Plus

Mondkapjes en spatbrillen: van pure paniek naar ‘ijzeren voorraad’

Eind deze maand is er in Nederland voldoende voorraad medische hulpmiddelen om een eventuele tweede coronagolf aan te kunnen. Er komt een ‘ijzeren voorraad’, zo stelde zorgminister Van Rijn woensdag tussen de hoog opgestapelde pallets vol mondkapjes.

Minister Martin van Rijn (tweede van links) van Medische Zorg tijdens een presentatie vanmiddag in een distributiecentrum van het Landelijk Consortium Hulpmiddelen. Beeld ANP

Er staan 25 rijen stellages naast elkaar, elke rij vele meters diep en vijf lagen hoog. Elke laag vol dozen met mondkapjes, spatbrillen, schorten en handschoenen. Voor die enorme hoeveelheid dozen, in een loods van het Landelijk Consortium Hulpmiddelen (LCH) in Vianen, staan vier mannen achter elk hun eigen microfoon. Het is duidelijk welke boodschap ze willen uitdragen: de enorme schaarste aan medische hulpmiddelen in de zorg is voorbij, de paniek is weg.

Minister van Rijn van Medische Zorg, een van de vier mannen, stelt:  “Er zijn nu voldoende hulpmiddelen aanwezig voor de dagelijkse behoefte vanuit de zorg. We kunnen een voorraad voor de toekomst gaan opbouwen.” Eind deze maand, stelt de minister, moet die voorraad zo groot zijn dat ziekenhuizen, verpleeghuizen en andere instellingen een eventuele tweede coronagolf kunnen opvangen. Hij spreekt van een ‘ijzeren voorraad’ voor drie tot zes maanden die Nederland wil gaan opbouwen. Om te allen tijde voorbereid te zijn als er weer een epidemie uitbreekt.

Pure paniek

Want goed voorbereid, dat wás Nederland (en veel landen in de rest van de wereld) niet. Er was pure paniek begin maart, toen de ziekenhuizen volliepen met duizenden coronapatiënten. En er was nog meer paniek toen bleek dat het virus ook de verpleeghuizen was ingeslopen en daar dood en verderf zaaide onder kwetsbare ouderen.

Er was een acuut tekort aan beschermingsmiddelen voor het personeel: deugdelijke mondkapjes vooral. En de internationale markt voor die hulpmiddelen was veranderd in een wildwest-tafereel: waar pallets mondkapjes voor de vliegtuigdeur werden weggekocht, waar keuringscertificaten werden vervalst en malafide webshops vrij spel hadden. Elke zorginstelling moest daarin zijn eigen weg vinden, de inkoop van hulpmiddelen was in Nederland niet centraal geregeld.

Beschermingsmiddelen in een distributiecentrum van het Landelijk Consortium Hulpmiddelen.Beeld ANP

1,8 miljard hulpmiddelen

Van Rijns voorganger Bruins richtte daarom het LCH op. Daarin gingen de overheid, ziekenhuizen en medische inkoop- en distributie-organisaties samenwerken om de tekorten weg te werken. De cijfers die logistiek manager Alex van der Putten gisteren overlegde, zijn duizelingwekkend: sinds 19 maart kocht het LCH 1,8 miljard persoonlijke beschermingsmiddelen voor zorgpersoneel in, waaronder bijna 1,2 miljard mondkapjes en 526 miljoen handschoenen. Van die 1,8 miljard zijn er al 155 miljoen geleverd en verdeeld. De rest is in bestelling of al onderweg, vooral vanuit Azië. Waar op het hoogtepunt van de crisis alles vanwege de snelheid per vliegtuig moest worden vervoerd, komen later deze maand ook de eerst transporten per trein en boot weer aan.

Het ging in de eerste weken ‘met stoom en kokend water, er werd dag en nacht gewerkt’, stelde Van Rijn. Door een organisatie die eigenlijk nog niet klaar was toen ze al moest werken. “In een situatie die iedereen overkwam.”

Kritiek op het LCH

Er was (en is) dan ook veel kritiek op het LCH. Van verpleeghuizen die zich in eerste instantie overgeslagen voelden omdat ze geen beschermingsmiddelen kregen toebedeeld. Van talloze leveranciers die zich buitengesloten voelden omdat ze geen reactie kregen, terwijl ze wél de zo nodige mondkapjes in de aanbieding hadden. En van leveranciers die hun spullen afgetest zagen worden en vanuit het LCH alleen maar een appje doorkregen met een vage foto van het keuringsrapport.

Ook nu stellen leveranciers nog dat zorginstellingen zich bij hen melden omdat ze vanuit het LCH te weinig krijgen toebedeeld. Dat kan, zegt Rob van der Kolk, coördinator van het LCH. “Tot twee weken geleden topten we bestellingen soms af. Stel dat een instelling 1000 maskers vroeg, dan zeiden wij weleens: je krijgt er 800. We wilden niet dat instellingen gingen hamsteren. Nu zijn we iets ruimhartiger.”

Beeld ANP

Een uitdaging voor de komende weken blijft, stelt Van der Kolk, om te zorgen dat de ingekochte materialen goed zijn. Eerder meldde deze krant al dat het consortium elf procent van alle ingekochte mondmaskers alsnog heeft afgetest. “We werken nu met zo’n vijftig leveranciers die we vertrouwen. Maar de productie van sommige producten blijft lastig. Neem beschermende handschoenen, als die te snel worden ingepakt, zijn ze nog te warm en kleven ze allemaal aan elkaar. Dan maken we hier de doos open en blijken ze onbruikbaar.”

Minister Van Rijn wil dan ook ‘minder afhankelijk zijn’ van productie in het buitenland. Er zijn inmiddels elf bedrijven in Nederland die zelf mondkapjes, spatschermen of onderdelen van testen maken. “We denken dat we in Nederland ongeveer 25 procent van onze eigen behoefte kunnen produceren,” aldus Van Rijn.

Wie uiteindelijk de ‘ijzeren voorraad’ gaat beheren, hoe de inkoop van hulpmiddelen in de toekomst wordt geregeld en hoe lang de samenwerking in het LCH nog blijft bestaan, is nog niet duidelijk. “Daar denken we nu over na.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden