Plus Interview

Mona Keijzer (CDA): ‘Kroonpríns? Daar ben ik klaar mee!’

Mona Keijzer ontvouwt haar idee over hoe het verder moet met Nederland, mocht ze CDA-lijsttrekker worden. ‘We kunnen niet als los zand leven.’

Mona Keizer: ‘Als de middengroepen er om financiële redenen geen vertrouwen meer in hebben, dan hebben we echt een groot probleem.’ Beeld Hollandse Hoogte / Guus Schoonewille fotografie

Voor de buitenwacht werd Mona Keijzer (50) in 2012 vanuit het niets de nummer twee van het CDA. Ze scoorde 26 procent in een lijsttrekkersstrijd met vijf anderen, die Buma won. Keijzer is een stemmen­kanon: in 2012 pakte ze 127.446 voorkeursstemmen en in 2017 ging ze daar overheen met 165.384 kiezers die haar kozen in het stemhokje. Inmiddels is ze CDA-staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat.

Als Kamerlid nam u uw eigen gehaktballen en stamppotten mee naar Den Haag. Doet u dat als staatssecretaris nog?

“Hahaha! Ik zou het af en toe wel willen. Weet je, het is een ander leven. Je hebt etentjes, diner­afspraken, je zit langs de weg. Ik krijg wel vaak een salade mee.”

Mensen die u beter kennen, roemen uw gewoon­heid. Wat is dat toch?

“Geen idee, ik weet het niet, ik zeg altijd: ik ben Mona van Jan en Hilletje. Je hoort, ik begin meteen een beetje Volendams te praten. Bij ons thuis was een gevleugelde uitspraak: ‘De burgemeester moet ook naar de wc.’ Ik heb altijd te maken gehad met artiesten; mijn oom Jaap Buis zorgde ervoor dat jongens zoals Jan Smit, Nick en Simon normaal bleven doen. Geen ster­allures. En trouwens, in Volendam wordt dat ook gewoon niet gevreten! Hoezo? Wie ben je dan, zeggen ze dan! Dat vind ik dus ook niet nodig.”

Uw partijgenoot Hugo de Jonge vroeg zich af of een mogelijke CDA-lijsttrekkersstrijd wel verstandig is. ‘Je moet altijd oppassen dat zo’n strijd niet onbedoeld beschadigend wordt voor de een of de ander.’

“Mijn ervaring in 2012 was niet zo. Ik heb een positieve ervaring, terwijl ik verloor. Uiteindelijk denk ik: je kunt het ook nu prima doen zonder elkaar te beschadigen. Maar dat is aan het partijbestuur, zij moeten er een besluit over nemen. Ik heb wel gezien hoe het desastreus misging bij de PvdA. Ik zie wel wat ze bedenken.”

De Jonge gaat er een jaar over nadenken of hij zich kandideert. Wat doet u?

“Als het aan de orde is, kijk ik verder. Pas op dat moment, dat gaat bij mij vrij intuïtief. Uitein­delijk, in essentie, moet er een proces komen dat goed is voor de partij, zodat wij goede kansen maken om groot te worden. Zo niet dé grootste.”

In het voorjaar ging het over de CDA-kroonprinsen Wopke Hoekstra en Hugo de Jonge. Ineens trok u aan de bel. Wat gebeurde daar?

“Het ging in de media maar over kroonprinsen. Sinds ik vijftig ben geworden, ben ik daar helemaal klaar mee, met de ‘we kunnen ze niet vinden-discussie’.”

Wie kunnen we niet vinden?

“Vrouwen als lijsttrekker of als ceo. Daar ben ik klaar mee. Dat ik echt denk: jongens, hou nou toch eens een keer op met elkaar. Ik ben gewoon met mijn werk bezig en op mijn tweede schijf pruttelt het dan door. Toen het in het voorjaar constant over de kroonprinsen ging, dacht ik: wel potverdikkie! Nou ben ik vijftig en hoor ik bij de hoogstopgeleide mensen met lange politiek ervaring. We hebben Madeleine van Toorenburg, ex-gevangenisdirecteur, gepromoveerd, fantastische voorzitter van de parlementaire enquête naar de Fyra. Ank Bijleveld, minister van Defensie, voormalig commissaris van de Koning. Ik stond in de startblokken voor een radio-interview van een kwartier over de digitale toekomst van Nederland. Het eerste waar het over ging, waren de króónprinsen! Kroonprínsen? We hebben ook nog kroonprinséssen in onze partij. Ik was er klaar mee.”

Gaat u het doen dan?

“Geen idee. Dat zien we dan wel weer. Zou ik het kunnen? Ja. Je zei in het interview met Hugo de Jonge dat er misschien ‘een grotemannen­gesprek’ moet komen.”

Wilt u er ‘een grotemensengesprek’ van ­maken, waar u ook aan deelneemt, met ­Hoekstra en De Jonge?

“Het partijbestuur moet eerst maar eens gaan bekijken: hoe gaan wij dat nou doen met elkáár. Daarin speel ik nu wel een rol. Ik ben twee keer op nummer twee gezet, ik heb een hoeveelheid voorkeurstemmen gehad, dat is nog nooit vertoond in deze partij. Ik ben nu staatssecretaris; kijk ook naar wat ik de afgelopen tijd op mijn beleidsterrein voor elkaar heb gekregen. Ik zet daarnaast ook nog een aantal dingen op de agenda. En ik ben een ongelooflijk partijmens. Die partij gaat mij aan het hart, dus ik vind het belangrijk dat zo’n proces goed gaat.”

Wat zou uw idee met Nederland zijn mocht u CDA-lijsttrekker worden?

“Wat je me nu vraagt is: Mona, onderbouw nou eens waarom jij vindt dat de manier waarop jij naar Nederland kijkt ons gaat helpen. Een van de grote problemen die we in Nederland hebben is het gebrek aan verbinding met elkaar. Hoog opgeleid en laag opgeleid, die groepen ontmoeten elkaar niet meer. Wat verbindt ons als Nederland? Je kunt niet als zeventien miljoen mensen als los zand naast elkaar leven. Daarom heb je een aantal verbindende iconen nodig, zoals het koningshuis.”

Wat voor problemen ziet u verder?

“Als de middengroepen er om financiële redenen geen vertrouwen meer in hebben, dan hebben we echt een groot probleem. Maar ook: wat is dan die cultuur die we samen hebben? De vrijheid die we met elkaar delen, de positie van vrouwen en de positie van homo’s, daar hebben we ongelooflijk hard met elkaar voor moeten vechten. Dat is echt het beschermen waard. Niet constant overal een smorende deken over heen, maar ook stelling nemen.”

U vond in 2010 dat het CDA met de PVV in zee moest. Vindt u dat CDA in 2021 ook met Forum voor Democratie zou moeten regeren?

“Ik heb destijds voorgestemd op het CDA-congres. Ik vind het een heel ingewikkelde vraag, omdat ik heb gezien wat de PVV met mijn partij heeft gedaan. Ik zag hoe Wilders wegliep toen het spannend werd. Vanwege de ervaringen uit het verleden rol ik de rode loper niet voor ze uit. Maar ik vind ook dat je iedereen serieus moet nemen. Je kunt niet meer zeggen hoe het gaat lopen, want je hebt werkelijk geen idee. Ik signaleer wel dat FvD LPF-achtige toestanden heeft. Ik zou echt niet weten hoe die partij er over een jaar voor staat.”

Droom

“Ik wilde astronaut worden maar daar had je bêtahoofd voor nodig. Dus dat werd hem niet. Maar ik vind het nog steeds heel fascinerend. Second best was ballerina, maar daar was ik veel te lang voor, daar moet je een beetje petit voor zijn.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden