Plus

Ministerraad besprak evacuatie blauwhelmen al maanden vóór val Srebrenica

Het kabinet besprak in december 1994 al evacuatiescenario’s voor de Nederlandse blauwhelmen in Srebrenica. Het besef dat de enclave kwetsbaar was, was er toen al – zeven maanden vóór de val van Srebrenica. 

Nederlandse blauwhelmen spreken in maart 1994 met Bosnische moslims in Vares, Bosnië. Beeld EPA/Ed Oudenaarden

Toenmalig Defensieminister Joris Voorhoeve sprak in de ministerraad van ‘een klein dal waar 44.000 moslims bijeengedreven zitten’ en noemde de situatie ‘kwetsbaar’. Tegelijkertijd waren de Nederlandse militairen in Srebrenica ‘zeer gemotiveerd om door te gaan’.

Dat blijkt uit notulen van de ministerraad uit 1994 die donderdag, op Openbaarheidsdag, werden vrijgegeven door het Nationaal Archief. Wat de evacuatiescenario’s zijn, blijft een mysterie. In de notulen worden die niet genoemd. Wel wordt door Voorhoeven voorgesteld de geschetste scenario’s geheim te houden. Dat laatste deel is later gecorrigeerd naar ‘niet in het openbaar te bespreken’. De reden voor die heimelijkheid is om familieleden van de blauwhelmen in Bosnië ‘niet onnodig ongerust te maken’.

Die ongerustheid is er in het kabinet duidelijk wel. Voorhoeve benadrukt dat ‘een eventueel vertrek uit de moslimenclave niet eenvoudig zal zijn’. Wel is hij blij met de steun van de Verenigde Staten, die zeggen troepen te willen leveren bij een eventuele evacuatie van de Nederlandse blauwhelmen. Maar Voorhoeve ‘verwacht niet dat het zover zal komen’.

Terugtrekking

Diverse landen, waaronder Canada en België, zinspelen op het terugtrekken van de VN-macht in voormalig Joegoslavië. Voorhoeve zegt dat de deelnemende landen in toenemende mate ‘de moed verliezen’ nu de politieke, militaire en humanitaire situatie steeds ingewikkelder wordt. De ministerraad spreekt schande van dit ‘negatieve effect’. Maar ook in Nederland ligt de vertrek-vraag op tafel, maar wordt deze nooit serieus besproken.

In plaats daarvan wordt gewezen op de 2,4 miljoen Bosnische moslims die afhankelijk zijn van hulp en de invallende winter. De risico’s zijn groter geworden, erkent Voorhoeve, maar ‘ethisch is het niet aanvaardbaar om Bosnië te verlaten’. Hij wil dat zoveel mogelijk mensen worden gered. “De aanwezigheid van VN-militairen is een soort levensverzekering voor de plaatselijke bevolking.’’

Voorhoeve stelt dat Nederland een cruciale rol speelt bij het voedseltransport en de bescherming van Srebrenica. Al begin 1994 wordt afgesproken om ‘tegenstrijdige berichten van hoge officieren van de krijgsmacht’ te voorkomen en vooral de ‘positieve boodschap’ over ‘het zeer nuttige werk’ van de Nederlandse troepen uit te dragen.

‘Morele gijzeling’

Het kabinet voelt zich duidelijk verantwoordelijk voor Srebrenica. Volgens Hans van Mierlo, op dat moment minister van Buitenlandse Zaken, worden daar 40.000 mensen ‘in morele gijzeling’ gehouden. “Dat is dan ook een sterk argument om te blijven totdat lijkt dat er elders meer slachtoffers vallen.’’

Volgens de minister weegt de humanitaire taak op dat moment zwaarder dan de principiële vraag of het zinvol is dat Nederland daar blijft. “Als de andere Europese landen hun troepen terugtrekken, zal Nederland ook zijn mensen moeten terughalen. Dan blijft alleen het probleem van Srebrenica over. Er zal moeten worden nagegaan of de beveiligingstaak kan worden opgegeven.”

Maar later in het jaar wordt duidelijk dat de situatie in het land uit de hand loopt: bij de aflossing van Canadese militairen zijn er problemen omdat de Bosnische Serviërs de soldaten niet willen laten gaan en Nederlandse waarnemers worden gegijzeld. Van andere landen hoeft Nederland weinig steun te verwachten.

‘Dreigende’ situaties

De Amerikaanse regering wil stoppen met de controle op het wapenembargo. Voorhoeve vreest ‘dreigende’ situaties. De Britten en Fransen willen hun troepen terugtrekken als een nieuw vredesplan niet wordt aanvaard.

Van Mierlo vraagt zijn Britse ambtsgenoot om steun bij de moslimenclave Bihac. Tegen de Tweede Kamer zegt Van Mierlo dat dit verzoek wordt afgewezen ‘vanwege logistieke problemen’, maar dat is niet de hele waarheid. Minister Douglas Hurd stelde volgens de notulen namelijk dat de Britse stafchef de situatie in Bihac veel gevaarlijker inschat dan de Nederlandse regering. Dat houdt Van Mierlo achter ‘omdat hij op grond van andere gegevens die mededeling misleidend en verontrustend vond’.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden