen vuil maakte in 2019 een hoofdrol in de formatie heeft, stappen wij straks niet in.

De schuldbekentenissen van Rutte en de andere hoofdrolspelers maakten voor die partijen niets goed.

Tegelijk leverde het debat aan het begin van de avond ook lichtpuntjes op voor het motorblok Rutte-Kaag. Zo boden bijvoorbeeld PvdA en GroenLinks strohalmen. Lilianne Ploumen trok daags voor het debat op Twitter fel van leer toen ze het had over ‘het kaltstellen van coalitie-Kamerleden’, maar in het debat wilde ze het ook ‘hebben over voorstellen die ertoe dienen dat de overheid er weer is vóór de burger en niet tegen de burger’. Het kon worden gezien als een handreiking.

En hoewel ook GroenLinksleider Jesse Klaver strenge woorden sprak, vroeg hij ook: “Hoe komen we er met elkaar uit in dit debat?”

Het bracht Rutte tot zijn knipoogjes aan Klaver, die blij was dat Rutte ‘tot het inzicht is gekomen dat er dingen moeten veranderen’. “Daar ben ik blij mee.”

In de brokstukken van het debat vond Rutte zo toch enkele ruwe diamantjes. Na zijn knieval over het verleden, durfde hij zelfs op te merken dat het ‘absoluut geen zekerheid is’ dat hij premier wordt van een volgend kabinet. Maar wél dat hij het weer durft te hopen.

‘Die opmerking had ik niet moeten maken’

“Ik ben ook niet trots op alles wat ik teruglees,” zei demissionair premier Mark Rutte in het debat over de notulen van de ministerraad over zijn eigen opmerkingen die daarin zijn opgetekend. Vooral dat hij instemde

met de opmerking van VVD-minister Cora van Nieuwenhuizen (Infrastructuur en Waterstaat) dat coalitie­partijen niet kritischer mogen zijn dan de oppositie, is ongepast, zei hij.

Toch is het af en toe bespreken van Kamerleden ‘niet te vermijden’, meent Rutte. Hij bezweert dat het nooit de bedoeling was hen de mond te snoeren.

Verschillende ministers lieten zich negatief uit over kritische Kamerleden van de coalitie. Ook de minister-president deed daar uitgebreid aan mee. Zo blijkt dat hij ‘weinig begrip’ had voor coalitie-Kamerleden die zich op hun eigen onderwerp profileren in de media en daarbij ook kritiek uiten op het kabinet. “Ik had het niet erg gevonden als ik die opmerking niet gemaakt had,” zei Rutte daarover op vragen van SP-leider Lilian Marijnissen.

De Kamer nam in het debat een reeks voorstellen over voor een nieuwe bestuurscultuur en een nieuwe rela­tie tussen de overheid en burger. Mogelijk gaat die lijst, ingediend door de PvdA en GroenLinks, nog een rol spelen in de kabinetsformatie.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden