PlusAchtergrond

Molukse ex-Knil-militair Frits Nussy (100): ‘Nederland heeft ons besodemieterd’

In 1951 kwamen 12.500 Molukkers naar Nederland. Het zou tijdelijk zijn, maar werd permanent. Zeventig jaar later berust ex-Knil-militair Frits Nussy (100) daarin. Maar de pijn over het onrecht gaat nooit weg.

 In 1951 kwamen zo’n 12.500 Knil-militairen met hun gezinnen naar Nederland. Beeld Nationaal Archief
In 1951 kwamen zo’n 12.500 Knil-militairen met hun gezinnen naar Nederland.Beeld Nationaal Archief

De militaire onderscheidingen draagt Frits – ‘Pedé’ – Nussy nog steeds met trots. Bijna drie jaar geleden kreeg hij het Mobilisatie-­Oorlogskruis en het ­Ere­teken voor Orde en Vrede opgespeld door Hans van Griensven. “Meer dan verdiend,” zei de toenmalige Inspecteur-Generaal der Krijgsmacht.

Nussy, een Molukse oud-militair van het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (Knil), heeft decennialang moeten wachten op deze ­erkenning van Nederland. Hij wil het verleden liever laten rusten. De boosheid zit nog diep. “De regering heeft ons besodemieterd. Smeerlappen. Wij hebben voor Nederland gevochten en móesten hiernaartoe.”

Dinsdag is het zeventig jaar geleden dat Nussy met zijn vrouw en hun twee jonge kinderen – de derde was in aantocht – in Rotterdam aankwamen met het schip Atlantis. Het was de tweede boot die in Nederland aanmeerde. Tussen 21 maart en 22 juni 1951 arriveerden met twaalf transporten in totaal 12.500 Molukse Knil-­militairen en hun gezinsleden.

Molukkers behoorden tot de loyaalste elite­soldaten van het koloniale leger. Tijdens de Tweede Wereldoorlog in Nederlands-Indië vochten ze voor Nederland tegen de Japanners. Nussy was 21 jaar toen hij zijn geboorte-eiland Ambon verliet en zich op Java bij het Knil aanmeldde. “In de oorlog heb ik 3,5 jaar als krijgs­gevangene op Tanimbar vastgezeten. Dat was een zware tijd.”

Over de oorlogsverschrikkingen zweeg hij, vertelt zoon James (59). “Pas vijf jaar geleden vertelde hij dat hij in een Jappenkamp heeft ­gezeten. Hij zei dat een van zijn vrienden probeerde te ontsnappen. De Japanners schoten hem voor zijn ogen dood.”

Japanse capitulatie

Twee dagen na de Japanse capitulatie (15 augustus 1945) proclameerden nationalisten de onafhankelijke Republiek Indonesië. Nederland probeerde met geweld het gezag in de kolonie te herstellen, maar droeg na een bloedige strijd op 27 december 1949 de soevereiniteit over.

De Molukkers, die met het Knil tegen de Indonesiërs hadden gevochten, zaten klem. Zeker toen op 25 april 1950 op Ambon de Republiek der Zuid-Molukken (RMS) werd geproclameerd en het Indonesische leger de opstand hard de kop indrukte.

Toen het Knil werd opgeheven, zat de Nederlandse regering in haar maag met de bijna vierduizend Molukse Knil-militairen op Java. Die moesten kiezen tussen de overgang naar het ­Indonesische leger of demobilisatie op een ‘plek naar keuze’.

Terugkeer naar de Molukken was geen optie vanwege de RMS. Noodgedwongen kozen de meesten – soms na een dienstbevel – voor tijdelijke opzending naar Nederland.

De Kota Inten meerde op 21 maart 1951 met de eerste duizend Molukkers aan in Rotterdam. Twee dagen later arriveerde de Atlantis met onder meer Nussy en zijn gezin. Ze hadden alleen een hutkoffer bij zich.

Luitenant-generaal Buurman van Vreeden las namens koningin Juliana een welkomstboodschap voor: “Moge uw verblijf hier een goede herinnering blijven.” Vrouwen liepen gekleed in een sarong en kabaja en op teenslippers van de loopbrug, terwijl een gure voorjaarswind regen en natte sneeuw over de kade joeg. “Ik dacht dat de bomen in Nederland dood waren, omdat er geen bladeren aan zaten,” zegt Nussy.

Onverwacht ontslag

In het demobilisatiecentrum in Amersfoort kregen de mannen onverwachts hun ontslag uit het leger. De emoties liepen hoog op. Sommigen weigerden te ondertekenen, anderen verscheurden de brief.

De Molukkers werden verspreid over kazernes, kloosters en barakkenkampen, waaronder de voormalige concentratiekampen Vught en Westerbork. Ze leefden geïsoleerd en kregen wekelijks 3 gulden zakgeld. Nussy kwam in Woerden terecht.

Toen het verblijf langer duurde dan de gehoopte zes maanden raakte het geduld op en groeiden de frustraties. Dat mondde uit in de treinkapingen en gijzelingsacties van radicale jongeren in de jaren zeventig. James: “Pa vroeg aan mij of ik dat ook voor hem zou hebben ­gedaan. Ik zei: natuurlijk, pa.”

Het vrijheidsideaal is nooit verdwenen, maar staat in de schaduw van de realiteit. De meeste Molukse opa’s en oma’s liggen begraven onder een Nederlandse treurwilg en niet onder een Molukse sagopalmboom. De ex-Knil’ers kregen nooit wachtgeld of een militair pensioen. James: “De erkenning die ze drie jaar geleden kregen, is veel te laat.”

Vorige maand vierde Nussy zijn 100ste verjaardag. Zijn hutkoffer bleef dicht in afwachting van een terugkeer. Hij verbijt zijn pijn over het onrecht en de heimwee. Zijn acht kinderen moesten een goede plek in de samenleving krijgen. James: “Wij kregen een Nederlandse ­opvoeding en spraken thuis nooit Maleis. Pa is vier keer teruggeweest op de Molukken. Hij vertelde er heel emotioneel over, maar wist ook dat het voor de kinderen beter was in Nederland.”

Zeventig jaar na aankomst telt de familie Nussy 45 leden. Joël (31), Yuri (28) en Cheyenne (26), kinderen van James, zijn trots op hun opa. Joël: “Ik kan me moeilijk een voorstelling maken van wat opa heeft meegemaakt. Hij is nog steeds een echte vechter.”

Molukse vlag

Cheyenne: “Dat hij op zo’n leeftijd nog erkenning kreeg, maakt me trots. Ik vind het belangrijk dat mijn kinderen later ook de Molukse ­geschiedenis en taal meekrijgen.”

De kinderen hebben een Nederlandse moeder, maar ze voelen zich wel Moluks. “Yuri: “Als ik de Molukse vlag zie, raakt me dat. Twee jaar geleden zou ik met mijn vriendin naar de Molukken gaan. Dat ging niet door. Ik hoop er ooit met mijn gezin naartoe te gaan om te zien waar opa vandaan komt.”

Joël en Yuri hebben de naam Nussy op hun ­bovenlijf getatoeëerd. Opa is trots om de familienaam terug te zien in het schildersbedrijf van zijn kleinzonen. “Zonder opa waren wij hier niet,” zegt Joël: “Ik vind het belangrijk dat we de Molukse familienaam voortzetten.”

Opa Nussy berust in de situatie. Hij geeft zijn familie een wijze les mee. “Laat je nooit besodemieteren, zoals wij door Nederland zijn besodemieterd. Laten we er maar niet meer over praten. Het is genoeg.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden