Plus Achtergrond

Na 25 jaar sluit kolencentrale Hemweg: ‘Op een goede dag begon je zwart van de kolen’

De transportband van de Oba naar de Hemweg wordt 1 keer per week schoongemaakt door de industriële schoonmaakploeg. Dat is nodig omdat bij droog weer enorme hoeveelheden kolenstof vrijkomen. De schoonmaakploeg is 5 dagen per week in de weer om de boel op orde te houden. Beeld Henk Wildschut

Na 25 jaar sluit de Hemwegcentrale eind deze maand. De tweehonderd medewerkers gaan hun kolencentrale missen, maar het feit dat ze steeds vaker als klimaatvervuilers werden gezien niet. ‘Op verjaardagen krijg je te horen: dat je dat nog doet.’

Miranda Persijn (47) kent de Hemweg­centrale als haar broekzak. Of misschien zelfs op haar duimpje. Er zijn zo van die piep- en kraakgeluiden die erbij horen als een kolencentrale op volle toeren draait. Maar Persijn hoort het ook wanneer er opeens iets tikt in de generator.

Uit de ­duizelingwekkende hitte – 1200 graden! – die de zeventig meter hoge stoomketel ­uitbraakt, wekt de generator helemaal in de nok van de centrale elektriciteit op, als een dynamo op een fietswiel. Genoeg voor heel Amsterdam. De turbines draaien met een donderend geraas en toch horen goede oren het geringste verschil. “Het is net als met je auto. Je hoort het alleen omdat je ermee vertrouwd bent.”

De voet van de schoorsteen. Beeld Henk Wildschut

Ze is praktisch in de Hemwegcentrale opgegroeid, zegt Persijn. Het is haar tweede huis geworden. Als geen ander kan ze uitleggen waarom de tweehonderd medewerkers zo gehecht zijn aan hun kolencentrale. Ze kwam hier in 1996 in dienst bij de voorlopers van energiebedrijven Nuon en Vattenfall. Nu is ze teamleider onderhoud, en dat blijft ze ook bij de gasgestookte elektriciteitscentrale in Diemen. Maar een gascentrale is toch even wat anders. In een kolencentrale komt het veel meer aan op teamwork. “Je kunt niets alleen oplossen.”

Zwart van de kolen

Eigenlijk zijn het twee centrales tegelijk die je draaiende moet houden, zegt ­Persijn over de Hemwegcentrale. De turbines en de ketel zijn net als in elke andere elektriciteitscentrale, maar: “Hier ligt als het ware nog een hele ­chemische fabriek ­achter. Heel anders dan met gas.” Dat maakte het werk in de kolencentrale veel boeiender. “Maar we hebben de boel ook weleens ­vervloekt, hoor.”

Elke partij steenkool heeft weer een andere samenstelling en in een kolen­centrale moeten ook alle reststoffen nog opgeruimd worden. Zo wordt de zwavel uit de steenkool met kalk verwerkt tot gips. De as die vervliegt bij de verbranding wordt zoveel mogelijk weggevangen. ­“Als je hier een goeie dag had, begon je ’s ochtends zwart van de kolen. Daarna liep je van het grijs van de vliegas naar het wit van het gips.”

Het kolenstof wordt via brandertoevoer­buizen de verbrandingsoven ingeblazen. Beeld Henk Wildschut

Dat waren nog eens tijden. Eind deze maand behoren ze voorgoed tot het ver­leden, want de kolencentrale Hemweg-8 gaat dicht. De precieze datum is nog niet bekend; die is afhankelijk van wanneer de kolenvoorraad op is. Uiterlijk 31 december moet het afgelopen zijn, zo heeft het kabinet beslist in een uiterste poging om te voldoen aan het Urgenda-vonnis dat Nederland verplicht om in 2020 de ­CO2-uitstoot met 25 procent terug te dringen. Voor het personeel van Vattenfall was het een grote ommezwaai. Vorig jaar zei minister van Economische Zaken Eric ­Wiebes nog dat de Hemwegcentrale tot eind 2024 open mocht blijven. De kolencentrale kan nog twintig jaar mee.

Bijna alle medewerkers zijn onder de pannen. De meesten gaan aan de slag bij andere elektriciteitscentrales van Vattenfall. Maar gevoelsmatig gaat het verlies verder dan hun baan. Ruud Snelderwaard (60), als manager verantwoordelijk voor deze productielocatie, werd overal rond Amsterdam herinnerd aan zijn werk door de 175 meter hoge schoorsteen. Tijdens vakanties sloeg hem soms de schrik om het hart. Dan voer hij op een zeilboot over het IJsselmeer en zag hij in de verte de schoorsteen. Zonder pluim! Was er iets mis? 

Medewerkers repareren de kolen­toevoerband die is vastgelopen. Beeld Henk Wildschut

Meer collega’s vertellen over de teamgeest die ze gaan missen. Teamleider van de wacht Pieter-Jan van Lokhorst (57) wijst naar de grote transportbanden die de steenkool aanvoeren vanaf kolenterminal OBA. “Als je kolen aan het bunkeren bent, denderen ze met achthonderd tot duizend ton per uur over die banden. Als er iets misgaat in de beveiliging, heb je tonnen aan kolen boven liggen. Daar sta je dan in te graven met z’n allen, van hoog tot laag.”

Meehelpen

Al in 1993 kwam Van Lokhorst te werken bij de ­Hemwegcentrale, toen de kolencentrale nog in aanbouw was. “Het gevoel dat je het samen doet, is bij een kolencentrale veel sterker dan bij een gascentrale. Gas is een vrij probleemloze brandstof.” Denk bij een kolencentrale alleen al aan de vliegas die overblijft. Dat is zo’n tien procent van wat er aan steenkool de ketels ingaat, rekent hij voor. En dat terwijl de Hemwegcentrale 55 tot 60 kilo per seconde verstookt, tien volle vrachtwagens per uur. “De uitdaging is om door te gaan terwijl je allerlei storingen tegenkomt.”

“De kolencentrale is arbeidsintensiever,” zegt ook Hans de Jong (50). “Het gevolg is dat je elkaar nodig hebt. Dat iedereen moet meehelpen om iets op te lossen, zorgt voor een groot groepsgevoel.” Sinds 2011 werkt hij als installatiemanager van de Hemweg-8, maar hij is al sinds 1993 in dienst bij Vattenfall en zijn voorlopers. Dus ook hij behoort tot de helft van het personeel die langer dan twintig jaar bij de Hemwegcentrale werkt. Heel wat werk­nemers maakten rechtsomkeert na een uitstapje bij een andere werkgever. Toch maar terug naar de Hemweg.

De ploeg die regelwacht heet houdt de centrale 24 uur per dag in de gaten. Beeld Henk Wildschut

Binnen de kolencentrale moeten alle collega’s op elkaar kunnen bouwen, zegt Ruud van der Star (61), die als projectleider de ­ontmanteling van de centrale in goede banen moet leiden. Bovendien gaat het werk 24 uur per dag door, ook op zon- en feest­dagen. Lachend: “Ik heb in alle jaren met heel veel collega’s de nacht doorgebracht, en daarmee zeg ik niets verkeerd.”

De zijkant van de turbinehal. Via de buizen komt koelwater de centrale binnen. Beeld Henk Wildschut

Dat een groot deel van het personeel al tientallen jaren samenwerkt, is niet het enige wat opvalt: heel wat medewerkers hebben een verleden in de scheepvaart. Het geldt voor Van der Star en Van Lokhorst, en ook Persijn ging naar de zeevaartschool. Voor Van Lokhorst is het goed verklaarbaar. “Als teamleider zie ik graag dat iemand uit de zeevaart komt. Op zee kun je niet even een storingsdienst bellen, of de brandweer of een ambulance. Je bent op jezelf aangewezen. Mensen die weten wat veilig werken is, haal je graag binnen.”

Lucht en water

Even verderop in de controlekamer lijkt het werk in de kolencentrale dan weer net een kantoorbaan. Daar turen altijd, dag en nacht, twee paar ogen naar computerschermen en blijkt de Hemwegcentrale ook een beetje te draaien op koffie.

Een groot verschil tussen kolen- en gascentrales is dat die laatste sneller kunnen reageren op de prijswisselingen, die steeds vaker optreden door het toegenomen belang van wind- en zonne-energie. “Een kolencentrale is logger,” legt Van Lokhorst uit. “Het duurt even voordat de kracht van de centrale is overgedragen aan de stoomturbines.” Voordat de centrale van half vermogen naar vol vermogen is geschakeld, zijn we een halfuur verder. Voor wie vreest dat de stad zonder stroom komt te zitten: afgelopen zomer lag de Hemwegcentrale al lange tijd stil omdat de gasprijs zo laag was. Op den duur komt er bovendien nog stroom voor drie miljoen huishoudens van de windparken die Vattenfall bouwt op de Noordzee.

Het circulaire veld, waar kolen vanaf de kolenterminal OBA naartoe gebracht worden. Beeld Henk Wildschut

Buiten op het uitgestrekte haventerrein valt vooral de leegte op. De kolencentrale heet officieel de Hemweg-8 omdat het de achtste elektriciteitscentrale is die hier sinds 1948 is gebouwd. Van de Hemweg-7, een gascentrale die in 2015 werd gesloopt, is al niets meer te zien. “Zo slopen wij,” zegt directeur warmte en productie Alexander van ­Ofwegen. “Helemaal weg.” Zo zal het ook de kolencentrale vergaan. 

Zelfs de schoorsteen, toch het hoogste bouwwerk van Amsterdam, gaat tegen de vlakte. Vattenfall houdt het terrein. Niet alleen voor de Hemweg-9, een gascentrale, maar ook om hier een knooppunt voor duurzame brandstoffen als groene waterstof en synthetische kerosine te ontwikkelen. Met elektrische boilers en een ‘elektrolyser’ die waterstof maakt uit groene stroom moet de Hemwegcentrale in 2050 alleen nog fossielvrije energie opwekken, precies zoals het plan is voor heel Vattenfall tegen die tijd.

Ruud van der Star. Beeld Henk Wildschut

Bij de schoorsteen komen we aan een teer punt. In de pluim zit vooral stikstof en waterdamp, maar in menig tv-reportage over klimaatverandering dook de schoorsteen op als illustratie van de broeikas­gassen die de lucht ingaan. Knarsetandend zag Vattenfall het gebeuren. Ja, deze kolencentrale is goed voor fijnstof, stikstofdioxide en vier megaton ­CO2 per jaar, maar dat is nou net níét te zien boven de schoorsteen. “Iedereen denkt dat het gaat om CO2, maar het is lucht verzadigd met water,” zegt Van Ofwegen. “Net zoals in de douche, als de spiegel beslaat. De pluim is helemaal gewassen met water. Het is juist een teken van zuiverheid.”

Droevig

Het typeerde de omslag in de reputatie van de kolencentrale. Bij de opening in 1994 was toenmalig kroonprins Willem-Alexander nog present en was de pluim voor de gelegenheid oranje gekleurd. De kolen­centrale stond bekend als de eerste van een nieuwe generatie. Snelderwaard: “Men kende wel kolencentrales uit de jaren zestig. Daar liep men door het stof. Het was er donker, grijs en grauw.”

De bovenkant van de schoorsteen. Beeld Henk Wildschut

Nog geen jaar later voerde Greenpeace zijn eerste actie bij de Hemwegcentrale. De schoorsteen pal langs de ringweg A10 werd een symbool van de snel groeiende zorgen over de opwarming van de aarde. Vooral de laatste jaren ging het hard. “We gingen from hero to zero. Dat deed wel wat met de mensen hier,” zegt Snelderwaard. “Als je op een verjaardag vertelde waar je werkte, kreeg je te horen: dat je dat nog doet.”

Voor de tweehonderd werknemers overheerst toch de trots. Ze verdedigden hun werkgever als het onderwerp eens ter sprake kwam. “Ik probeer dan uit te leggen dat iedereen zowel onderdeel als oplossing is van het probleem,” zegt De Jong. “Kies je voor groene stroom en elektrisch rijden, of ga je altijd voor het goedkoopste? Het ligt dus ook aan je eigen bestedingspatroon. Nou, dan is het gesprek snel klaar.”

Miranda Persijn. Beeld Henk Wildschut

Persijn: “Ik zeg dan: zou jij een windmolen in je achtertuin willen? Iedereen wil toch dat ’s nachts het koelkastlampje brandt? In een dichtbevolkt land als Nederland is dat nog niet zo simpel.”

De werknemers begrijpen dat de kolen­centrale dicht moet, maar de plotselinge haast is ze rauw op het dak gevallen. “Ik was boos – is dat het goede woord? Nou, droevig,” zegt Van der Star. “Alles wat je jarenlang tiptop in orde hebt gehouden, moet je nu gaan slopen. Dat is wel even een omschakeling, en dat heeft tijd nodig gehad.” Van ­Lokhorst: “Er gaat een heel mooi gebouw tegen de vlakte dat nog heel wat jaren meekan, want we zijn altijd heel zuinig geweest op deze installatie. Daarom zit er ook een persoonlijke kant aan. Er zit emotie in die bouten en moeren.”

De achterkant van de centrale. Beeld Henk Wildschut

Waardig afscheid

Deze beeldreportage is een selectie uit het boek dat fotograaf Henk ­Wildschut maakt over de Hemweg­centrale. Daarvoor was hij driekwart jaar kind aan huis in de kolencentrale. Korte video’s van de tweehonderd medewerkers worden vanaf volgende week op de centrale geprojecteerd. “Een enorme wand van 55 bij 40 meter.” Wildschut ziet het als ‘een waardig afscheid’ voor de mensen achter de kolencentrale. Daar heeft het tot dusver aan ontbroken, vindt hij. 

“Op verjaardagsfeestjes vertelden zij maar niet meer waar ze werkten. ­Terwijl zij ons de zekerheid van energie hebben gegeven.” Dat ze in een verdomhoekje zitten, is wat de mede­werkers van de kolencentrale gemeen hebben met de mensen in het vluchtelingenkamp bij Calais, waarover Wildschut eerder fotoboeken maakte. “Ik fotografeer eigenlijk altijd mensen die tussen wal en schip vallen.”

De sluiting van de kolencentrale ziet Wildschut als een symbool voor de snel veranderende tijd. “Zulke centrales zijn de dinosaurussen van het indus­triële tijdperk. Als we geen aandacht hebben voor de mensen die er werken, roepen we enorme onvrede over onszelf af. Dat zie je ook bij Tata Steel en de boeren.” Of de broeikasgassen door de sluiting straks niet meer vrijkomen, betwijfelt Wildschut. “Diezelfde ­fossiele energie wordt waarschijnlijk voorlopig in het buitenland voor ons opgewekt. We flikkeren die CO2 gewoon over de grens.”

Het maken van de foto’s en de video’s werd betaald door Vattenfall, maar Wildschut onderstreept dat hij volledig de vrije hand kreeg. Hij liet zich de kans niet ontnemen om foto’s te maken vanaf de 175 meter hoge schoorsteen, ook al moest hij daarvoor in een kooiladdertje omhoogklauteren. “Als ik dan die kans krijg, ga ik het doen ook.”

Het luik dat zicht biedt op de brandhaard van 1200 graden. Beeld Henk Wildschut
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden