PlusInterview

Minister Wopke Hoekstra: ‘Nu snoeien is schadelijk’

Minister Wopke Hoekstra van Financiën toog deze week misschien wel voor het laatst met zijn koffertje naar de Tweede Kamer. In zijn miljoenennota loopt de staatsschuld enorm op. Wat jarenlang slecht was, heet nu opeens ‘prudent’. Maar het moet, stelt de CDA’er. ‘We moeten van de ene oever naar de andere.’

Premier Rutte en Wopke Hoekstra (Financiën) wisselen elkaar af bij de tv-uitzending van Prinsjesdag.Beeld Werry Crone

Wopke Hoekstra had allang een getrouwd man willen zijn. Toch zit de minister van Financiën met gevouwen handen zónder ring in zijn werkkamer. Niet omdat ze ‘nee’ zei. Ook niet omdat de ringen nog niet in huis waren. Sterker nog: de bloemen waren besteld en zijn pak hing al in de kast. Toch besloten Wopke en zijn ‘jarenlange verloofde’ Liselot hun bruiloft in augustus – drie dagen voor dé dag – af te blazen. “Dat leek toch logischer,” zegt hij desgevraagd.

De eerste poging tot een echtverbinding strandde een paar jaar geleden toen hun jongste zoon leverkanker kreeg. Poging twee zou in juli zijn geweest. “Een groot feest met alle toeters en bellen. Maar dat plan hebben we in maart, april al overboord gegooid.” Poging drie zou in heel kleine kring zijn. Zijn partijgenoot Ferd Grapperhaus trouwde wel, een dag ná de dag waarop Hoekstra eigenlijk zijn jawoord zou geven – heel het land heeft de foto’s kunnen zien. Het kostte hem bijna zijn politieke carrière. Gevraagd naar de keuze van zijn CDA-collega reageert Hoekstra afgemeten: “Ik wil niet het ene tegenover het andere plaatsen.”

Was dit uw laatste koffertje?

“Die kans is wel aanzienlijk. In 2017 was er met Prinsjesdag nog geen nieuw kabinet. Ik denk dat het goed is voor het land als de volgende formatie sneller wordt afgerond.”

Is er dan geen kans dat u weer komt bovendrijven voor deze functie?

“De kiezer bepaalt welke partijen aan een kabinet deelnemen. Ik ga er niet in m’n eentje over. En we moeten het intern in het CDA bespreken. Verkiezingen zijn altijd met zoveel onzekerheden omgeven dat het moeilijk is om er iets over te zeggen. Aan de ene kant is dit de leukste baan die ik ooit heb gehad. Maar als een kabinetspost aan bod komt, wil ik het op dat moment beoordelen. Op intuïtie. Dit soort rollen in de politiek zijn geen recht, maar een voorrecht.”

Als minister van Financiën laat Hoekstra de staatsschuld komend jaar oplopen tot meer dan 500 miljard euro. Een ‘fenomenaal groot bedrag’, erkent hij. Toch kan Nederland het volgens hem hebben.

Wat is er in u gevaren? Nog niet zo lang geleden kregen we van Financiën altijd te horen hoe groot de schuld per Nederlander was. En er werd bij gezegd dat we de rekening doorschuiven naar volgende generaties. U heeft vier kinderen. Gaan zij er straks voor betalen?

“Toen ik de leeftijd had van mijn kinderen, begin jaren tachtig, was de overheidsschuld een veel groter probleem dan nu. De rente was aanzienlijk hoger. Als Onno Ruding, in die tijd de minister van Financiën, een gulden leende, moest hij er 8 tot 10 cent rente over betalen. Dat betekende dat hij meteen het volgend jaar een probleem had en moest kiezen tussen bezuinigen of de staatsschuld nog verder laten oplopen. Dat is géén verwijt naar de vorige generaties, maar dat dilemma heb ik niet. Nu is de rente zo laag en soms zelfs negatief – het is bijna onbegrijpelijk. Je leent drie miljard en als ‘beloning’ krijg je nog een paar miljoen op de koop toe.”

Schuld was altijd slecht. Nu opeens niet meer?

“Het begrip schuld betekent voor de overheid iets anders dan voor huishoudens. Je moet de staatsschuld afzetten tegen ons bruto binnenlands product, ofwel het bedrag dat we in Nederland met elkaar verdienen. Onder normale economische omstandigheden wordt dit nationale inkomen elk jaar een beetje meer. Nu is het ruim 800 miljard euro. Aan het begin van dit kalenderjaar hadden we een staatsschuld van om en nabij de 400 miljard. We zaten dus op 49 procent. Dat percentage zal volgend jaar groeien tot rond de 60 procent. Dat is hoog, maar het zijn getallen waar we internationaal nog goed mee voor de dag kunnen komen.”

Als in het verleden de staatsschuld steeg, gingen de belastingen omhoog en werd er bezuinigd. U doet beide niet.

“Klopt. Als we nu zouden bezuinigen, is dat als snoeien van een boom in het verkeerde seizoen: dat levert schade op. Er zijn omstandigheden waarin bezuinigingen niet alleen denkbaar, maar ook verstandig zijn. In deze fase niet, is mijn stellige overtuiging. We moeten nu even van de ene oever naar de andere komen. Daarom kiezen we er nu voor de economie te stimuleren. Als de economie groeit en daardoor de belastinginkomsten toenemen, wordt de schuld als percentage van alles wat we verdienen stap voor stap kleiner. Dat is ook belangrijk, want dan wordt die schuld steeds minder een probleem. Ook door de lage rente. Toen ik in 2011 in de Eerste Kamer kwam, betaalden we over de staatsschuld nog 6,5 miljard aan rente. Op dit moment, terwijl de staatsschuld dus in absolute zin is toegenomen, betalen we nog maar 3,7 miljard euro.”

Zou u niet meer moeten profiteren van die lage rente door bijvoorbeeld de looptijden van staatsleningen te verlengen?

,,Er valt iets voor te zeggen om een deel uit langer lopende leningen te laten bestaan. Juist omdat je dan de zekerheid hebt dat je een tijd niks betaalt. We zoeken nu een mix: dus niet alleen leningen voor de korte termijn en ook niet alleen leningen voor de heel lange termijn. Niemand weet hoe de toekomst eruit ziet, maar lage rentes zijn een langjarige, wereldwijde trend waarvan de verwachting is dat-ie de komende twintig jaar aanhoudt. Dit beleid is nu prudent.”

Econoom en oud-CPB-directeur Coen Teulings zegt dat Nederland prima toe kan met een schuld die zich rond de 80 procent stabiliseert.

“Hij is daar wat losser in dan veel andere economen. Als er bij 80 procent de economie in zwaar weer komt, ga je zo naar 100 procent. Dat vind ik echt veel te hoog – en ik heb altijd begrepen dat Teulings dat ook vindt.”

De geschiedenis leert dat er ongeveer elke zeven jaar een crisis is, moeten we dan ook snel beginnen met aflossen?

“Ik denk dat je voor het afbouwen van een deel van de schuld best een jaar of tien, vijftien kunt nemen. Ik ben nog steeds van de school dat je op termijn de overheidsfinanciën op orde moet brengen. De gedachte dat we hierna twintig, dertig jaar mooi weer gaan krijgen is een volstrekte illusie. Je weet één ding zeker in het leven en dat is dat de volgende crisis altijd om de hoek staat. Dan is het belangrijk om weer een buffer te hebben om die op te kunnen vangen. Sinds 2000 hadden we de dotcom-crisis, de aanslagen in de VS, de bankencrisis, de kredietcrisis en nu de coronacrisis. Maar deze crisis vraagt om een ander recept dan de vorige. Dat was immers een economische crisis, dit is een gezondheidscrisis die we moeten overbruggen. Als we het coronavirus achter ons kunnen laten, krabbelt de economie weer op.”

U neemt wel een risico door te vertrouwen op groei. Bij een tweede golf krijgen we een nog hardere klap. U zegt zelf: we sturen in de mist. Wij gaan dan meestal langzamer rijden.

“Er is gewoon heel veel onzekerheid. De situatie kan veel beter worden, bijvoorbeeld doordat er een vaccin is, de economie opkrabbelt en we corona achter ons kunnen laten. Maar er kan ook een nieuwe lockdown komen. Dan voorspelt het Centraal Planbureau een economische krimp van 3 procent, tegen een verwachting van 3 procent groei nu. Dat is een gat van 6 procent. Dat klinkt klein, maar is bí-zar groot. Dat zijn vele honderdduizenden werklozen erbij.”

De onzekerheid sijpelt ook door in zijn privéleven. Wanneer Hoekstra nu in het huwelijk treedt? Niemand die het weet. Hoekstra zelf wilde poging vier ‘zo snel mogelijk plannen nadat het beter gaat met de besmettingsgraad’. “Alleen, dat is zo moeilijk te beoordelen. Dus toen dacht ik: dan doen we het ergens voor kerst.” Zijn verloofde, huisarts Liselot Hoornweg, heeft zo haar twijfels. “Ze zei: hoe zeker weten we dat het wél kan?”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden